Aids twintig jaar getob

Ze werden twintig jaar geleden, net seksueel actief, overvallen door een collectieve angst voor het aidsvirus. Daarmee kwam een voorlopig einde aan de seksuele revolutie....

Het was in de zomer van 1983, nu twintig jaar geleden, dat het besef doorbrak. 'Aids is niet alleen maar een homo-ziekte', kopte de Volkskrant. Dat was niet zo prettig ontbijten, die 15de juli 1983, om precies te zijn. Uit het verhaal bleek dat je het wel erg bont moest maken qua ongeremde seks en ongezonde, weerstandsafbrekende levensstijl, wilde je gevaar lopen, maar toch: een beetje hypochondrische geest kon zich behoorlijk zorgen maken. Zeker in de jaren daarna, toen de wereldwijde gruwelverhalen en foto's moeilijk te ontlopen waren. 'Ik sloot helemaal niet uit dat ik het onder de leden had', weet Joost Meeuwissen (39) nog maar al te goed. 'Ik had net een druiper gehad, ik had darmklachten en sliep slecht. Ik leefde in die tijd erg ongezond en had veel wisselende seksuele contacten. Ik kon allerlei manieren verzinnen waarop ik het had kunnen oplopen.'

Meeuwissen was in 1983 verhuisd naar de grote stad om te studeren en hij genoot, eenmaal woonachtig in een kraakpand, volop van zijn pas verworven vrijheid. 'Maar door die druiper en door de angst voor aids verging de lust me. Ik had een tijdlang een slecht gevoel over mezelf. Er was toch de angst dat ik anderen had besmet of zou besmetten. En met condooms op zak lopen vond ik ook zo wat; alsof ik er voortdurend bewust op uit was om te neuken.' Kortom: seks was opeens gedoe geworden, vond Meeuwissen. 'Ik associeerde het met ziekte en dood.' En al ebde zijn angst na een paar jaar weg, echt gerustgesteld was hij pas nadat hij begin jaren negentig een aidstest had gedaan.

Seksuele revolutie

Vermoedelijk behoort Joost Meeuwissen tot een minderheid onder heteroseksuelen die zich echt grote zorgen maakte. Des al niet te min veranderde het seksuele gedrag van de gemiddelde Nederlander, hetero en homo, vrij radicaal in de jaren tachtig, onder invloed van aids. 'Het was een voorlopig einde aan de seksuele revolutie van de jaren zestig en zeventig', beaamt Willeke Bezemer, die in de jaren tachtig bij de Rutgers Stichting werkte en zich als seksuoloog in vrouwen en aids verdiepte. Bezemer: 'Seks werd een beladen begrip. Je had aids en hiv en parallel daaraan liep de toegenomen aandacht voor seksueel misbruik. Incest, verkrachting, seksuele grensoverschrijding door hulpverleners, in de kerk, het kwam allemaal bij elkaar. Sommige vrouwen redeneerden: je bent dus nergens meer veilig.'

Seks in de jaren tachtig was 'getob', aldus Bezemer. 'We hadden net de anticonceptie geregeld, dus we waren net af van het idee: seks is gevaarlijk voor meisjes vanwege de kans op zwangerschap. En toen kregen we te maken met aids. Heel angstig. In het begin was het wel echt een homoziekte, maar wij zagen al snel dat het daar niet bij zou blijven.'

De omslag kwam snel, zeker achteraf gezien, zegt ook John de Wit (37), senior-onderzoeker sociale psychologie aan de Uni ver si teit Utrecht. De Wit, die onderzoek doet naar seksueel gedrag, begon in 1983 aan zijn studie psychologie en zag in dat jaar dat veel docenten en oudere studenten, zeker de homoseksuelen onder hen, zich opeens zorgen gingen maken over aids. 'We vielen van het ene uiterste in het andere. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was de seksuele vrijheid in Nederland op een hoogtepunt. De homo-emancipatie was zowat voltooid en de seks in de homoscene was redelijk ongeremd. Je kon ook aan de cijfers zien dat Nederlanders uitbundig aan seks deden. Het aantal geslachtsziekten bereikte begin jaren tachtig een na-oorlogs hoogtepunt. Maar daar deden we erg nuchter over. Als je iets opliep ging je naar de dokter, dan kreeg je antibiotica en dan was het weer over. Het ergste wat je kon overkomen was dat er wratten moesten worden weggebrand. Of dat je herpes had. Maar ja, wie heeft er nu géén koortslip. Het was in ieder geval geen aanleiding om beter op te letten.'

Dat gedrag paste ook bij het optimisme dat de gezondheidswereld uitstraalde, aldus De Wit. 'Infectieziekten, dat was meer iets voor ontwikkelingslanden, vonden we hier. En dan nog. De wereldgezondheidsor ga nisa tie who had het idee: we gaan alle infectieziekten uitroeien. Dat is met de pokken gelukt, dus dat gaan we met al die andere dingen ook doen. Er was in de medische wereld veel geloof in eigen kunnen. In fectie ziekten waren bovendien behandelbaar, hier althans. De enige bedreiging, vooral voor homo-mannen, was nog hepatitis-b. Maar ook daar werd eind jaren zeventig een oplossing voor gevonden: vaccinatie.'

Niets dat een vreugdevol, onbezorgd seksleven nog in de weg stond, zo leek het. En toen was daar aids. De Wit: 'Het was ontluis terend. Opeens kon je doodgaan aan iets dat leuk was. En de medici stonden machteloos. Dit waren we niet meer gewend.'

Leerfeesten

Uiteraard was de schok het grootst onder homomannen. Egbert van Weelden (40) maakte van nabij mee hoe de juist zo florerende homoscene in korte tijd in elkaar stortte. 'Voor homo's was Amsterdam eind jaren zeventig het walhalla. Je had de öleerfeestenö in pakhuizen, de dark rooms, de sekssauna's en een bloeiend homocafécircuit. Daar was al snel weinig van over.' Van Weelden, die net aan het begin stond van zijn eigen seksuele carrire, 'neukte nog een jaar zonder condoom'. Maar in 1984 kwam de boodschap van de overheid wel over. 'Liever niet vrijen en anders veilig, dat was het idee. Vanilleseks werd gepromoot. Maar ja, je kunt wel urenlang aan tenen sabbelen, maar op een gegeven moment willen mensen gewoon neuken. Ik gebruikte wel condooms, ik heb daar nooit moeite mee gehad. Maar ik kende nogal wat mensen die zeiden: öCondooms, dat is toch meer iets voor hetero's.'

Voor veel homo's was het al te laat. Van Weelden: 'Mijn eigen vriendenkring bleef redelijk gespaard, maar ik heb veel bekenden dood zien gaan, vanaf 1985. Je bent flexibel als jongere; als de dood de norm wordt in je sociale leven, dan wen je daar ook weer aan.'

John de Wit: 'Het ongecompliceerde, het ongeremde was eraf. Ik heb het idee dat wij de eerste generatie waren die echt moest nadenken over seks. Je ging er niet zomaar meer op uit, je dacht wel twee keer na. In het begin was ook niet helemaal duidelijk wie wanneer risico liep. Dat was een rare periode. Je had in die tijd een groep rondom Bhagwan, hier in Amsterdam, die zei dat je niet alleen een condoom, maar ook handschoenen moest gebruiken bij het vrijen.'

Vrij Veilig-campagne

Niet alleen homoseksuelen waren geschokt. De winnende World Press Foto van Alon Reininger uit 1986 van een aidspatiënt, bleef bij iedereen op het netvlies hangen. En al lag de nadruk in de bestrijding van aids op de 'risicogroepen', vooral homomannen en drugsgebruikers, het overheidsbeleid richtte zich al snel op 'iedereen'. En met succes. Zeker sinds de eerste Vrij Veilig-campagne in 1987 (de bloemetjes en bijtjes-campagne) nam het condoomgebruik sterk toe. Het aantal geslachtsziekten daalde vanaf 1985 spectaculair, zowel onder hetero's als homo's.

Nieuwe, lastige dilemma's dienden zich aan in het aidstijdperk. Willeke Bezemer: 'Wij werden geconfronteerd met mensen, meestal mannen, die een slippertje hadden gemaakt, die dat niet aan hun vrouw vertelden en ondertussen doodsbang waren dat ze hiv hadden opgelopen. Thuis vrijden ze gewoon onbeschermd door. Want als ze opeens een condoom zouden omdoen, dan kon hun vrouw zeggen: öWat krijgen we nou?ö Ik weet nog dat wij ons heel erg opwonden over dat schimmenspel. Dat mensen, uit angst om op een buitenechtelijke relatie betrapt te worden, hun partner willens en wetens bloot stelden aan een eventuele besmetting. Dat gebeurde daarvoor ook wel, maar nu ging het wel om een dodelijk virus.'

Voor de seksueel actieven in het uitgaanscircuit viel aan het onderwerp aids niet te ontkomen. 'Je wist van bepaalde mensen die je tegenkwam dat ze seropositief waren', zegt Annette Koolhof (39), die zich halverwege de jaren tachtig, als student textiele vormgeving, uitbundig in het Amsterdamse nachtleven stortte. Ze kreeg de schrik van haar leven toen later het hardnekkige (valse, zo bleek later) gerucht de ronde deed dat een muzikant met wie ze het bed had gedeeld aids had. 'Hij bleek ook heroïneverslaafd te zijn. Ik heb zijn ontkenning niet afgewacht, ik heb meteen een test laten doen. Doodsbang was ik, voor al omdat ik al langer een aantal lichamelijke klachten had die je met aids in verband zou kunnen brengen. Het gekke was: ik vond het erger voor mijn toenmalige vriend en voor mijn ouders dan voor mezelf. Ik dacht steeds: öOh, mijn arme vriend, oh, mijn arme moeder.ö Mijn moeder had me zo netjes opgevoed en nu dit.' Het bleek loos alarm te zijn. 'In een week tijd wisselde mijn stemming van diep triest naar totaal gelukkig.'

De test, die ze halverwege de jaren negentig deed, was een afsluiting van jaren van onzekerheid. 'Het gekke van die tijd was dat het thema voortdurend in je achterhoofd spook te, maar dat je een test steeds uitstelde, ook al omdat testen in de jaren tachtig nog niet werd aangemoedigd door de artsen.' Dat had rare gevolgen. 'De twee mannen met wie ik onveilig had gevreeën kreeg ik niet uit mijn kop. En je zat voortdurend te rekenen: hij heeft het ook met die en die gedaan, wat nou als hij dat soort gedachten. Ik was ook bang dat ik zelf anderen had geïnfecteerd. Ik liep rond met een permanent schuldgevoel.'

Waanzinnig gefrustreerd

'Het was treurig getob', meent Johan Voskamp (38). 'En totaal onnodig. Ik heb het gevoel dat een paar van mijn potentieel meest productieve jaren teloor zijn gegaan. Terwijl ze, dacht ik, zo vol van mogelijkheden waren.' Voskamp, informaticus van beroep, geloofde er toen al helemaal niets van, van de gevaren van aids voor hetero's. En hij gelooft het nog altijd niet. 'Er is een hele generatie jongeren zonder enige reden waanzinnig gefrustreerd geraakt. Ik heb dat sterk zo gevoeld.'

Toegegeven, zijn mening is gekleurd door zijn ervaringen in de Verenigde Staten, waar hij een paar jaar studeerde. 'Iedereen was in de greep van de massapsychose rond aids. Ik herinner me een discussie met medestudenten die ervan overtuigd waren dat je van onbeschermde seks aids kreeg, ook al was geen van de twee partners besmet. Als ik dan uitlegde dat er toch minstens een van de twee geïnfecteerd zou moeten zijn, stuitte ik op ongeloof. Ik zei ook altijd dat het risico om als hetero aids op te lopen zo groot was als de kans om een komeet op je kop te krijgen. Dat was geen populair standpunt. Want impliciet zei je daarmee dat je veel onbeschermde seks had. Dat viel in de praktijk dus tegen. In Amerika moest ik het hebben van vrouwen van veertig, die waren minder hysterisch.'

Voskamp ging zich, door zijn ervaringen in Amerika, verdiepen in de kwestie. Zijn conclusie: 'We zijn bedonderd. Al vanaf het begin was er bewijs dat dit virus nooit massaal kon aanslaan bij hetero's met een normale weerstand. Anders was er direct al een endemie uitgebroken. Toch zijn we allemaal bang gemaakt. In Amerika had je van die onderzoeken waaruit bleek dat mannen die overspel pleegden hun eigen vrouw hadden besmet. Achteraf bleek het altijd te gaan om zogenaamd brave huisvaders die hun homoseksualiteit stiekem buiten de deur praktiseerden.'

Wat hij maar wil zeggen: 'De conservatieve krachten zagen in aids een aanleiding om de tijd terug te draaien. In Nederland gold dat voor het cda. Daarnaast had ook de machtige politiek correcte gemeente er belang bij om het gevaar van aids voor hetero's op te blazen. Progressieve mensen waren bang was voor stigmatisering van homo's, drugsgebruikers en zwarten. Om dat te voorkomen moest iedereen maar aan banden worden gelegd. En dat is gelukt, vooral door de krankzinnige media-aandacht voor aids. Iedereen werd bang, vermoedelijk omdat aids appelleerde aan de diepe angst die mensen toch al hebben voor seks en dood. Het is schrikbarend hoe goedgelovig mensen zijn.'

'Maar ja', weet Voskamp, 'dit is nog steeds geen populaire mening. Mijn vriendin is het er ook hartgrondig mee oneens. Ze zei net nog dat zij wel degelijk mensen kent die op vakantie in Italië besmet zijn geraakt.'

Pragmatische bestrijding

En zo is het maar net, zegt Willeke Bezem er. 'Soms was het wel degelijk raak. Dat hoorde je dan in de beslotenheid van de therapiekamer.' Bezemer gelooft niets van kongsi's die tot doel hadden om de seksuele vrijheid aan banden te leggen. 'Zeker in Ne derland niet. Ik vond juist dat aids hier heel pragmatisch werd bestreden. Daarom is de voorlichting over hiv en aids hier ook zo goed aangeslagen. Het hielp echt dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd was. Daarom waren homoseksuelen veel bereikbaarder voor voor lichting en preventie. Ze waren vindbaar en aanspreekbaar, dat was in andere landen wel anders.

'Überhaupt werd in Nederland vrijer gesproken over seks, waardoor ook jongeren makkelijker aanspreekbaar waren. Je zag echt een grote daling in het aantal geslachtsziekten bij jongeren. Er werd ook niet gezegd: vrij niet. Maar wel: vrij veilig.'

Elders ging het anders. Bezemer: 'In een land als Zwitserland zijn veel meer mensen besmet geraakt. Ook hetero's, vanwege het taboe op drugsgebruik. In Nederland werden meteen omwisselingsprogramma's voor spui t en opgezet, dat was in Zwitserland uit den boze. Dat heeft veel levens gekost. Er zijn ook vrouwen en kinderen door overleden. De aidspreventie was daar van puur conservatieve snit. Daar stonden borden langs de snelweg met daarop twee trouwringen met de tekst: Aidsgefahr, bleib treu.'

Wat wel eigenaardig was, vindt Bezemer, was het afraden van het testen op aids. 'Ze wilden mensen niet opzadelen met de kennis dat ze geïnfecteerd waren, terwijl ze nog geen symptomen hadden. Dat zou stigmatiserend kunnen werken, bovendien: er waren nog geen medicijnen, dus je kon weinig met de wetenschap dat je geïnfecteerd was. Maar ondertussen wisten ze toch ook dat hiv zeer besmettelijk was. Mensen die geïnfecteerd waren, maar het niet wisten, bleven nu wellicht onveilig vrijen en brachten daarmee, zonder het te willen, anderen in gevaar.'

Vrouwencondoom

Zeker, er kon soms ook gelachen worden om het getob dat de angst voor aids teweegbracht. Om het beeld van masturbatieclubs ('neuken, kontlikken en pijpen verboden') voor homomannen, bijvoorbeeld. Of om de introductie van het vrouwencondoom, dat gepaard ging met discussies tussen feministische vooren tegenstanders. Of om het pleidooi van de psychologe Rita Kohnstamm voor de herwaardering van 'manuele seksualiteit ('Masturbatie ... deux is nog altijd onvolwaardig'). Willeke Bezemer was aanwezig bij de presentatie van het beflapje in De Flint in Amersfoort. 'Dat werd met verve gedemonstreerd door een paar lesbiennes. Zo handig en het kostte niks, zeiden ze. Ik was eens bij de kaakchirurg, ik lag achterover in die stoel en ik kreeg zo'n stuk plastic in mijn mond geklemd. Ik dacht: verdomd, als dit geen beflapje is. En jawel: het bleek dat het beflapje inderdaad van de tandarts af kwam.'

Desondanks, zegt onderzoeker John de Wit: 'Ik herinner me de jaren tachtig vooral als een tijdperk van zorg. Vaak krijg je het idee dat het toen alleen maar om geld ging, om yuppen, om economie. Voor mij was aids veel meer de rode draad.'

De piek van de aidsangst lag rond 1987. Dat jaar kwam ook de film Fatal Attraction uit. Het nachtmerrie-achtige scenario waarin een eenmalig slippertje van een getrouwde man gruwelijke gevolgen heeft, ging de geschiedenis in als een treffend commentaar op de tijds geest waarin seks gelijk stond aan gevaar.

Begin jaren negentig verdween de paniek een beetje, niet alleen omdat het aantal infecties in het Westen afnam (in ontwikkelingslanden niet), maar ook omdat infecties vooral beperkt bleven tot de risicogroepen.

'En er trad gewenning op', aldus John de Wit. 'Er waren nog altijd geen medicijnen, dus er ontstond het idee: we moeten eraan wennen dat mensen doodgaan. Het verdriet bleef, maar de paniek verdween.'

Erop, eraf

De vraag is of er naast het getob ook nog iets positiefs voortkwam uit het aidstijdperk. John de Wit, die de kwestie beschouwt uit homoperspectief: 'Het goede nieuws was dat aids niet heeft geleid tot uitsluiting van homoseksuelen. In sommige landen heeft aids zelfs emancipatorisch gewerkt. Daar werden homo's bijna gedwongen zich te organiseren.'

Willeke Bezemer, die de kwestie voornamelijk bekijkt vanuit het vrouwenperspectief: 'Het klinkt cynisch, maar ik denk dat de ontwikkelingen in de jaren tachtig nodig waren om de seksuele vrijheid van de jaren negentig te bereiken. Je moet niet vergeten: het Hite-rapport, het eerste rapport van en over vrouwen en seks, stamt uit 1976. Daar stonden voor het eerst dingen in als: penetratie hoeft niet altijd. En: het erop, eraf, erin, eruit, daar hebben we ook niet altijd zin in. En: wij vrouwen hebben het ook voor het zeggen en wij vinden aaien, strelen en intimiteit nou eenmaal belangrijk. Door aids werd die vanilleseksgedachte, het idee dat penetratie niet zaligmakend was, plotseling populair. Wat daarbij hielp was dat Nederland een pilslikkend land is. Condooms waren hier veel minder gewoon dan in bijvoorbeeld ZuidEuropa. Condoomgebruik heeft hier altijd moeilijk gelegen. Veel vrouwen dachten van een man die condooms bij zich had toch iets van: hij neukt een beetje in het rond en nu toevallig met mij. Je gaf eigenlijk toe dat je onbetrouwbare seksuele contacten had.'

Zeker, in de jaren negentig werd weer rap afstand gedaan van de softe benadering van seks. 'Maar nu kwam het duidelijk voort uit de keuze van vrouwen zelf', denkt Bezemer. 'Dat is een essentieel verschil. Vrouwen zijn zich zelfbewuster gaan opstellen vanuit het idee dat ze ook nee mogen zeggen. Dat is toch echt winst.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden