'Afzijdig zo lang mogelijk is'

Gebeurtenissen als revoluties in de Arabische wereld of een kernramp in Japan kunnen op termijn in het voordeel zijn van Shell, zegt topman Peter Voser. 'Omdat ze nieuwe kansen bieden.' De westerse kritiek op zijn bedrijf vindt Voser niet altijd terecht. 'Maar we zijn oud en groot genoeg om daar tegen te kunnen.'

FOKKE OBBEMA EN MICHAEL PERSSON

'W e kunnen ons niet veroorloven er niet te zitten', zegt Peter Voser ergens in het gesprek, over weer een moeilijk land waarmee hij zaken wil doen. 'Het is met zijn grote olie- en gasvoorraden een belangrijk onderdeel van de energietoekomst, en dus van de strategie van Shell.'

Het gaat dan over Rusland, maar het zou overal over kunnen gaan. Over de Golf van Mexico, het Midden-Oosten, het Noordpoolgebied, over de andere landen waar het boren naar olie en gas technische of politieke handigheid vereist. 'De wereld heeft een groeiende behoefte aan energie', zegt Voser. 'Dat maakt de winning op die moeilijke plekken noodzakelijk.'

De Zwitser Peter Voser (52), in de jaren tachtig een niet onverdienstelijk middenvelder bij FC Wettingen, staat nu twee jaar aan het hoofd van Shell, het grootste bedrijf van Nederland en een van de grootste ter wereld. Hij is een man die bescheiden formuleert, het woord 'ik' nauwelijks in de mond neemt, en altijd op de teamprestaties wijst. Aan de andere kant heeft hij bij Shell een einde gemaakt aan de consensuscultuur: voor elke beslissing die in het bedrijf genomen wordt, moet altijd één man verantwoordelijk zijn.

En één man eindverantwoordelijk. 'Elke dag werken er, inclusief alle contractors, een miljoen mensen voor me', zegt hij. 'Er hoeft er maar eentje een fout te maken... maar ik slaap nog rustig, hoor.'

Hij heeft, op zijn zachtst gezegd, een interessant jaar achter de rug. Eerst was daar het ongeluk in de Golf van Mexico met een boorplatform van concurrent BP, waardoor oliewinning op grote dieptes in een ander daglicht kwam te staan. Toen braken de Arabische revoluties uit, in het hart van de olie- en gaswereld. En toen was daar de tsunami in Japan, met de kernramp van Fukushima, waardoor nucleaire energie plotseling de wind tegen kreeg. 'De uitkomst van al die gebeurtenissen is nog niet duidelijk, maar ze kunnen op termijn ook in ons voordeel zijn, omdat ze nieuwe kansen bieden', zegt hij op zijn werkkamer in Den Haag, net terug van trips naar Rusland, Japan, China, Oman. Op tafel ligt de dikke Times Atlas of the World, aan de muur hangt een Hollandse zeeslag.

Er wordt alweer geboord in de Golf van Mexico. Is het business as usual?

'Zeker niet. Het was een tragische gebeurtenis die nog een tijd consequenties zal hebben. Voor de industrie als geheel betekent het dat we veel meer gecontroleerd worden, zowel door toezichthouders als door de publieke opinie. De wereld is zich veel meer bewust geworden van de risico's van olie- en gaswinning op grote diepte.

'Voor Shell is het ongeluk een bevestiging geweest dat onze eigen benadering van risico's en veiligheid tot de top behoort. De normen die nu in de VS zijn geïntroduceerd, liggen dicht bij de normen die wij wereldwijd al hanteerden. Dus zijn wij nu een van de eersten aan wie boringen weer worden toegestaan. Ik verwacht dat het publieke debat over dit soort winning de komende jaren alleen maar intenser zal worden.'

Milieugroepen zijn bijvoorbeeld behoorlijk kritisch over de plannen van Shell in het Noordpoolgebied.

'De uitdaging zal sterker worden naarmate we op moeilijker plekken komen. Alaska valt in de high risk-categorie. Maar we hebben in de afgelopen twaalf maanden alle procedures herzien en zijn er nu beter op voorbereid. We hebben geleerd van de Golf van Mexico. We praten van tevoren uitgebreid met alle direct betrokkenen, zoals de lokale bevolking en de toezichthouders. Gevolg is dat we bij Alaska nu twee boorschepen hebben in plaats van één - dat biedt antwoord op veel vragen op milieugebied. Als het nodig is, kunnen we meteen een relief well gaan boren.

Valt een olielek bij arctische offshore boringen op te vangen?

'We hebben onze plannen ingediend bij de toezichthouders en wachten nu af of die het met ons eens zijn. Maar we denken een lek inderdaad wel te kunnen managen. Anders zouden we geen vergunning aanvragen.

'Wat wel een probleem is bij dit soort projecten, is de toenemende regeldruk. Voor sommige vergunningen moeten we meer dan vijftigduizend pagina's aan uitleg en plannen indienen. Die druk is enorm aan het worden, omdat iedereen zich probeert in te dekken. Of dat uiteindelijk in het belang is van een wereld waarin iedereen op tijd van energie wil worden voorzien, tja, daar kunnen we een filosofisch debat over voeren.'

Waar ook een debat over kan worden gevoerd: de Arabische landen. Shell is actief in Egypte, Oman, Qatar, Libië, Syrië, Irak. Wat betekent de Arabische Lente voor u?

'Je moet die gebeurtenissen afzetten tegen je langetermijnstrategie. Dan zien we geen grote veranderingen voor Shell. We hebben daar olie- en gasreserves, samen met lokale partners, en die willen we ontwikkelen.'

Het regime maakt dus niet uit?

'Ik zie wel meer mogelijkheden voor Shell, nu deze landen op weg zijn naar modernisering, democratisering en meer industrialisering. Het grote probleem is de jeugdwerkloosheid, die ligt soms op 50 procent. Die landen realiseren zich steeds meer dat ze een enorme taak hebben om jongeren aan een baan te helpen. Met onze activiteiten, zowel upstream als downstream, zitten we in die regio goed om te helpen banen te creëren. Neem Irak, dat door Saddam en de oorlog decennialang gesloten is geweest. Shell ontwikkelt daar een groot olieveld, en wil gas dat wordt afgefakkeld gaan gebruiken voor elektriciteitscentrales. Dat genereert direct en indirect werkgelegenheid, helpt de economie op gang. Shell kan dus helpen bij de economische groei van zo'n land.

'Ander voorbeeld: ik ben net terug uit Oman. Als je ziet wat we daar aan technologische ontwikkeling doen. We zijn daar decennia geleden begonnen, en schakelden toen kleine lokale bedrijven in als onderaannemers. Sommige zijn nu uitgegroeid tot ondernemingen met vele duizenden werknemers. Bij ons eigen bedrijf werken 80 procent Omani's, in het managementteam is alleen de topman een buitenlander. Die rol van directe of indirecte werkverschaffer kunnen we ook in andere landen in het Midden-Oosten spelen.'

Ook in Syrië? Shell heeft er olievelden, u werkt samen met een regime dat op zijn eigen bevolking schiet.

'De situatie daar is erg complex. We zitten er al sinds de jaren veertig, en zijn partner in een joint venture, die door een staatsoliemaatschappij wordt gerund. We hebben dus niet zelf de controle. Maar we voelen ons uiteraard wel verantwoordelijk voor onze eigen mensen en die van de joint venture. Wanneer mensenrechtenschendingen plaatsvinden, is altijd de vraag: draaien we het land de rug toe, of proberen we een bijdrage te leveren aan een goede ontwikkeling op de plek waar we zitten? Dat is lastig. Maar normaliter kiezen we voor het laatste. De mensenrechtenschendingen in Syrië vinden plaats op honderden kilometers van onze locaties. Kunnen we dan onze mensen in de steek laten, die er niet direct mee te maken hebben, maar wel voor hun inkomen van ons afhankelijk zijn?'

Kunt u nog wel zaken blijven doen met een staatsoliemaatschappij die eigendom is van het regime van Assad?

'We zien geen impact van de gebeurtenissen op de dagelijkse gang van zaken in deze onderneming. Zolang dat niet het geval is, voel ik een verplichting jegens onze mensen.'

Wordt u op een gegeven moment gedwongen partij te kiezen voor de regering of de oppositie?

'Ons eerste doel is uit zulk politiek vaarwater te blijven. Maar natuurlijk lukt dat soms niet helemaal. Het blijft een balanceeract. In moeilijke omstandigheden, zoals in Libië, wacht je zo lang mogelijk, tot de situatie politiek duidelijk wordt. In Libië, met zijn georganiseerde oppositie, houden we afstand van beide kampen zolang dat mogelijk is.'

En in Syrië?

'In Syrië is geen duidelijke oppositie. Er is maar één partij. Dus daar moeten we zaken mee doen.'

Wanneer zou u zich terugtrekken?

'Als de veiligheid van onze mensen en onze fabrieken niet langer gegarandeerd is, moeten we weg. De andere variant is dat de internationale gemeenschap tot sancties besluit. Dan zal Shell die respecteren.'

U besluit onder geen omstandigheden zelf tot een vertrek?

'Nu komen we op de hypothetische vragen. Daar doe ik liever niet aan mee.'

Vallen dit soort geopolitieke gebeurtenissen onder de ingecalculeerde risico's?

'We zitten in een industrie van natuurlijke hulpbronnen. Daardoor zijn we wel wat gewend op het vlak van onverwachte gebeurtenissen. We worden voortdurend met geopolitieke vraagstukken geconfronteerd - ik zal niet zeggen dat geopolitiek onze dagelijkse business is, maar het scheelt niet veel. We zijn gewend aan grote schommelingen, van politiek en olieprijs. Persoonlijk vind ik de uitdagingen fascinerend. Ik ben niet het type dat achterover leunt om een beetje te gaan zitten nadenken. Mijn stijl is actief, ik wil vooruit.'

En Shell gaat vooruit, onder Voser. Meteen na zijn aantreden kondigde hij een reorganisatie af, waarbij veel van de honderdduizend werknemers moesten solliciteren op hun eigen baan. Vijfduizend werknemers verloren hun baan, het management werd versimpeld, de lijnen werden korter, er wordt sneller gehandeld. Voser zegt trots te zijn op hoe zijn mensen hebben gereageerd op de crisis, hoe snel er na Fuku-shima een tanker met vloeibaar gas naar Japan werd gestuurd, om daar te helpen met de stroomopwekking.

Ook economisch zit het mee, met een olieprijs van ruim 100 dollar. Shell boekte het afgelopen jaar een omzet van 256 miljard euro en een winst van 13 miljard. Het geld moet ergens heen - en dus investeert Voser dik 20 miljard euro per jaar. Het Pearl-project in Qatar, en een enorm drijvend productieplatform voor vloeibaar aardgas in Australië, en nieuwe velden natuurlijk, onder meer in China en Rusland. Rusland is vooral saillant: in 2006 voerde Shell een hard gevecht met Gazprom en president Poetin over de zeggenschap over het grote gasveld op het Siberische eiland Sachalin. Met als resultaat dat Shell werd gedwongen de helft aan Gazprom te verkopen.

In hoeverre werkt dat gevecht uit het verleden nog door in de onderlinge verhoudingen?

'Eerst even het grote plaatje: Rusland zal met zijn grote olie- en gasvoorraden altijd een belangrijk onderdeel van de energietoekomst en dus van de strategie van Shell blijven uitmaken. Sachalin doet het uitstekend, Sachalin was zelfs de beste opstart van een fabriek voor vloeibaar aardgas die we ooit zijn begonnen. Onze Russische partners hebben gezien waartoe we in staat zijn, op technologisch vlak, maar ook als het gaat om het milieu. We hebben bewezen dat we kunnen presteren en dat schept ruimte voor nieuwe initiatieven. Onze prestaties hebben invloed, niet het verleden. Wat we hebben geleerd van Sachalin, is dat je lokale partners nodig hebt in landen als Rusland en China. Langs die weg van onderlinge verbondenheid gaat de wereld zijn energiesysteem verder ontwikkelen.'

Is werken in landen als Rusland en China voor Shell prettiger omdat je er geen last hebt van milieugroepen, zoals in de westerse wereld?

'Nee, het werkt anders. De uitdaging die we op gebieden als milieu en veiligheid in het Westen krijgen, helpt ons bij het zakendoen in andere delen van de wereld. PetroChina is onder de indruk van onze benadering van veiligheid en milieu. Ze willen daarvan leren, ze willen zich als goede burgers gedragen.

'Voel ik me, als ik aan het einde van de dag thuis kom, altijd rechtvaardig behandeld door de kritiek die we in het Westen krijgen? Nou, lang niet altijd, eerlijk gezegd. Maar we zijn oud en groot genoeg om daar tegen te kunnen. En we leren ervan. Dat is uiteindelijk goed voor de normen die we toepassen. Hoe wij diepzeeboringen aanpakken, is daar een goed voorbeeld van. Met onze hogere normen houden de toezichthouders nu rekening. Daar ben ik trots op, daarom werk ik al 27 jaar bij Shell. goed? Nee. Maken we fouten? Ja. Laten we die dan fixen en doorgaan.'

Voser en de vrouwen

De onlangs aangenomen wet die van Nederlandse bedrijven vraagt om 30 procent vrouwen in zowel de raad van commissarissen als de raad van bestuur op te nemen, leidt niet tot enthousiasme bij Peter Voser. Haalt Shell dat streefcijfer over vijf jaar niet, dan moet Shell in zijn jaarverslag uitleggen waarom het is misgegaan. Shell heeft in zijn dertienkoppige bestuur twee vrouwelijke commissarissen, dus 15 procent. 'We zijn nog niet zover als zou moeten', zegt Voser. 'Al hebben we bij onze laatste aandeelhoudersvergadering Linda (Gillespie Stuntz, een Amerikaanse advocate en politica, red.) tot commissaris benoemd. Maar ik heb aan doelstellingen van anderen geen behoefte. Ik houd daar niet van. We willen niet op één aspect van diversiteitsbeleid sturen, maar op alle aspecten. Ik geloof wel in beleid dat gericht is op diversiteit, maar dan bedoel ik niet alleen vrouwen, maar ook nationaliteiten, minderheden, gehandicapten, etcetera. Daar is Shell in de afgelopen jaren ook zelf mee bezig geweest.' Dus die doelstelling wordt in 2016 niet gehaald? 'Daar kan ik geen antwoord op geven, dat is aan mijn president-commissaris (de Finse oud-Nokia-topman Jorma Ollila, red.).'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden