Ahmed de ijsbreker

Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb van Sociale Zaken glorieert in Marokko. ‘We zijn trots dat meneer Aboutaleb ons land in een ander land representeert.’

Ahmed Aboutaleb heeft er zijn kloffie voor aangetrokken. Wit sportshirt, gemakkelijke stappers. De krijtstreeppantalon – een restant van het officiële bezoek van een uur geleden – staat er enigszins misplaatst bij.

Chique gehakte dames heeft hij zojuist teruggestuurd naar hun hotelkamer. ‘Daar kun je niet vijf kwartier op lopen. Trek alsjeblieft iets comfortabelers aan.’

Met zwaailichten gaat het eerst naar de Oudayahs (forten) en dan naar de Medina, de toeristische trekpleisters van Rabat, Marokko. Anderhalf uur vakantie in een vol programma van bedrijfsbezoeken en diplomatieke besprekingen.

Handelsmissie
Aboutaleb is in zijn element. Voor het eerst bezoekt de PvdA’er zijn geboorteland in een officiële rol: die van Nederlands staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Collega Frank Heemskerk, Economische Zaken, ook PvdA, vroeg hem mee op handelsmissie. Om samen ‘het beste van Nederland in de etalage te zetten’: onze kennis van water, van duurzame energie en vastgoed, arbeidsbemiddeling, onderwijssystemen. Om opdrachten en samenwerkingverbanden binnen te halen – profijtelijk voor zowel de vijftig aangeschoven Nederlandse bedrijven als voor het gastland.

Aboutaleb regelt contacten voor bedrijven, laat hun visitekaartjes soepel in zakken van ministers en burgemeesters glijden, masseert en enthousiasmeert. Maar bovenal: hij geniet.

Het hoogste woord, de meeste aanspraak, duizendmaal schouderkloppen, arm in arm of hoogwaardigheidsbekleders (m/v) omhelzend. Met zichtbaar plezier staat hij de lokale pers te woord, groepjes mannen zwermen de hele dag om hem heen.

‘It’s like travelling with a moviestar’, zegt Heemskerk als hij op de tweede avond het handelsdiner opent. Het is zijn verklaring voor de verlate komst van de bewindslieden. Aboutaleb vond bij de Rembrandt-tentoonstelling die hij zojuist heeft geopend, door alle aanspraak moeilijk de weg naar buiten.

Kielzog
Heemskerk leidt de missie, maar loopt vier dagen in het kielzog van zijn collega. Waar Heemskerk op Engels overschakelt vanwege zijn belabberde Frans, spreekt Aboutaleb vloeiend Arabisch. Terwijl Heemskerk vooral de zakelijke kant behartigt en de Nederlandse handelswaar tracht te verkopen, steelt Aboutaleb de show met verhalen over zijn jeugd tussen koeien en ezels, kapot gelopen schoenen, zijn analfabete moeder.

Heemskerk wil als ‘salesmanager’ van Nederland profiteren van de grote Marokkaanse gemeenschap binnen onze grenzen. ‘In Nederland wonen 350 duizend Marokkaanse Nederlanders. Dit kabinet ziet dat als kracht. Dat kan in de handelsrelatie met Marokko veel opleveren.’

En dus, moet hij hebben gedacht, stap één: breng je eigen Marokkaanse staatssecretaris in stelling. ‘Niet zomaar een leuk ideetje’, licht Heemskerk toe. ‘Ahmeds aanwezigheid heeft grote impact. Mensen kennen hem.’ Wie Aboutaleb aan het werk ziet, ziet gesprekspartners ontspannen. Heemskerk ervaart hetzelfde. ‘Gesprekken zijn losser, informeler. Ahmed breekt het ijs. Dan krijg je als handelsdelegatie meer los.’

Handige schakel
Minister Abdellatif Maâzouz van Buitenlandse Handel maakt graag even tijd voor de Nederlandse journalisten. Ook hij ziet in Aboutaleb een handige schakel in de Marokkaans-Nederlandse verhoudingen. ‘Ik spreek Engels. Maar dat hij Arabisch spreekt, vergemakkelijkt de contacten aanzienlijk.’

Ondanks vierhonderd jaar betrekkingen zijn de Nederlandse investeringen (120 miljoen euro) een peuleschil vergeleken bij die van Spanje en Frankrijk.

Ook de 650 miljoen euro aan in- en export tussen beide landen is nog niet wat het moet zijn, vindt Maâzouz. ‘Nederland en Marokko moeten elkaar beter leren kennen. Collega Aboutaleb kan daar een grote rol in spelen.’

De handelsmissie in deze eerste week van juni is doorspekt van optimisme. Marokko gaat het de komende jaren helemaal maken, als doorvoerhaven van Europese spullen naar de rest van Afrika. Sinds een jaar of tien is het land politiek stabiel, er zijn grootse investeringsprogramma’s in het toerisme, de transportsector en de landbouw en vanaf 2012 is er een vrijhandelsakkoord met de Europese Unie. De verhoudingsgewijs lage jaarlijkse groei van slechts 1,7 procent (bij een bevolkingsgroei van 1,4 procent) lijkt niemand iets te deren.

Begin april, toen een Marokkaanse delegatie Nederland aandeed, was de animo van Nederlandse bedrijven ook al groot. Er kwamen 150 mensen op af, de zaal was te klein.

Enthousiasme
Het enthousiasme is in Marokko niet minder. ‘Er heerst een stemming van: Marokko gaat het maken’, zegt Arnold Birkhoff. Hij en zijn collega Naïma el Yousfi zijn namens het Rotterdamse advocatenkantoor Kneppelhout & Korthals ingevlogen. ‘Ik proef de mogelijkheden, het enthousiasme. Het doet wat met je.’

Ze waren gewaarschuwd. Al direct bij het welkomstwoord in Casablanca – de eerste halte – kreeg de delegatie de mindere kant van de Marokkaanse handelsgeest voorgespiegeld. Zakendoen in Marokko vergt geduld, zegt Abdelkarim Akoudad, directeur eigenaar van Respect Cleaning Products. Hij heeft ervaring. ‘Directe verkoop bestaat niet in Marokko. De kans is groot dat je het gevoel hebt met een order op zak de deur uit te lopen, terwijl later het tegendeel blijkt. Je moet in Marokko niet gaan pushen.’

Ook de missiefolder van het Nederlandse ministerie waarschuwt: een betrouwbaar persoon vinden is lastig (werk liever met vrouwen!). De bureaucratie is een obstakel, slechts een enkeling spreekt Engels en cheques moeten fysiek naar de bank worden gebracht.

Stempels
Nabil Derrazi, directeur van de Marokkaanse tak van verzekeraar Agis, weet er alles van. ‘Het is niet makkelijk om je hier te vestigen. Al is het een telefoonaansluiting – je moet overal stempels voor halen. Je hebt voor alles een vergunning nodig, waar je heel lang op moet wachten.’

Na nog wat do’s and don’ts – géén koekjes afslaan, wél zoenen als een man daar aanstalten toe maakt – was de delegatie op pad gegaan.

Aboutaleb hanteert de ‘culturele en taalkundige sleutels’, zoals hij het zelf noemt. Maar niet voordat hij de delegatie de smaak van Rabat heeft laten proeven. Op eigen initiatief last de staatssecretaris op de derde dag anderhalf uur pauze in – ‘die Oudayahs, die móet je hebben gezien’. Om zijn gevolg vervolgens als een geboren reisleider door weelderige tuinen te leiden, via zijn favoriete uitzichtspunt over de baai, door smalle straatjes met allerhande winkeltjes in tapijten, specerijen, theeservies.

Druk gebarend vertelt hij over de houten stok die dwars voor de ingang van een kraampje ligt. ‘De eigenaar is even weg. Hij gaat ervan uit dat niemand iets meeneemt.’ Over de groene zeep die in badhuizen wordt gebruikt, over Koranteksten op houten paletten, over de rieten daken die de markt overkoepelen. ‘Ik heb het zo vaak gedaan, ik weet nog precies hoe je dat maakt.’

Familie
De Marokkaanse pers volgt hem op de voet. ‘We zijn trots dat meneer Aboutaleb ons land in een ander land representeert’, verwoordt een journaliste van de nationale tv-zender. Geen onvertogen woord over migranten die hun land in de steek laten. Marokkanen zijn het gewend, velen hebben familie in Europa.

Van de radio tot het vakblad Mijn & Energie: ze komen voor Aboutaleb naar het Energieseminar, naar de ondertekening van joint ventures tussen Nederlandse en Marokkaanse ondernemingen. De opening van Amsterdam Delights, een stroopwafelfabriekje van de Rotterdamse Marokkaan Mimoun El Arkoubi, is die avond op twee nationale tv-zenders te zien.

Het is de trend van de laatste jaren: remigranten die in Marokko hun eigen bedrijf beginnen. ‘Van niets iets maken’, zegt Aboutaleb, ‘daar zijn wij Marokkanen goed in.’

De staatssecretaris geeft tegen elke journalist hoog op over hoe goed Nederland hem behandelt. Hij is er sinds zijn 15de, klom via de hts en de journalistiek op tot wethouder van Amsterdam. ‘Wat moet dat voor een land zijn, waar je als Marokkaan uit een arm gezin in het kabinet belandt? Je kunt het in Nederland maken, ongeacht je afkomst.’

Handelsfeestje
De toegenomen Nederlandse weerzin tegen buitenlanders is geen onderwerp voor een handelsfeestje. Voor zover hij wrokkig is over de motie van wantrouwen van Geert Wilders – die vindt dat mensen met een dubbele nationaliteiten niet in de regering thuishoren – slikt de staatssecretaris dat in. ‘Nederland is een gastvrij en vriendelijk land.’

Het vakantiebezoek aan de Oudayahs loopt ten einde. Een pak dadels en vele onderonsjes met marktkooplui rijker, stapt Aboutaleb naast Heemskerk in de gepantserde BMW. Met zwaailichten naar het hotel, omkleden en door naar de minister van Onderwijs.

Marokko heeft de primeur: voor het eerst zijn bij een handelsmissie niet alleen bedrijven present, maar ook scholen. Ze zoeken stageplekken en uitwisselingsprogramma’s. Of hopen – zoals de watermanagement- en toerismeopleidingen – een graantje mee te pikken bij het opleiden van de lokale bevolking.

Zeven scholen reisden in de eerste week van juni met Heemskerk en Aboutaleb mee: van ROC Mondriaan (Den Haag) en scholengroep Amarantis (Noord-Holland en Utrecht) tot de NHTV (Breda).

Zo ook de Hogeschool Rotterdam, met docent Jan Roel van Zuilen van de Engelstalige opleiding International Business and Management Studies. In het vierde jaar moet elke student een semester naar het buitenland: jaarlijks 150 plekken.

Netwerk
‘We hebben een groot netwerk, maar nog niet in Marokko’, zegt Van Zuilen. ‘Steeds meer Marokkaanse studenten bereiken het hoger onderwijs. Die gaan bij een uitwisseling waarschijnlijk graag naar het land van hun ouders.’ Voor Van Zuilen reden om in Rabat het International Institute for Higher Education in Morocco te bezoeken, een private Engelstalige hogeschool met 700 studenten.

Directeur Saâd Kabbaj ontvangt hem in een modern wit kantoor met gekortwiekte groene binnenplaatsen – naar Marokkaans gebruik met muntthee en een schaal vol zoete kunstwerkjes.

De school is ingericht naar Amerikaans voorbeeld, vertelt Kabbaj trots, en heeft inmiddels banden met scholen in Texas en Zweden. Maar van een uitwisseling is het nog niet gekomen.

De directeur twijfelt of hij zijn studenten aan de boze buitenwereld wil toevertrouwen.

‘Kunt u hun veiligheid garanderen? Ze zijn pas 20. Hier in Marokko is het niet zoals in Nederland, weet u.’

De school regelt onderdak, probeert Van Zuilen, en een Marokkaanse ‘buddy’ behoort in Rotterdam tot de mogelijkheden. ‘We hebben een netwerk van coaches. In twintig jaar is er nooit iets ernstigs gebeurd.’

Laatste duwtje
Een dvd en een kleurige brochure moeten het laatste duwtje geven. ‘Nederland is een opwindend land’, zegt Kabbaj dan opeens. En: ‘Onze studenten moeten toch ook eens zelfstandig worden. Anders stoppen we hen na al die jaren nog steeds de lepel in de mond.’

Zijn scepsis lijkt als sneeuw voor de zon verdwenen. ‘Ik ben zeer geïnteresseerd in uw voorstellen.’ Agenda’s trekken dan maar, voor een afspraak in Nederland?

Kabbaj en zijn onderdirecteur knikken beleefd. Met: ‘Ik ga mijn directeur vragen u te bellen’, neemt Van Zuilen afscheid. Buiten gehoorsafstand slaat de twijfel toe. ‘Ze klonken wel heel positief. Zouden ze het ook echt menen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden