Ahmed Aboutaleb

Ahmed Aboutaleb (47) is gevormd in de omgeving van zijn vroege jeugd. Daar was de natuur ruig, ‘word je ongelooflijk hard gemaakt’ en moest hij al jong man zijn....

Dat lage houten tafeltje – Ahmed Aboutaleb ziet het nog steeds voor zich. Elke dag, zodra hij uit de lagere school kwam, pakte hij thuis dat tafeltje, zette het in de schaduw van de boom, ging op de uitgedroogde grond zitten en sloeg zijn schriften open. Huiswerk maken. Zijn klasgenoten in Aghil ou Madghar waren aan het voetballen, of joegen in de scherpe Marokkaanse zon op vogels.

Had u het gevoel dat u anders was dan andere kinderen? ‘Het was niet alleen het gevoel, het was feitelijk zo. Ik was zo afwijkend, zo’n studje. Ik wilde leren, ik wilde weten. De drang was er op de een of andere manier; die kwam van binnenuit.’

Altijd opmerkelijk, kinderen die van zichzelf zo leergierig zijn. ‘Toen ik in Nederland naar de lts ging, kreeg ik een wiskundeleraar die na de les in de klas bleef zitten. Kinderen konden vragen stellen over hun huiswerk, of alvast vooruit leren. Ik maakte daar altijd gebruik van, met nog drie anderen. De rest ging buiten lol trappen. Sleutelen aan hun Puch.’

U had geen Puch. ‘Nee, ik ging lopend naar school. Pas later, toen hij wat geld had gespaard, kreeg ik een fiets van mijn vader. Ik vond het zo raar dat die jongens buiten op het plein kostbare tijd aan het verspelen waren, terwijl er binnen nog zo veel wiskundesommetjes op te lossen vielen.’

En die andere jongens zeiden: nou nou* Hij onderbreekt: ‘O, ik was heel raar. Ik was helemaal niet van deze wereld.’

Je maakt jezelf zo niet populair op school. ‘Maar ik had die behoefte ook niet. Dat groepsgevoel heb ik nooit gehad. Ik vond niet dat ik bij hen moest passen, ik vond dat ze bij mij moesten passen. ‘Kom lekker wiskundesommetjes maken’, dacht ik. ‘Je moet bezig zijn met je toekomst.’’

Ik hoef niet bij jullie te horen, je kunt beter bij mij horen. ‘Klinkt heel arrogant, maar dat vond ik echt.’ Eigen koers. ‘Ja.’

Op zijn kantoor, in het grote glazen ministerie van Sociale Zaken, liggen al twee Feyenoord-sjaals. Cadeautjes voor de nieuwe burgemeester van Rotterdam. ‘Geweldig’, bedankt de staatssecretaris, terwijl hij het Feyenoord-T-shirt uitpakt – nog een cadeautje. Hij knoopt allebei de sjaals om, houdt het T-shirt voor. Vrolijk: ‘En, hoe staat het?’

Gaat u nu Feyenoord-supporter worden, of mag ik dat nog niet vragen? Ineens formeel: ‘Als het ervan komt, denk ik dat ik met grote interesse de verrichtingen van Feyenoord zal volgen.’ Zijn voorlichtster: ‘Je hebt ook Sparta nog, hè?’ Ahmed Aboutaleb, in een moeite door: ‘Maar ik zal ook Sparta volgen.’

Bij uw voordracht was de ene reactie: ‘Geweldig dat iemand van Marokkaanse afkomst burgemeester van Rotterdam kan worden.’ De andere reactie: ‘Schande, een Marokkaan als burgemeester.’ Is het niet frustrerend dat telkens uw afkomst voorop wordt gesteld? ‘Het is soms vermoeiend. Maar het is de prijs die je betaalt als je altijd de eerste bent. Ik ben ervan overtuigd dat het voor degenen die na mij komen geen rol meer speelt. Al hangt hun lot wel af van de vraag of ik het goed doe.’ Glimlach. ‘Ik hoorde over mezelf de grap: we zeggen zo vaak over migranten dat ze lui zijn. Nu hebben we er hier eentje die wil werken, is het ook weer niet goed. En er was een cartoon: ‘Aboutaleb stopt niet, die gaat voor koningin.’ Koningin – dat vond ik zo mooi.’

Wat denkt u als er wordt gezegd: ‘We willen geen Marokkaan als burgemeester?’ ‘Ik word daar sterk door. Dan denk ik: blijkbaar raak ik iets, in de samenleving. Mijn politieke carrière is nooit zonder slag of stoot gegaan. De voordracht stond op de voorpagina’s van alle kranten. Het maakt wel iets los.’

U bent een rolmodel. Als u een uitglijder maakt, wordt u daar harder op afgerekend. ‘‘Zie je wel’, krijg je dan te horen, ‘we hebben het altijd al gezegd. Hij deugt niet.’ Ja, dat is soms een zware last. Maar die tors ik. En dat kan ik blijkbaar.’

Zei hij blijmoedig. ‘Dat kan ik blijkbaar, ja.’

Bent u extra op uw hoede, vanwege uw afkomst? ‘E-n-o-r-m. Dat spreekt toch voor zich?’

Uw neefje reed eens in de auto van zijn moeder, zonder rijbewijs. Toen zei u: ‘Dat kun je niet maken. Stel dat de politie je had aangehouden. Je draagt mijn naam.’ ‘Klopt, ja. Ik heb hem flink op zijn donder gegeven.’

Ahmed Aboutaleb gaf toestemming voor een portretterend interview, maar vindt het ongepast al te praten over zijn visie op Rotterdam, en hij wil niet te diep ingaan op zijn familie. Uit overwegingen van veiligheid en privacy.

Werkt uw vrouw? ‘Ja.’

Denkt u dat uw echtgenote het leuk vindt om burgemeestersvrouw te worden? ‘Dat weet ik niet. Ik heb gekozen voor een publiek bestaan, ik zit in de politiek. En ik vind dat mijn familieleden, mijn kinderen, mijn ouders, daarvan vooral op afstand moeten blijven. Je moet je eigen mensen soms beschermen tegen een al te opdringerige kijk in hun privé-omstandigheden.’

Maar u heeft het er met haar nog niet over gehad of ze het leuk zou vinden? ‘Nee.’ Daar praat je toch over, bij zo’n sollicitatie? ‘Je bespreekt wel hoe het op zo’n plek gaat. Vervolgens realiseer je je dat er allerlei plichtplegingen aan vastzitten. Maar ík moet die functie vervullen, niet mijn familieleden.’

Ik begrijp dat u terughoudend bent. Maar toch. De Rotterdammers willen ook weten: ‘Hij wordt de nieuwe burgervader*’ Lachend: ‘En wat krijgen we erbij?’

Eigenlijk wel, ja. ‘Wait and see.’

U komt op de buitenwereld over als een serieuze, wat afstandelijke man. Een vriend zei over u: ‘Dat heeft misschien ook wel te maken met het onherbergzame landschap waar hij vandaan komt – dan leer je je emoties niet snel prijs te geven.’ ‘Je moet overleven. De natuur is ruig, geeft niet snel mee. Door zo’n omgeving word je ongelooflijk hard gemaakt. De kleinste tegenvaller kan grote gevolgen hebben. ‘Ik kom uit een samenleving waar je snel man moest zijn. En ik moest heel snel man zijn, want er was verder geen man in het gezin. Mijn vader zat in Nederland, en mijn opa was overleden. Een keer per jaar kocht ik graan en hooi in, voor thuis, en voor de beesten. Elke avond liep ik een rondje om het huis, om te kijken of alle luiken goed dichtzaten. En ik was het aanspreekpunt voor het gezin. Het werd niet normaal gevonden als mijn moeder dat deed. Toen was ik 12, 13 jaar. ‘Ik snap wel, dat ik overkom als afstandelijk. Het zij zo. Maar vraag het ook eens aan de mensen die me persoonlijk kennen.’

Uw vriend zei: ‘Binnenin borrelt het bij hem volop.’ ‘Ik denk dat het in ons werk verstandig is even tot 10 te tellen voor je iets zegt. Maar het kan soms knetteren, ja. Knetteren. ‘Soms is het goed om te laten zien dat je als politicus ook maar een mens bent. Bij het uitspreken van mijn beroemde speech in de Al Kabir moskee ben ik gered door het applaus. Dat duurde gelukkig zo lang dat ik de tijd had om de brok in mijn keel weg te slikken en water te drinken.’

Hij was nog maar een paar maanden wethouder in Amsterdam toen Theo van Gogh werd vermoord. Een dag na de moord verdedigde Aboutaleb fel de belangrijkste Nederlandse waarden, in de zinderende moskee. Vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting, het anti-discriminatiebeginsel. ‘Een ieder die deze waarden niet deelt, doet er verstandig aan zijn conclusies te trekken en te vertrekken’, hield hij zijn geloofsgenoten voor.

U werd daarna voor de televisie geïnterviewd door Felix Rottenberg. Tijdens dat gesprek kreeg u te horen dat u moest onderduiken. ‘Mijn assistent kwam binnen: ‘Je moet het interview even onderbreken.’ Toen vertelde hij dat ik burgemeester Job Cohen moest bellen, die ergens in Den Haag zat. Verschrikkelijk vond ik dat, dat hij zo veel tijd en energie moest steken in Den Haag. Met het beantwoorden van de schuldvraag: wie wist wat?’

U dacht: hij kan beter in Amsterdam zijn. ‘We hadden Job Cohen zó nodig in Amsterdam. Ik vond dat Den Haag hem zo opeiste, om uitleg te geven aan allerlei ministers, die zelf naar de Kamer moesten. ‘Ik kreeg hem aan de telefoon en hij zei: ‘Ahmed, je wordt hedenavond nog in beveiliging gebracht.’ Daarna moest ik het gesprek hervatten met Felix Rottenberg. Volgens mij onderging het interview vanaf dat moment een gedaanteverandering. Er is een Aboutaleb van voor, en van na de waarschuwing. Het was ineens persoonlijk geworden.’

Wat was de impact op uw gezin, dat u in een safehouse werd ondergebracht? ‘Enorm. Enorm. Kinderen weten niet wat hun overkomt. Op een dag prijken er vier foto’s op de voorpagina van De Telegraaf, onder de kop ‘Dodenlijst’. Daar sta ik dus tussen. Páts. Diezelfde foto wordt ’s avonds vertoond in het Journaal – dat is dus de voorpagina van Nederland. Iedereen kijkt ernaar. En je kind moet gewoon de dag daarop weer naar school.’

Wat zeiden uw kinderen tegen u? ‘Heel veel. En ook heel veel weer niet. Ik herinner mij dat een van mijn kinderen zei: ‘Papa, je bent een held. Maar ik wil niet dat je doodgaat.’ Dat raakt je diep.’

Wat dacht u toen? ‘Je bent natuurlijk ook flink. Dus je zegt tegen je kind: ‘Natuurlijk ga ik niet dood. Er wordt goed voor me gezorgd. Kijk eens, hoeveel beveiligers ik om me heen heb.’ Bovendien: je moet niet alles geloven wat je leest. ‘Mijn moeder vond het erger dan wie dan ook. Ze begreep er niet zoveel van. Anderen zeiden tegen haar: ‘Je zoon wordt met de dood bedreigd.’ Ontroostbaar was ze.’

Uw toespraak heeft u persoonlijk veel gekost. Was het dat waard? ‘Ja. Ja. Voor mezelf heb ik het gevoel dat ik, misschien een heel kleine, maar toch een voetnoot ben in de geschiedenis. Ik denk dat mijn speech een bijdrage heeft geleverd aan de rust en de stabiliteit van de stad. Mijn optreden deed ertoe, vonden velen. Ik had de juiste toon, voor dat moment.’

Heeft u zich wel eens schuldig gevoeld, tegenover uw gezin? ‘Voor familieleden was dit een heel zware tijd, maar ik heb me niet schuldig gevoeld, zeker niet. Je kunt moeilijk van een brandweerman vragen zich schuldig te voelen, als hij druk bezig is een brand te blussen. Want dat is waarover je spreekt. Crisismanagement is ook brandweer spelen. ‘In dit werk doe je je familie altijd tekort, al is het maar vanwege tijdgebrek. Het gaat ten koste van je sociale contacten. Alleen in de kleine uurtjes kun je je dierbaren zien.’

Ik hoorde van bekenden over uw lastigste eigenschap: hij is zo perfectionistisch. En streng.

Ook voor zichzelf. Alles moet een tien zijn. ‘Ja, ik wil wel de sleutels terugvinden op de plek waar ik ze heb neergelegd. En als je ze opgeruimd hebt, moet je het tegen me zeggen.’

Het lijkt me best moeilijk, met u samen te leven. ‘Dat valt wel mee, hoor. Ik hou van sommige regelmaat, omdat het anders niet te doen is. Als mensen je spullen gebruiken, wil je dat ze die terugleggen op dezelfde plek. Anders wordt het lastig zoeken. Zeker als je tijd schaars is.’

Wat me opvalt bij u: zodra u praat over uw vrouw, gaat u zo veralgemeniseren. Alsof de publieke zaak zo belangrijk is dat u de rest een beetje vergeet. Meteen: ‘Nee, nee, zo is het zeker niet. Ik ben gewend me uit te drukken zoals ik me uitdruk. Zo praat ik. Als ik privé iemand een sms’je stuur, krijg ik er weleens eentje terug: ‘Kan het iets minder zakelijk?’’

Hoe komt het dat u zo formuleert? ‘Ik denk dat je in het leven staat zoals je praat. Ik heb wel eens gehoord dat mijn dochter praat zoals Aboutaleb praat. Blijkbaar zit het in de familie. Ik ben zoals ik ben. En ik ga me niet anders voordoen dan ik ben. Maar dan zeggen anderen weer: afstandelijk.’ Later: ‘Ik ben door veel vooraanstaande vertegenwoordigers uit de Marokkaanse gemeenschap verketterd om die speech. ‘Hij doet het alleen om er zelf beter van te worden’, zeiden ze. Dat vond ik heel erg. ‘Ik werd gevraagd me kandidaat te stellen voor het wethouderschap in Amsterdam. Ik besloot het niet te doen, had een keurige directeurspositie bij de gemeente Amsterdam. Op de dag van de stemming in de gemeenteraad liep ik met een zelfgeschreven persbericht op zak – dat hoefde ik alleen nog maar openbaar te maken. Op dat moment belde Schelto Patijn, toen al oud-burgemeester. ‘Ahmed, ik begrijp dat je het niet doet. Ik wil daarover met je praten.’’

Is hij het geweest die u heeft overgehaald wethouder te worden? ‘Volgens mij heb ik zijn naam nog niet eerder genoemd, nee. Maar Schelto Patijn heeft me over de streep getrokken, zwaar zijn invloed laten gelden. ‘Aboutaleb doet alles voor een mooie carrière’, krijg je dan later te horen. ‘Hij gaat hielenlikkend door het leven.’ Maar als Patijn niet op dat tijdstip had gebeld, was dat persbericht uitgegaan. En had mijn leven waarschijnlijk een andere dynamiek gekregen.’

Dan was u nu misschien geen burgemeester geworden. ‘Een ambtelijke carrière had dan meer voor de hand gelegen, ja.’

Dacht u al eerder na over een burgemeesterschap? ‘Al heel lang geleden zei Hans Dijkstal een keer tegen me: ‘Je moet burgemeester worden.’ Maar ik heb dat altijd weggeparkeerd.’

Uw vrouw zei in 2001, in een NRC-profiel over u* ‘Ahmed zou nog wel eens burgemeester willen worden.’ Dat was toen haar vermoeden. Volgens mij heb ik het nooit zo expliciet tegen haar gezegd.’

In Rotterdam is een hoop gedoe over de Megamoskee. Kunt u zich voorstellen dat autochtone bewoners moeite hebben met minaretten die hoger zijn dan de lichtmasten van Feyenoord? ‘Ja, dat kan ik me wel voorstellen. Ik geef een globaal antwoord, omdat het me niet verstandig lijkt in te gaan op de Rotterdamse kwestie. Maar ik vind dat stichters van moskeeën niet voorbij moeten gaan aan legitieme angsten bij de bevolking. Veel mensen zijn oprecht bang. Dan kun je niet zeggen: ‘Jullie zijn xenofoob, ik bouw gewoon mijn moskee zoals ik het wil, want van de wet mag het.’ De stichters van dit soort initiatieven moeten de wijsheid hebben een stapje terug te doen.’

Uw vroegere dorpsgenoten uit Beni Sidel noemden u net zo consciëntieus als uw vader, de imam. Die leerde als kind de Koran uit zijn hoofd, door rondjes te lopen rond de moskee, vertelden ze. Zo ving hij op wat er binnen werd gezegd. ‘Alle jonge imams hadden trucjes om de koran in hun hoofd te stampen. Rondjes om de moskee lopen was een gebruikelijk trucje. Nog steeds, hoor, voor de leerlingen van de Koran-school.’

Hoe werkt het geloof door in uw dagelijks leven? ‘Ik ben een gelovig mens. Dat helpt mij. Omdat er dingen zijn die ik rationeel niet kan verklaren. Ergens begint dan het geloven. Mensen zeggen ook vaak, intuïtief: ‘Ik geloof dat* Ja, ik geloof*’

Kunt u een voorbeeld geven van dingen die u rationeel niet kunt verklaren? ‘Oe, die zijn er zo veel. Over het magnetisme bestaan allerlei theorieën. Licht, is dat een deeltjesverhaal of een golfverhaal? Soms weet je niet, waarom iets is, of iets niet is. Ineens is er leven, ineens is er geen leven meer. Dat hele verhaal over de oerknal* Ook zo moeilijk verklaarbaar: waarom kom ik ineens een bekende tegen in de lift in New York?’

Het toeval. ‘Ik heb er zo mijn vragen bij. Ik vind het ook zo bijzonder dat bewoners van veel islamitische landen zich niet verzekeren. ‘Dat ik nu eet, was voorbestemd’, zeggen ze. ‘Wat ik vanavond eet, was ook voorbestemd. Dat ik over enige tijd doodga op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plek, staat ook vast. Dus waarom zou ik me verzekeren? Alles wat ik doormaak in mijn leven staat toch al beschreven?’’

Gelooft u daar ook in? ‘Niet in deze mate. Maar ik vind het wel een rustgevende gedachte. ‘Op het werk doe ik niets aan mijn geloof. ’s Avonds, thuis, ben ik er wel een kwartiertje mee bezig. Dat werkt verlichtend. Even zijn er geen machtsverhoudingen aan de orde, geen grote aardse zaken, geen wetsvoorstellen. Ik trek me terug en vraag, via een smal lijntje: ‘Help me een goed mens te zijn.’ Dat is het dan.’

Vroeger ging u naar de moskee. ‘Vroeger ging ik naar de moskee.’ Korte stilte. ‘Maar ik durf het niet meer. Zo simpel is het. Je durft het gewoon niet meer.’

Uw inzet voor de publieke zaak lijkt soms wel een heilige opdracht. Geamuseerd: ‘Een beetje wel, ja.’

Komt dat ook voort uit het geloof? ‘Als je in staat bent een clubje, een gemeenschapje, een dorpje, een stad of de wereld te dienen, moet je dat doen. Als ik dat zou nalaten, had ik het mezelf tot in de eeuwigheid kwalijk genomen. ‘Elke tijd kent zijn mensen, zeggen ze tegenwoordig. Vroeger was het: elke tijd kent zijn mannen.’

En daartoe behoort u? ‘Het welzijn van dit stukje aarde dienen, met zijn bewoners en zijn natuur, drukt bij mij erg sterk. Ik weet niet of dat religieus is, maar het voelt als een zware opdracht. Die soms het bovenmenselijke van jezelf eist.’

cv

Ahmed Aboutaleb

geboren 29 augustus 1961, in Beni Sidel, Marokko

burgerlijke staat Gehuwd met Khaddouj, vier kinderen

opleiding 1976 lts-elektrotechniek; 1983 mts voor luchtvaart en elektrotechniek; 1987 hts elektrotechniek, afstudeerrichting telecommunicatie

Aboutaleb kwam in 1976 naar Nederland. Na zijn opleiding ging hij werken in de journalistiek. Werd daarna onder andere voorlichter van staatssecretaris Simons (Volksgezondheid) en minister d’Ancona. (Welzijn, jeugdbeleid, minderheden, asielzoekers en sport). Was manager van de Sector Communicatie en Publicatie van het CBS.

Werd in 1998 directeur van Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling. Eind 2002 benoemde Rob Oudkerk hem tot sectordirecteur bij de Bestuursdienst van de gemeente Amsterdam. In 2004 volgde hij Oudkerk op als wethouder van Sociale Zaken en Onderwijs.

In 2007 werd Aboutaleb staatssecretaris van Sociale Zaken.

In 2009 begint hij als burgemeester van Rotterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.