Column

Afwezigheid geselt de verbeelding

Afwezigheid geselt de verbeelding, viel Arjan Peters op bij het lezen van Nooteboom, Meuleman en Apollinaire.

Beeld Io Cooman & Marie Wanders

Geen wimpers of wenkbrauwen, en argwanende ogen als 'ongelijke schelpen', noteert Cees Nooteboom in een gedicht over een vrouwenportret uit 1470 van de Brugse schilder Petrus Christus. Ook na eeuwen blijft ze zwijgend raadsels opgeven. Een deel van het portret siert Nootebooms nieuwste boek Wat het oog je vertelt (De Bezige Bij; €34,99). Die titel slaat op een van die schelpenogen, maar óók op het jouwe dat naar het Portret van een jonge vrouw kijkt. Wie zij was, is onbekend, 'mijn onzichtbaarheid staat in de kou/ van je ogen'. Het is de afwezigheid die de verbeelding voedt en geselt - afwezigheid van context, van een gat in de dichtgemetselde muur van de tijd die tussen haar en ons in staat.

Zo gaat het vaker, viel me deze week nog twee keer op. Het is een onderschat motief in de kunst en de kunstbeschouwing, misschien omdat we niet getraind zijn goed te letten op wat we niet zien. Maar afwezigheid is populair. En ze roept van alles op. Een jaar geleden verscheen de sterke debuutroman De zes levens van Sophie van Sarah Meuleman. Een Belgische modecolumniste trekt zich in New York uit het societybestaan terug, om te werken aan een boek over de gaten in de biografieën van drie schrijfsters. Wat deed Agatha Christie bijvoorbeeld toen ze in 1926 zomaar elf dagen zoek was?

Woensdag verschijnt de herdruk, maar met een andere titel: Wat ik je niet vertel (Lebowski; €9,99). Tot en met de flaptekst zijn er zinnen veranderd, toegevoegd, geschrapt; Meuleman heeft een nieuwe slinger aan het rad gegeven, de roman heeft nog meer vaart gekregen doordat er nu zelfs twee verdwijningen verdwenen zijn. Behouden is de suspense, die op peil blijft door alles wat je niet weet.

En Paul Claes vertaalde de twaalf Geheime gedichten die Guillaume Apollinaire in 1915 voor zijn geliefde Madeleine Pagès schreef (Vleugels; €21,50). Toen ze elkaar niet zagen, omdat hij aan het front verbleef, kreeg de liefde vleugels, zoals blijkt uit hun zinderende brieven en uit deze gedichten. Hij bezingt haar complete lichaam, tot en met de wenkbrauwen (bescheiden riethalmen) en wimpers (voelsprieten van genot). Zelfs roept hij 'o okselbosjes', waar ik voor 'touffes d'aisselles' liever 'okseldotjes' had gezien.

Toen Apollinaire en Pagès elkaar weer zagen, was de liefde snel over. Er ontbrak iets. De afwezigheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden