Aha! Hier komt het allemaal vandaan

Al eind jaren vijftig werd in het Natlab van Philips 'electrophonische muziek' gemaakt die als voorloper kan worden beschouwd van house en techno....

Hoe zou het met de housemuziek zijn gelopen zonder ingenieur Roelof Vermeulen? Was DJ Tio gewoon slagersknecht geworden? Hadden de broers Stutterheim hun Sensation-feest gehouden in een bollenschuur in Hoogkarspel, ter ere van de zilveren bruiloft van hun ouders? Was er wel house geweest?

Het zijn vragen die bovenkomen bij het beluisteren van Popular Electronics, een cd-box met Nederlandse elektronische muziek die tussen 1956 en 1963 is gemaakt in de Philips Laboratoria. Veertig jaar voordat Nederland zich ontpopte als van dance-naties legden in Eindhoven mannen met hoornen brillen en brillantine in het haar de basis voor techno en alle andere elektronische muziek.

Luister naar de eerste minuut van Song of the Second Moon uit 1957: vette repetitieve synthesizerklanken en een pakkende syncopische melodie. Het zou de herkenningsmelodie kunnen zijn voor een megarave. En - belangrijk voor de housefan - het is analoger dan analoog, want gemaakt op bakbeesten van oscillatoren en tapeloop-machines.

Song of the Second Moon wordt wereldwijd beschouwd als het allereerste elektronische popnummer. Het is nu op cd verschenen dankzij de sonoloog Kees Tazelaar die samen met de componist Dick Raaijmakers de vierdelige cd-box Popular Electronics samenstelde. Tientallen gebroken en beschimmelde geluidsbanden werden opgespoord en omgezet naar cd's van klaterende geluidskwaliteit. Naast de muziek, die een grote aha-hier-komt-het-allemaal-vandaan-beleving teweegbrengt, bevat het doosje zeven boekjes vol informatie en beeldmateriaal, mooi vormgegeven door Piet Schreuders.

De afdeling Electrophonische Muziek van het Philips NatLab (Natuurkundig Laboratorium) werd in 1956 opgericht om de componist Henk Badings in de gelegenheid te stellen zijn muziek te produceren voor het ballet Kaen Abel, een Holland-Festivalproductie. Daarna bleef de afdeling bestaan, en werd er onder meer gebruik van gemaakt door Ton de Leeuw en Rudolf Escher. Voor gebruik in het Philips-paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel maakte de componist Edgard Var er zijn beroemde werk Po ectronique.

Onderwijl rees bij Philips het plan om de bezigheden in het Nat Lab, die tot dan toe voornamelijk een prestige-functie hadden, ook commerci aantrekkelijk te maken. Dick Raaijmakers was technisch assistent van Henk Badings toen hem door ingenieur Roelof Vermeulen (onder meer uitvinder van de platte luidspreker) werd gevraagd of hij geen populaire elektronische muziek wilde gaan maken. De titel van de eerste elektronische popsong verwees logerwijs naar het allermodernste van dat moment: de ruimtevaart. Song of the Second Moon, gemaakt onder het pseudoniem Kid Baltan (het omgekeerde van Nat Lab Dik), was dankzij wereldwijde persaandacht al een succes voordat iemand het had gehoord.

Maar er is geen enkel exemplaar van over de toonbank gegaan. Op de b-kant van de single had Raaijmakers een nieuwe versie gezet van Colonel Bogey, het bekende gefloten deuntje uit de film The Bridge on the River Kwai. De weduwe van componist Kenneth Alford protesteerde daartegen en de single werd teruggetrokken. In een interview in de cd-box zegt Raaijmakers weinig te geloven van deze offici Philips-lezing. Waarschijnlijk vonden de bazen van Phonogram het geen goed idee muziek uit te brengen van een onbekende technicus, of het stuk werd te extreem bevonden. Uiteindelijk werd het plaatje weggegeven aan zakenrelaties, waardoor het uiteindelijk toch over de hele wereld op radiozenders te horen was.

Naast allerlei film- en tv-muziek en talloze rariteiten, bevat de box nog een baanbrekend werk van Raaijmakers. In de weekeinden sloop hij het Philipslaboratorium binnen om heimelijk opnamen te maken. In een muzikale variant van action painting raasde hij met allerhande gereedschap door het binnenste van een vleugel. Hij monteerde zijn uitbarstingen tot het stuk Pianoforte. Het lijstje met gebruikt gereedschap, dat in van de boekjes staat afgedrukt, klinkt al even weerbarstig posch als het muziekstuk. Raaijmakers maakte onder meer gebruik van klavierzoolopruimers (fl 6,15), omlegbukken (fl 77,-), halve gang haken (fl 6,85), parallelwerkende kweltangen (fl 35,-) en afvalrichters voor vleugelopstoters (fl 4,25).

Popular Electronics bevat ook het complete elektronische oeuvre van Tom Dissevelt, de in 1989 overleden jazzbassist en arrangeur. Voor Philips maakte hij een reeks elektronische meesterwerkjes, waaronder de concept-lp Fantasy in Orbit - An Astronaut's Inmpressions while Orbiting the Earth. Brian Eno, Mike Oldfield, Pink Floyd en Jimi Tenor blijken allemaal schatplichtig aan Tom Dissevelt. In moderne elektronische muziek komen weinig geluiden voor die niet ook al bij hem te horen waren.

Fantasy in Orbit was het laatste populaire elektronische muziekstuk dat lange tijd in Nederland gemaakt zou worden. Philips sloot de muziekafdeling van NatLab. Opvolger STEM aan de Rijksuniversiteit Utrecht ging zich vanaf 1964 richten op 'serieuze' muziek.

Dissevelt werd begeleider van komieken als Toon Hermans en Wim Sonneveld. Dick Raaijmakers werd in 1965 nog door Stanley Kubrick gevraagd of hij de muziek wilde maken voor 2001: A Space Odyssey. Maar Raaijmakers achtte zijn muziek niet zo geschikt voor film.

De Nederlandse elektropop stierf uiteindelijk een zachte dood. Zonder deze cd-box was het invloedrijke verleden definitief vergeten geweest.

Popular Electronics - Early Dutch Electronic Music from Philips Research Laboratories, 1956 - 1963. Basta. Vier cd's + documentatie. ¬ 59,95. Verkrijgbaar vanaf 3 augustus. www.bastamusic.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden