Ahmadinejad, neem toch zonnepanelen

Wat zouden die Iraniërs toch met al die energie moeten?..

Michaël Zeeman

Iran moet een van de grootste olie-exporteurs van de wereld zijn en ook in de gasexport kunnen zij behoorlijk meekomen. Vooralsnog lijken de bronnen waaruit zij putten en pompen niet op te drogen en zij voorzien al tientallen jaren niet alleen zichzelf, maar aanzienlijke delen van de wereld van energie. Onder de Perzische Golf heet een kolossale gasbel te liggen, die nu nog niet eens wordt geëxploiteerd. Samen met de Indiërs en de Pakistanen zullen de Iraniërs daarmee de kachels van Europa nog lang kunnen stoken.

Waarom zou je onder die, bijkans ideale, omstandigheden willen gaan experimenteren met kernenergie?

En dát is, zei de Iraanse president Mahmud Ahmadinejad verleden week tegen de Verenigde Naties, toch waarachtig de enige bedoeling van de opwerkingsfabrieken voor uranium die hij op dit moment laat bouwen. Regeren is vooruitzien en wanneer met een eeuw of anderhalf die olie en dat gas op zijn, is het handig dat er alvast voorzien is in vervangende bronnen.

Het zou kunnen.

Maar waarom dan kernenergie? Zij zitten er lekker in het zonnetje, die Iraniërs. Dus misschien moeten wij Pieter Winsemius, nu hij weer even minister is, op ze afsturen om hen ervan te overtuigen dat zonnepanelen werkelijk een stuk goedkoper en minder gevaarlijk zijn. Als ze zich zoveel zorgen maken over de verre toekomst, dan moeten wij ze kalmerend toespreken en de helpende hand bieden.

Allicht kunnen we hun ook iets vertellen over de voordelen van kolonnes windmolens langs de kust.

Mij lijken er goede gronden om de Iraanse leider – de pratende aap, schijnen zij hem daar te noemen – niet meteen op zijn bruine ogen te geloven. Hij heeft al een aantal keren hardop nagedacht over een manier om de Israëlisch-Palestijnse kwestie, die hem ook al zo heftig bezighoudt, in één moeite uit de wereld te helpen. Dat, gevoegd bij de hilarische overbodigheid van opgewerkt uranium voor de niet-bestaande Iraanse energie-problematiek, maakt het plausibeler Ahmadinejads belangstelling voor opwerkingstechnieken toe te schrijven aan een zeker idee over de buitenlandse politiek van zijn land op de korte termijn dan aan onzekerheid over de energiepolitiek op de lange. Al dat dreigen lijkt mij daarvan een serieus te nemen voorbode; wie dreigt moet op den duur immers ook middelen hebben om, als de nood aan de man komt, zijn dreigementen uit te kunnen voeren.

Maar de Franse president Jacques Chirac gelooft zijn collega uit Teheran klaarblijkelijk wel. Hij denkt dat de belangrijkste westerse landen – ‘de groep van zes’ – Iran niet moeten gaan lastigvallen met hun eigen dreigementen, die van sancties uit naam van de Verenigde Naties voorop. Vooral in de Verenigde Staten wordt daarover beduidend anders gedacht – en waartoe dat kan leiden, valt iedere dag op het nieuws te zien en op de buitenlandpagina’s van de kranten. Geen diepe denkers, die mannen in het Witte Huis en het Pentagon. Eerder doeners, en God beware ons voor dergelijke doeners.

Ook het gesjacher van Chirac roept herinneringen wakker. In 2003 was hij het die zich verzette tegen een Amerikaanse inval in Irak. De Europese Unie was toen tot op het laatste land verdeeld over de vraag of de Amerikaanse ambities gesteund moesten worden of juist bekritiseerd. Het is vrij bizar om, nu de Amerikaanse ergernis over het Iraanse getreiter oploopt, hetzelfde scenario zich haast identiek te zien ontvouwen: heeft er dan niemand een geheugen?

In Le Monde van vrijdag legde de historicus Hussein Hayder Qazwini, die mij een serieuze man lijkt, uit, dat de maître à penser van Ahmadinejad de ayatollah Misbah Yazdi is. Dat is een griezel die zichzelf messianistische doelen heeft gesteld en van messianisme is nog nooit iets goeds gekomen. Een oorlog om olie en religie, misschien moeten wij ons beperken tot een zo’n akkefietje per eeuw.

Daarom is het zaak dat de nieuwe generatie Europese leiders die sedert 2003 aan de macht is gekomen of op het punt staat die over te nemen – Spanje, Duitsland en Italië hebben nieuwe leiders, Groot-Brittannië en Frankrijk krijgen die – nu al probeert de lessen van drie jaar terug ter harte te nemen. De positie van de Europese Unie is een andere dan toen: tien landen groter, in gesprek met Turkije, dat immers aan Iran grenst, en een illusie, namelijk die grondwet, armer.

Even geen gekibbel in de klas, maar een vastberaden pragmatisme vanuit een zeker historisch besef. In de Libanon-crisis, afgelopen zomer, bleek het te kunnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden