Aimabel, snel en every inch De Telegraaf Dinsdagprofiel Sjuul Paradijs

Hij treedt in beroerde tijden aan als hoofdredacteur van de krant van wakker Nederland. De verwachtingen zijn hooggespannen. ‘Sjuul is de leider.’ Door..

Het paarse kabinet is nog volop aan de macht als premier Wim Kok het perscentrum Nieuwspoort betreedt voor de wekelijkse persconferentie. Hij heeft er zin in. Het kabinet heeft besloten het Rijksmuseum flink wat geld te geven. Sjuul Paradijs zit als altijd groot en breed vooraan. Nog voordat Kok zijn mond opendoet, vraagt hij met een van verontwaardiging druipende stem: ‘Meneer Kok, lees ik dat goed: 500 miljoen gulden voor een museum?’

Een ander voorbeeld. Elke ochtend om elf uur schuiven de chefs van het dagblad De Telegraaf bij Paradijs (46) aan tafel, dezer dagen bedolven onder speculaas, marsepein en borstplaat. Als iedereen zit, zegt Paradijs: we gaan de files aanpakken. In een paar minuten tijd zijn er teams geformeerd en drie, vier dagen achtereen opent De Telegraaf met het fileleed. De lezers reageren massaal op het verzoek oplossingen aan te dragen. Hun plannen gaan in een mapje, dat verkeersminister Camiel Eurlings maar al te graag in ontvangst wil nemen.

Every inch De Telegraaf, dat is Sjuul Paradijs. Als zijn krant op zaterdagochtend fors uitpakt over bedreiging van buschauffeurs in Gouda, belt Paradijs zijn verslaggever. Kunnen ze niet samen even naar Gouda, zien of ze met hun berichtgeving op de goede weg zijn. Hij loopt van deur naar deur. De bewoners bevestigen het verhaal en de volgende dag doet De Telegraaf er een schepje bovenop.

Op 1 januari volgt adjunct Paradijs zijn hoofdredacteur Eef Bos op. Geen wanklank is er op de redactie te horen. Sjuul is de leider, altijd geweest, zeggen ze. Een man voor wie de harde lijn niet hard genoeg is. Hij gooit ‘de beuk erin’ om De Telegraaf uit de rode cijfers te halen en de lezers hun volkse krant terug te geven.

‘We zijn duidelijker geworden. Alle acties die we hebben gevoerd – Gouda, Uruzgan, files – zijn allemaal onder zijn leiding gebeurd. Hij is heel kritisch. Op vriendelijke wijze kan hij iemand heel indringend zeggen wat er niet goed is. Je hoort hem zelden zeggen dat iets een topverhaal is. Mooi verhaal, zegt hij, maar heb je hier en hier wel aan gedacht? Hij heeft dat typische Telegraaf-gevoel’, zegt Arnold Burlage, al 35 jaar werkzaam bij de krant van wakker Nederland.

‘De beste bakker van Nederland is dood’, schreef Sjuul Paradijs twee jaar geleden boven de overlijdensadvertentie van zijn vader die op 74-jarige leeftijd stierf, vier jaar na zijn vrouw. Ko Paradijs had een bakkerij in de Amsterdamse Pijp. Moeder Tonnie, Sjuul en zijn jongere zuster Edith werkten mee in het bedrijf. Sjuul was een moederskind. Vader Paradijs – bedenker van het begrip warme bakker – won twee keer de gouden bakkersring. Een man van weinig woorden; creatief maar streng. ‘Als je je best doet, kom je overal’, was zijn levensles.

Ze waren beiden wedstrijdzwemmers, hij en zijn zus. Sjuul lange afstand, later polo. Elke dag fietsten ze naar het Sloterparkbad aan de andere kant van de stad. Hadden ze een oudjaarsfeestje op de club en kwamen ze midden in de nacht thuis, stond een uur later vader Paradijs voor hun bed. ’s Avonds een vent, ’s morgens een vent, zei hij dan. Moesten ze er om vijf uur uit om oliebollen en appelbeignets te bakken. ‘Thuis kon alles, je kon ook altijd iedereen meenemen, maar je moest er wel iets voor doen. Van jongs af aan hebben we geleerd hoe je geld moet verdienen. We mopperden soms, maar het was ook leerzaam. Het harde werken hebben we van huis meegekregen’, zegt Edith.

Ze woonden bij de zaak. Zodra in het weekeinde de winkeldeur dicht kon, vertrok het gezin naar de caravan in Loosdrecht, waar de liefde voor het zwemmen begon.

Sjuul was leergierig en nieuwsgierig, als kind al in de weer met de krant. Thuis lazen ze De Telegraaf. Later haalde hij weleens Trouw of de Volkskrant, zeer tegen de wens van zijn vader. Toch was hij op de katholieke jongenschool allerminst een briljante leerling. Pas op de mavo kreeg hij lol in het leren en toen stoomde hij ook door naar havo, vwo en universiteit.

‘We krijgen een opvallende jongen in de klas’, zei de lerares Nederlands tegen Dolf Jansen, nu cabaretier, destijds vwo-leerling. Dolf was lang en mager, een hardloper. Sjuul was lang en breed, een zwemmer. Verlegen, stille jongens, brildragers. Ze raakten bevriend, misschien door hun gedeelde gevoel voor humor. Sjuul vertelde hoe ze van de zwemclub een paar emmers kokend water in de Bosbaan mikten om het natuurwater op de vereiste wedstrijdtemperatuur te krijgen. Smakelijke verhalen, vond Dolf, die zelf nooit ging kijken omdat ze buiten school niet met elkaar optrokken. Na het eerste jaar op de Vrije Universiteit – beiden studeerden rechten – verloren ze elkaar uit het oog. ‘Hij was een raar mannetje, maar wel leuk’, zegt Dolf. ‘Zeker geen streber. Eerder iemand die met een glimlach door het leven ging.’

Beiden waren geïnteresseerd in politiek – Dick Bruynesteyn tekende Paradijs ooit als Wiegel jr. – maar het was geen interesse die ze met elkaar deelden. Van een studentenvereniging kwam het evenmin. Te druk. Paradijs was op zijn 19de al bestuurslid van Nederlands oudste zwemclub de Koninklijke AZ 1870. Hij propageerde zwemles voor kinderen, organiseerde evenementen, maakte het clubblad en ontving later het lidmaatschap van verdienste.

Zijn ouders moesten wel even slikken toen hun afgestudeerde zoon in 1986 niet koos voor een prestigieuze baan als jurist bij bouwonderneming Ballast Nedam, maar gewoon dichtbij huis bleef als leerling-verslaggever van het Amsterdamse weekblad De Echo. Wijlen Lou Polak, zijn eerste hoofdredacteur, leerde hem: blijf altijd jezelf, kom nooit als eerste op een feestje en praat met iedereen.

Om het reizen in de stad voor zijn zoon wat gemakkelijker te maken, kocht vader Paradijs een Citroën. Niet zomaar een auto, maar een bestelwagen. Op de zijkant stond met grote letters: ‘Wees wijs, eet brood van Paradijs’, naast een afbeelding van een grote monnik naar wie de warme bakker zijn speciale brood had genoemd. Pas veel later kocht Sjuul een eigen, minder opvallende auto, toen het voor hem ook te druk was geworden om zaterdags nog te helpen bezorgen.

In 1988 maakte Paradijs de overstap naar De Financiële Telegraaf en verlegde hij zijn horizon naar de mensen van het grote geld. Hij leerde Nina Brink kennen, en ondernemers als Dirk van den Broek. Harry Mens uitte tegenover hem zijn wens premier te willen worden. Echt opvallen – behalve door zijn postuur – deed hij nog niet.

Altijd was er ook zijn belangstelling voor politiek en die werd in 1994 beloond met een baan op de Haagse politieke redactie, die hij ten tijde van de episode-Fortuyn als chef aanvoerde.

Mieke van der Weij leerde hem kennen bij het Tros-Journalistenforum, dat zij elke zondagavond leidde. Paradijs was de man van ‘onze belastingcenten’, iemand die nooit een blad voor de mond nam in zijn afkeer voor links. Van der Weij: ‘Anderen vonden zijn strandpunten soms regelrecht abject en toch was iedereen op hem gesteld. Heel curieus. Hij is heel open en vriendelijk, in staat mensen aan zich te binden. In het forum was hij broodnodig wegens het rechtse geluid, dat we nog weleens ontbeerden. Ik was altijd blij als hij er weer was.’

Toen Paradijs van het ene op het andere moment de nieuwe Stan Huygens werd, de maker van de societyrubriek in De Telegraaf, reageerde iedereen stomverbaasd. Paradijs is een netwerker, ook een smulpaap, maar een knipmes? Dat moet je ook niet zijn, zegt zijn bekendste voorganger Thomas Lepeltak. ‘Je moet een sociaal mens zijn, goed geïnformeerd, grapjes kunnen maken en nooit denken dat je erbij hoort. Je bent en blijft journalist.’

Paradijs maakte er werk van, zag restauranthouder John Beeren. Hij ontmoette Paradijs op een tocht langs Nederlandse wijnhuizen in Zuid-Afrika. Elke ochtend pakte Paradijs zijn auto en ’s avonds kwam hij met twaalf verhalen thuis. Foto’s maakte hij zelf. ‘Hij was heel serieus, sprak met jan en alleman en wist heel precies wat die Nederlanders daar deden.’ Zelf wil Paradijs nog wel eens opsnijden over het tochtje in een Porsche langs de Côte d’Azur.

Aimabel, snel, de neiging alles zelf te doen – typeringen die Paradijs kenmerken. Beter geschikt als hoofdredacteur dan als societyman, vindt Lepeltak. ‘De oude Telegraaf moet wakker worden, het inslaperige moet voorbij zijn. Het is een dramatische fout van De Telegraaf geweest om ons destijds af te keren van Fortuyn. We moeten een actiekrant zijn, en die kant gaan we nu op. Ik heb hoge verwachtingen van hem, hoewel ik nu niet graag in zijn schoenen zou staan.’

Paradijs treedt op een beroerd moment aan als hoofdredacteur. Het zijn slechte tijden voor kranten, De Telegraaf niet uitgezonderd. De directie eist bezuinigingen en ontslagen. Paradijs keerde de directie de rug toe, door pal voor zijn manschappen ter redactie te gaan staan en vooralsnog geen ontslagen te accepteren. Joost de Haas, voorzitter van de redactieraad: ‘Hij weet het dna van De Telegraaf uit te dragen en hij kent het bedrijf. Onze lezers waarderen de nieuwe toonzetting en de mensen op de redactie hebben alle vertrouwen in hem.’

Burlage: ‘Voor hem is het lullig, maar als er iemand van ons moet vechten met de directie, dan kunnen we toch het beste Sjuul maar sturen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.