Aimabele duivelskunstenaar Gerrit Komrij

Alleskunner en 'gelukkige schizo' Gerrit Komrij droeg met grimmig plezier zijn vele maskers, gestut op een bij uitstek authentiek literair smoelwerk.

Met het overlijden van Gerrit Komrij is de Nederlandse literatuur in één keer tien, misschien wel vijftien literaire fenomenen armer. Komrij vormde in zijn eentje een heel legioen. Daar stond hij zich ook, terecht, op voor. In De gelukkige schizo (1985) beleed hij zijn literaire credo: 'De wereld is een dansfeest. (...) Ik voel me niet vervreemd of verscheurd. (...) Ik aanvaard de versplintering van de wereldbeelden als een godsgeschenk. Ik ben de eerste gelukkige schizo.' Deze schizo-auteur droeg met grimmig plezier zijn maskers, en alleen de vluchtige lezers meenden dat achter die maskers een clowneske poseur schuilging, die superieur literair kon goochelen met genres, meningen, pastiches en identiteiten. Die lezers hadden het mis. Alle maskers tesamen vormden de puzzelstukjes van het bij uitstek authentieke literaire smoelwerk van alleskunner Komrij.


'Juist als mensen je proberen vast te pinnen, te etiketteren, moet je zorgen dat je wegkomt', meende Komrij, die oprecht niet begreep dat anderen niet begrepen dat zijn maskerades waren gestut op die ene en ondeelbare authenticiteit. Over die authenticiteit kon je als gelukkige schizo maar beter niet te veel peinzen. Gepeins over zoiets sufs als je 'literair imago' zou alleen maar afbreuk doen aan de eeuwige onschuld van het nietsontziende fabeldier Komrij.


In het gedicht Nu noemt de ikfiguur in het gedicht zich 'een verouderd specimen' en 'een drogbeeld van de pen'. Met als conclusie: 'Ik ben er wel, maar niemand die het ziet.


Ik weet ook zelf niet eens meer wie ik ben.'


Ik heb de indruk dat de dichter dit laatste graag zo wilde houden. Een 'vastomlijnde identiteit' (een lelijk adjectief dat Komrij nooit zou hebben gebruikt) zou het veelkoppige literaire fenomeen aan de ketting hebben gelegd. En Komrij snakte altijd naar ultieme vrijheid. Bijvoorbeeld naar de vrijheid om in een tijd waarin het vrije vers overheerste in het keurslijf van het sonnet een anarchistische toon aan te slaan, waardoor ritme en metrum stonden te sidderen van schrik. Als dichter was Komrij een revolutionair in schijnbaar archaïsch maatpak, een nieuwlichter die binnen de traditie van het sonnet alle denkbare tradities, vooroordelen en ingesleten ideeën aan gruzelementen schreef.


Ongrijpbaar, inderdaad. Ook voor zichzelf. Juist voor zichzelf. Alles in zijn werk moest met elkaar in tegenspraak zijn - juist die innerlijke tegenstrijdigheden vormden de blauwdruk van de geloofwaardigheid van de schrijver. In Humeuren en temperamenten (1989) noemde Komrij de - innerlijke - tegenspraak zelfs de voorwaarde voor het artistieke zelfbehoud van de schrijver.


'Ik weet niets zeker', bekende Komrij, eveneens in De gelukkige schizo - maar alles wat hij niet zeker wist, bracht de polemist Komrij over het voetlicht met een stilistische brille die zijn tegenstanders naar adem deed happen. En dan zei de polemist er ook nog bij dat hij alleen maar de mening huldigde die het adembenemendste proza opleverde!


Polemieken trekken nu eenmaal sterker de aandacht dan invoelende en empathische essays en portretten - je zou bijna vergeten dat Komrij excelleerde in het liefdevol analyseren van andermans oeuvre en literaire kwaliteiten. Daarbij gingen de veronachtzaamden vaak voor de reeds gecanoniseerde grootheden. Uitleggen dat W.F. Hermans een groot schrijver was, deden er wel meer, misschien wel omdat het een koud kunstje is. Komrij vond het van groter belang om ons te tonen dat, bijvoorbeeld, Kees van Kooten wel iets meer doet dan op een lichte toon over 'zware' onderwerpen schrijven. In zijn essaybundel Vreemd pakhuis (2001) toonde Komrij ons de bijna aan het oog onttrokken wanhoop in het verraderlijk goedgemutste oeuvre van de ontsnappingskunstenaar Van Kooten.


Komrij verwees onder meer naar Van Kootens dichtregels: 'De slagen der stomheid / zien te verslaan / door kakelend / op mijn handen te staan.' Volgens Komrij toonde Van Kooten zich hier slechts in schijn een gezellige clown die de handstand doet. In werkelijkheid is die handstand een noodsprong van een wanhopige ontsnappingskunstenaar: 'Kakelend op je handen staan, het zou een voorbeeldige omschrijving kunnen zijn van vluchtgedrag. Hier echter staat iemand kakelend op zijn handen aan de trapeze, op het slappe koord, in het volle licht van de schijnwerper.'


Conclusie: 'Van Kooten een tevreden mens? De humor van een tevreden mens is bonhomie. (...) Humor kan niet zonder angst.'


Deze typering dwingt ons tot een alertere, aandachtigere lezing van Van Kooten - precies waar het Komrij om is te doen. Als polemist is Komrijs staat van dienst fenomenaal en vrijwel niet te overtreffen; naar mijn idee is het belang van Komrij als secuur, gul en royaal analyticus van andermans werk helaas niet genoeg naar waarde geschat.


Wat Komrij over Van Kooten schreef, gold evenzeer voor hemzelf: geen humor zonder angst. Om zijn polemieken kon je - een zeldzaamheid in dit grimmige genre - meer dan eens onbedaarlijk lachen - hij was een meedogenloze clown, een diep ernstige grapjas.


Wat voerde de boventoon in zijn werk? De poëzie? De polemiek? De column?


Het is moeilijk om Komrijs meesterwerk aan te wijzen, juist omdat hij op zo veel vlakken en in zo veel genres excelleerde, maar het boek dat voor mij 'de essentiële Komrij' belichaamt, is het eerdergenoemde Humeuren en temperamenten, een reeks mini-essays over menselijke aanvechtingen, variërend van ambitie tot walging, van verlangen tot verbijstering, en zo verder.


In dat boek boog Komrij zich ook over angst, zij het niet over de universele angst waardoor we allen worden geplaagd, maar over de demon die hem in de greep hield. In het begin van zijn lemma over angst haalt Gerrit Komrij herinneringen op aan kinderangsten, angsten die later in zijn leven stolden tot een te bedwingbaar ritueel - je kijkt bij wijze van dwangmatige gewoonte terug op je angsten en die gewoonte maakt de angst in schijn beheersbaar. In schijn. In wrede schijn. Want: 'Er is een grens aan het ritueel, een grens aan de angst. De orde werd chaos en de chaos weer opperste orde. (...) Het kind keerde terug, (...) de angst werd zo vol dat hij explodeerde. Wit, het verblindende wit werd de kleur van de angst. (...) Zie mij liggen, boreling tussen de windsels.'


Was Gerrit Komrij bang voor de dood? In Demonen (2001) is het antwoord te vinden. Ook uit dat antwoord rijst de gelukkige schizo op: 'Ik ben niet bang voor de dood, ik vind hem alleen overbodig. Een andere keer is het juist zijn onvermijdelijkheid die mij, springlevend, laat verstarren van angst. (...) Hoe minder ik hem vertrouw, hoe meer ik naar hem verlang. Hoe meer hij mij afstoot, hoe minder ik het de moeite waard vind overeind te blijven. Hoe meer ik leef hoe minder ik te leven heb.' En: 'Ik kan de dood niet anders zien dan als een kale woestijnrat. (...) Ik begin steeds meer op hem te lijken, als een hond op zijn baas.'


Onverschrokkener dan hier heb ik doodsangst nog nooit verwoord gezien.


'Het enige mooie aan doodgaan is dat het je maar éen keer overkomt', schreef hij ook. Een waarheid als een koe, maar wij, de liefhebbende lezers van Gerrit Komrij, hebben nu wel iets meer te verwerken dan het overlijden van de aimabele duivelskunstenaar; wij gedenken en betreuren de dood van de man die ons in zijn dooie eentje dat hele legioen aan onvergelijkelijke schrijvers overreikte.


In 2001 maakte René Puthaar een keuze uit Komrijs oeuvre. Het resultaat was een tweedelig mammoetboek: Inkt. In zijn nawoord schrijft Puthaar: 'Gerrit Komrij spaart zichzelf niet en kan dus ook de wereld rondom hem, waar de lezer deel van is, niet ontzien. De lezer ziet zichzelf - in een schitterend gebroken spiegel.' Wat ons, Komrijlezers, na zijn dood te doen staat, is hem blijven herlezen. Alleen dan valt die schitterend gebroken spiegel niet uit elkaar in nutteloze scherven. De schitterend gebroken spiegel moet maagdelijk intact blijven, geheel in stijl met leven en werk van de gelukkige schizo.


Foto Harry Cock


Joost Zwagerman


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.