Ajacied Sibon praat zichzelf niet langer de put in

'Mijn wereld is het niet', zegt de Drent Gerald Sibon over de wereld van het Amsterdamse Ajax. Dát zal wel nooit veranderen....

PAUL ONKENHOUT

Van onze verslaggever

Paul Onkenhout

AMSTERDAM/ATHENE

Nog steeds wordt hij vergeleken met Kanu, óók lang en bij Ajax een van zijn voorgangers. De vergelijking heeft zelfs aan kracht gewonnen: zowel op Sibon als Kanu wordt zelden een beroep gedaan. 'Maar ik speel tenminste zo nu en dan nog mee.' Hij spreekt de woorden uit met zelfspot.

Sibon (24) kreeg in de zomer van 1997 als oud-speler van Roda JC in Amsterdam het shirt met rugnummer negen toegeworpen en kwam sindsdien slechts 21 maal voor Ajax uit. Vooruitgang lijkt hij niet te boeken. Dit seizoen kregen McCarthy, Arveladze en zelfs Ronald de Boer de voorkeur als centrale aanvaller. Sibon trok zijn conclusies en ging, met permissie van Ajax, op zoek naar een andere club.

'Het leek er even op dat ik de vierde man was, achter Arveladze, McCarthy en De Boer. Goh, denk je dan, ik kom hier echt veel tekort. Dat is niet prettig voor een voetballer hoor. Ik moet hier weg, dacht ik. Voor mij is hier niets meer te halen.'

De toestemming werd door Ajax snel ingetrokken en Vitesse, de voornaamste gegadigde om hem over te nemen van Ajax, werd onbereikbaar. Sibon is momenteel de tweede spits achter Arveladze. 'Nu is McCarthy de klos.' Met tevredenheid kijkt hij terug op zijn rol als invaller in de laatste Champions League-wedstrijd van Ajax, tegen FC Porto dat werd verslagen toen Sibon een strafschop forceerde.

'Ik voelde me eindelijk weer eens een volwaardige speler. Het was weer leuk en ik had even het gevoel dat ik ergens voor bezig was.'

De voortekenen bedrogen hem ook in de laatste zomer niet. 'Het ging goed, ik speelde vaak mee en had zoals vorig jaar geen last van aanpassingsproblemen. Ik zat er helemaal in. Maar van de ene op de andere dag was ik de twintigste of eenentwintigste man. Tja, daar stond ik dan. Wéér zomaar aan de kant geschoven.'

Sibon gaf de moed grotendeels op. 'Ik trainde alleen nog maar om fit te blijven, voor mezelf, niet voor Ajax. Mijn gevoel bedroog me niet.'

Natuurlijk neemt hij het de trainer, Olsen, kwalijk. 'Dat doet iedere reserve die wil spelen. Ik ben erg met mezelf bezig geweest. Mijn oordeel is niet objectief. De trainers kijken naar de hele groep, niet naar die ene speler.'

Hij kent zijn beperkingen. Sibon spiegelt zich niet meer aan Arveladze en McCarthy, wendbare en snelle spelers, maar benadrukt zijn eigen sterke punten. 'Ik heb mijn lengte mee en kan met mijn rug naar het doel spelen. Dat heb ik voor op de anderen.'

In een ander opzicht heeft hij, zeer tot zijn eigen tevredenheid, wel progressie geboekt. 'Het gaat met mij persoonlijk steeds beter. Ik praat mezelf nu de put niet meer in. Soms ergerde ik me aan mezelf. Dat is voorbij. Ik weet dat ik het kan.

'Aan het eind van het vorige seizoen heb ik aan Olsen gevraagd wat mijn positie was. Toen al zei hij dat ik mocht uitkijken naar een andere club. Maar dat heb ik geweigerd: ik vond me te goed om weg te gaan.'

Zijn gevoel is in één opzicht wel onveranderd. Met de clubcultuur heeft hij nog altijd moeite. Ajax kan ook een wrede, onaangename club zijn, weet hij. 'Ik voel me hier prettig, maar mijn milieu is het niet. De cultuur van Ajax is anders dan de mijne.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden