Agnès Varda (89) bewijst met haar Oscar genomineerde documentaire dat dicht bij jezelf blijven loont

Met haar voor een Oscar genomineerde documentaire Visages Villages bewijst filmmaker Agnès Varda (89) opnieuw dat heel dicht bij jezelf blijven grote zeggingskracht kan hebben. Als er al een rode draad loopt door haar nauwelijks samen te vatten oeuvre, is dat het wel.

Filmmaker Agnès Varda (links) in een bus met filmcriticus Annette Michelson tijdens het New York Film Festival, september 1966.Beeld getty

'Het toeval is altijd mijn grootste helper geweest', zegt Agnès Varda in Visages Villages, de documentaire die ze vorig jaar maakte met de Franse kunstenaar J.R. Het duo kende elkaar net, zij 89, hij 34, met elkaar in contact gebracht door haar dochter. De film maakten ze terwijl ze Frankrijk doorkruisten. Ze ontmoetten mensen, met wie Varda een praatje maakte, terwijl J.R. hen fotografeerde. Hun portretten werden uitvergroot en op muren, verlaten gebouwen of containers geplakt. Visages Villages is niets meer en niets minder. Maar onder die simpelheid schuilt een grote rijkdom. In haar gesprekken, door haar levenslustige interesse in de mensen die ze spreekt, wordt Visages Villages een rijk, optimistisch en ontroerend portret van Frankrijk nu.

De film heeft een Oscarnominatie op zak voor Beste lange documentaire. Daarmee is 2017-2018 een kroonjaar geworden in de lange carrière van de in 1928 in Brussel geboren Franse filmmaker. Afgelopen oktober kreeg ze al een ere-Oscar voor haar oeuvre. Een gelukkig toeval voor de Engelse filmdistributeur Curzon Artificial Eye, die eind vorig jaar een fraaie uitgave verzorgde van acht digitaal gerestaureerde en nu puntgave films uit haar oeuvre - dat overigens niet samen te vatten is.

Varda heeft zich vanaf haar eerste film, in 1955, nooit iets gelegen laten liggen aan conventies en filmde met 52 titels in 62 jaar een oeuvre bij elkaar dat uiteenloopt van experimentele korte films tot persoonlijke lange documentaires en van feministische pamfletten tot ontroerende liefdesdrama's. Geen van alle grote commerciële successen, maar zonder uitzondering op zijn minst originele films.

Voor zover Varda enige bekendheid geniet, is dat opvallend genoeg als 'lid' van een van de beroemdste stromingen in de filmgeschiedenis: de nouvelle vague. Dat was een groepje mannen (van wie Jean-Luc Godard en François Truffaut de bekendste werden) die eerst over film schreven in het tijdschrift Cahiers du Cinéma, vervolgens zelf de camera ter hand namen en met hun revolutionaire stijl (de straat op met handzame camera's!; spreek gerust ín de camera!; maak je niet druk om de continuïteit!; À bout de souffle!) de filmwereld opschudden. Het waren geletterde mannen die hun leven filmkijkend hadden doorgebracht.

Zo niet Agnès Varda. In haar autobiografische documentaire Les plages d'Agnès (2008) zegt ze: 'Toen ik 25 was, had ik niet meer dan tien films gezien. Ik wilde als kind circusartiest worden. De werkelijkheid betekende weinig voor me.' Het verklaart vermoedelijk waarom haar werk onder geen enkele noemer te vatten is - ook niet die van de nouvelle vague - en misschien waarom ze dat toeval zo'n grote rol laat spelen. Als ze in Les plages d'Agnès, die dus over háár gaat, het Brusselse huis bezoekt waarin ze opgroeide en de huidige bewoner enthousiast over zijn verzameling modeltreintjes begint te vertellen, kapt ze dat niet af maar geeft ze hem alle ruimte uit te weiden. De scène krijgt vervolgens een plek in haar film. Haar voice-over: 'Hè, dit deel over het huis van mijn jeugd is mislukt, maar het huis en ik hadden sowieso al geen goede band; we werden gescheiden door de oorlog toen we naar Sète verhuisden.' Waarna ze haar film vervolgt in die stad aan de Middellandse Zee, waar ze een belangrijk deel van haar jeugd doorbracht.

Tekst gaat verder onder de video.

De Oscars

De metamorfose van Gary Oldman in Darkest Hour, de sociaal-satirische horrorhit Get Out, het meesterwerk Call me by your name en de sensatie Lady Bird: lees hier onze mooiste verhalen over de meest bejubelde films van het afgelopen jaar. De uitreiking is op zondag 4 maart.

Sète zou ook de locatie worden voor de film waarmee ze in 1955 debuteerde, nadat ze kunstopleidingen gevolgd had en als fotograaf werkzaam was geweest. La pointe courte is een vrijgevochten vormexperiment en curieuze mengeling van verheven romantisch drama en etnografische documentaire. De film is niet alleen een buitenbeentje in de nouvelle vague (al wordt hij vaak als wegbereider betiteld - À bout de souffle verscheen pas vijf jaar later), maar ook in Varda's oeuvre.

Zo pretentieus als in La pointe courte is ze nooit meer geweest. Maar één kenmerk uit haar debuutfilm heeft Varda de rest van haar carrière behouden: ze houdt alles graag dicht bij huis. En dat reikt verder dan dat ze zelf vaak optreedt in de films, waarin fictie en non-fictie hand in hand gaan. Ze gaf haar kinderen rollen in haar speelfilms (zoon Mathieu (45) is inmiddels acteur en regisseur; dochter Rosalie (59) is Varda's producent). Haar persoonlijke engagement ging altijd gelijk op met de inhoud van haar films: in 1977 maakte ze l'Une chante, l'autre pas, een archaïsch drama over twee vrouwen die een levenslange vriendschap koppelen aan een persoonlijke ontwikkeling tot redelijk radicale feminist. Acht jaar later gevolgd door Sans toit ni loi (1985), een veel hardere en somberdere film waarin een jonge vrouw in haar eentje rondzwerft en boos maar kwetsbaar haar ondergang tegemoet gaat. Waar de eerste film vrolijk en optimistisch was, is Sans toit ni loi een pessimistisch en woedend traktaat tegen de onderdrukking van vrouwen.

Vrouwelijke regisseurs

Agnès Varda is met de documentaire Visages Villages genomineerd voor een Oscar voor Beste lange documentaire. In oktober 2017 ontving ze bovendien een ere-Oscar voor haar hele oeuvre. Ze was de eerste vrouwelijke regisseur die die eer te beurt viel. Zestien mannelijke collega's gingen haar voor. Tot nu toe sleepte één vrouw de regie-Oscar in de wacht: Kathryn Bigelow in 2010, voor The Hurt Locker. Dit jaar is Greta Gerwig een van de vijf genomineerde regisseurs, voor Lady Bird.

Hybride documentaire

En Varda's mooiste film is geen speelfilm, maar een hybride documentaire over de grote liefde in haar leven, cineast Jacques Demy, die in 1990 aan een slopende ziekte overleed: Jacquot de Nantes.

Soms hield ze zelfs letterlijk de dingen dicht bij huis, blijkt uit een van de grappigste scènes in Les plages d'Agnès. In 1976 wilde ze wel filmen maar had ze geen zin zoon Mathieu, toen nog geen 4, te lang alleen te laten. Dus verzon ze een documentaire over de mensen in haar straat: de bakker, de klokkenmaker, de doe-het-zelfzaak en een ouder echtpaar dat ze elke dag met een stokbrood voorbij zag wandelen. Die mensen vonden het prima, mits Varda wel zelf in de elektriciteit voorzag, anders zou het te duur worden. En zo sleepte ze elke dag met een ellenlange dikke kabel vanuit haar huis de straat door om een nieuwe scène te filmen.

En zo veroorzaakte haar zoon indirect een film (Daguerréotypes, 1976), die ze later weer kon gebruiken in de film over haar eigen leven. Dat kun je toeval noemen, maar ook vernuftig talent. Agnès Varda is op het eind van haar leven bescheidener dan nodig. De Academy die de Oscars uitdeelt beseft dat hopelijk ook.


Varda in vijf films

Hoewel het oeuvre van Agnès Varda zo divers is dat een samenvatting eigenlijk onmogelijk is, geven deze vijf films uit de blu-raybox The Agnès Varda Collection een goede indruk van haar kunnen.

La pointe courte (1955)

In haar debuut vertelt Varda twee verhalen door elkaar die behalve de locatie niets met elkaar gemeen hebben. Ze filmt de vissers in de stad waar ze als kind opgroeide, Sète, aan de Middellandse Zee. Parallel daaraan dralen twee geliefden en binnenkort ex-geliefden of toch niet, om elkaar heen op dezelfde plek: hij afkomstig uit het stadje, zij een Parisienne. Varda ziet er geen been in de geliefden langdurig van achteren te filmen als zij hun gedragen dialogen ten beste geven. Lange camerabewegingen langs knopende vissers en wapperend wasgoed vervolmaken het experiment pur sang dat La pointe courte is.

Cleo de 5 à 7 (1962)

De bekendste film van Varda is een schoolvoorbeeld van nouvelle-vaguecinema. In bijna real time (de film duurt anderhalf uur) volgen we het doen en laten van zangeres en dramaqueen Cleo, die op een willekeurige dinsdag tussen 17 en 19 uur denkt dat ze dodelijk ziek is, haar haar kamt, een hoed koopt, een café bezoekt, haar vriendin ophaalt en bij het ziekenhuis waar ze uitslag hoopt te krijgen van haar onderzoek een soldaat ontmoet. Varda volgt haar in documentaire stijl en legt een besmettelijke verliefdheid op Parijs aan de dag. Vier extreem lange sequenties bestaan uit auto-, taxi- en busritten door de stad.

Le bonheur (1965)

Varda's mooiste speelfilm is een bitterzoete ode aan de liefde en verliefdheid. De poëtisch aangelegde timmerman François kan zijn geluk niet op. Hij is intens gelukkig getrouwd met Thérèse, de moeder van zijn twee jonge kinderen. Hij wordt zo mogelijk nóg gelukkiger wanneer hij op een dag op het postkantoor lokettist Émilie in de ogen kijkt en op slag verliefd wordt. Zoals hij later tegen haar zal zeggen: 'Thérèse is als een sterke plant en jij bent als een wild dier. En ik hou van de natuur.' Om het ook aan zijn vrouw te vertellen, kost hem meer moeite. Toch komt dat moment onvermijdelijk, met groot en onverwacht gevolg. Varda geeft zonder te oordelen en met alle filmische middelen die ze tot haar beschikking heeft de kijker evenzovele sleutels in handen voor diens interpretatie. Pastorale, ironie, zedenschets, feministisch pamflet? Le bonheur is het allemaal.

Jacquot de Nantes (1991)

Varda en collega-filmmaker Jacques Demy waren 33 jaar samen en dat moeten gelukkige jaren geweest zijn. Anders zou Varda nooit Jacquot de Nantes hebben kunnen maken. Een liefdevoller afscheid is in de filmgeschiedenis niet gemaakt. Soms voorzien van haar eigen commentaar, soms van dat van Demy zelf, verbeeldt Varda de jeugd van haar in 1990 overleden echtgenoot. Afwisselend in zwart-wit en kleur, vaak doorsneden met fragmenten uit het werk van de eigenzinnige cineast.

Les plages d'Agnès (2008)

Bijna tien jaar voor ze met Villages Visages een zeer persoonlijke film maakte, filmde Varda al een wonderschoon egodocument. In Les plages d'Agnès vertelt ze haar leven, bezoekt ze de plekken uit haar jeugd, maakt ze vergeefs een afspraak met Jean-Luc Godard ('de schoft'), citeert ze uit eigen werk, eert ze de vele goede vrienden die haar al ontvallen zijn (en verbergt ze haar breekbaarheid niet) en betoont ze haar liefde aan de zee ('overal vergaat de tijd, behalve aan het strand, daar staat ze stil en blijft alles altijd hetzelfde'). De documentaire heeft alles van een afscheidswerk, maar dat is het dus niet geworden.

The Agnès Varda Collection, blu-raybox met acht films (La pointe courte, Cléo de 5 à 7, Le bonheur, l'Une chante, l'autre pas, Sans toit ni loi, Jacquot de Nantes, Les glaneurs et la glaneuse en Les plages d'Agnès), een boek en 6 uur aan extra's (waaronder korte films), is verschenen bij en verkrijgbaar via Curzon Artifical Eye; alles is Engels ondertiteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden