Agnes Kant mijmert gekkenpraat over de zorg en de SER

Agnes Kant, lid van de Tweede Kamer namens de Socialistische Partij, trok op de Forum-pagina van donderdag fel van leer tegen de hervorming van de gezondheidszorg....

Kant schrijft (in houthakkersproza, maar dit terzijde): 'Het is misschien typerend dat het SER-advies spreekt van een algemene zorgverzekering en niet van een sociale volksverzekering voor ziektekosten. In het SER-voorstel wordt die solidariteit juist ondermijnd, en schuilt bovendien het gevaar dat overheid en politiek hun zeggenschap over de ziektekostenverzekering verliezen.' In haar bijdrage werkt ze vooral het verondersteld gebrek aan solidariteit uit, namelijk het ontbreken van risicosolidariteit (van mensen met een lage kans op ziek worden, met mensen met een hoge kans op ziekte) en het ontbreken van inkomenssolidariteit (van mensen met een hoog met mensen met een laag inkomen).

Als Kant hierin gelijk zou hebben, zou het SER-voorstel zonder verdere discussie in de prullenmand moeten verdwijnen. Maar Kant heeft geen gelijk: ze mijmert gekkenpraat. Haar bijdrage aan het debat is evident gebaseerd op een feitelijk onjuiste voorstelling van zaken. Dit is zozeer het geval dat de vraag moet worden gesteld: Moedwil of Misverstand?

De SER boog zich over het stelsel van ziektekostenverzekeringen op verzoek van het kabinet. De adviesaanvraag luidt nota bene 'Solidariteit in het stelsel van ziektekostenverzekeringen'. Het onderwerp kreeg dan ook een centrale plaats in het lijvige advies dat op 15 december werd vastgesteld. De SER stelt onomwonden: 'Bij de financiering van de algemene zorgverzekering moet sprake zijn van zowel inkomenssolidariteit (tussen hoge en lage inkomens) als risicosolidariteit (tussen jong en oud, gezond en minder gezond). Naast een zo groot mogelijke mate van risicosolidariteit beoogt de raad een vergelijkbare mate van inkomenssolidariteit te bewerkstelligen als onder het huidige stelsel van ziektekostenverzekeringen het geval is.'

Dat de SER de solidariteit in de zorg zou willen ondermijnen, zoals Kant stelt, is derhalve feitelijk onjuist.

Die solidariteit wordt, als het aan de SER ligt, wel anders vormgegeven. Niet omdat dat lollig is, of als vorm van bezigheidstherapie voor ambtenaren, maar omdat het op een andere manier vormgeven van solidariteit noodzakelijk is voor het hervormen van de vastgelopen sector. In de gezondheidszorg, en zelfs Agnes Kant zal dat toch wel niet willen ontkennen, bestaat volgens de SER 'onduidelijkheid over de regiefunctie' en is er bovendien 'gebrek aan samenhang en consistentie'. De zorg, kortom, is een zootje.

De hervorming van de sector - en ja, Ad Melkert, PvdA-fractievoorzitter, daar mag best geld bij - zou langs lijnen moeten lopen die de trouwe volgers van de publieke zaak inmiddels bekend voorkomen. Zorgverzekeraars krijgen de regiefunctie in de (curatieve) zorg. Zij kopen voor hun verzekerden zorg in bij concurrerende zorgaanbieders, die door die concurrentie kosten- én kwaliteitsbewust moeten werken. Naarmate de verzekeraars beter inkopen - niet per se goedkoop, mevrouw Kant, maar in de goede prijs/kwaliteitsverhouding - hebben zij meer succes op de consumentenmarkt, waar burgers in vrijheid kunnen kiezen uit de diverse verzekeraars. Omdat de burgers de verzekeraars de volle premiemep betalen, duizenden guldens per jaar, loont het voor zorgconsumenten om te shoppen en doelbewust voor die ene verzekeraar te kiezen wiens product aansluit op hun wensen.

Hiermee is in grote lijnen een hervorming geschetst die de gezondheidszorg verandert in een heldere, klantgerichte en efficiënte sector, maar is nog niets gezegd over solidariteit. Het inbouwen van solidariteit - om Agnes Kant ook nog een keer instemmend te citeren, inderdaad 'een kwestie van beschaving' - is echter helemaal niet zo moeilijk.

Om met de risicosolidariteit te beginnen: deze zou ontbreken als iedere Nederlander op elk moment in zijn leven een nominale premie zou moeten betalen die zijn ziektekostenrisico precies dekt. De betaalde premies zouden sterk variëren, van bijna nul voor een gezonde 21-jarige tot tienduizenden guldens voor een ziekelijke zestiger. De SER stelt voor een maximale premiebandbreedte in te voeren. Hierdoor betaalt de gezonde 21-jarige 'te veel' premie en de ziekelijke zestiger 'te weinig' premie. Dat 'te veel' en 'te weinig' is de risicosolidariteit. Het is, in de visie van de raad, de politiek die de premiebandbreedte vaststelt.

De stelling van Kant dat de politiek zijn greep op de ziektekostenverzekeringen verliest, is dus flauwekul: in het toekomstbeeld van de SER kiest de SP van Kant voor minimale premieverschillen (maximale solidariteit), de VVD wellicht voor maximale premieverschillen. De kiezer bepaalt de krachtverhoudingen.

De inkomenssolidariteit is evenmin moeilijk in te bouwen. Deze zou ontbreken als alle burgers zonder onderscheid naar inkomen de volledige kosten van hun (risicosolidaire) nominale verzekeringspremie zouden moeten dragen. De SER stelt simpelweg voor de bestaande inkomenssolidariteit te handhaven, niet binnen het zorgstelsel maar daarbuiten: fiscaal. Vergeleken met de huidige situatie gaan mensen met een laag inkomen meer ziektekostenpremie en navenant minder belasting betalen. Het Centraal Planbureau heeft al uitgerekend dat dat, met een beetje creatief fiscaal werk, weinig problemen hoeft op te leveren.

De SER heeft derhalve een verstandige visie ontvouwd op de toekomst van de zorg, waarin zowel aan de efficiëntie als aan de solidariteit recht wordt gedaan.

En Agnes Kant wordt vriendelijk verzocht in de toekomst haar huiswerk beter te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden