Afweerwezens

Fotografie Voorpublicatie Stephan Vanfleterens Atlantic Wall

In de oorlogsjaren gaf Hitler opdracht een verdedigingslinie te bouwen langs de kust van Spanje tot Noorwegen: de Atlantikwall. Dit gewapend beton inspireerde fotograaf Stephan Vanfleteren tot een nieuw boek.

Eén dag voordat deze foto's voor het boek naar de drukkerij moesten, raakte hij in paniek. Het schoot als een flits door hem heen: in zijn tochten langs de Atlantische kust, vanaf de Spaans-Franse grens tot het noordelijkste Noorwegen, ruim 5.000 kilometer lang, had hij Boulogne-sur-Mer overgeslagen. Domweg vergeten. Stomkop! Daar liggen ze natuurlijk ook, half verzopen in de vloedlijn of balancerend op hoge randen van de Opaalkust. Het was zondag, misschien zou hij het nog net halen, vanaf zijn woonplaats in West-Vlaanderen is het maar anderhalf uur rijden.


Het was het zoveelste signaal dat de opdracht obsessie was geworden. Als een kluizenaar was hij in de stille seizoenen op zoek gegaan naar de overblijfselen van de Atlantikwall, de betonwering langs de kust waarmee de nazi's hoopten in een razend tempo de onneembare Festung Europa te hebben opgetrokken. Zelf geeft hij de voorkeur aan de term 'Atlantic Wall', door de aanwezigheid van de k in de Duitse benaming leest hij telkens 'kwal'. Vijftienduizend bunkers en batterijen, Widerstandsnesten bemand door 300 duizend soldaten, langs de kusten van Frankrijk, België, Nederland, Duitsland zelf, Denemarken en Noorwegen en op de Kanaaleilanden. Hij trok ervoor langs strand, klif, rotspartij en duinenrij. Hij passeerde riviermonding, schiereiland, dijklichaam en polder. Hij hulde zich in een duikerspak om zich in de Bretonse branding te kunnen begeven. Bij Saint-Valery-en-Caux in Normandië naderde hij zo dicht een akelig hoge klifrand dat de vissers of de wandelaars beneden op het strand dachten dat hij het leven moe was. 'Non! Non!', riepen ze hem toe. Maar hoe moet je anders het schijnbaar wankele evenwicht van de batterij op de richel van het land vastleggen? Op Kanaaleiland Alderney stond hij een half uur op de rotsen een bunkertje in almaar veranderend licht te vangen, toen een golf hem overspoelde. Op de terugtocht nam de overvaller zijn tas met vier lenzen mee de diepte van de baai in. Zelf kon hij zich nog maar net vastklampen aan de stenen.


Zo was het, soms. Maar als hij een paar weken niet was geweest, verlangde hij al weer terug naar die eenzaamheid in de slagschaduw van het gewapend beton.


Het was de provincie West-Vlaanderen die hem vroeg langs de bunkers te gaan voor het museum Atlantikwall in het domein Raversijde, bij Oostende. Komende vrijdag is het 70 jaar geleden dat de geallieerden op D-Day de vesting in Normandië op de proef stelden. Hij stond niet te trappelen. Het was al meer gedaan, door anderen. Het zijn geliefde objecten bij fotoclubs. Wat zou hij dan nog?


Maar na een oriëntatie met aarzeling kwam meteen de verbazing. Hij is zelf een kind van de kust, hij groeide op in Oostduinkerke. Dat het beton daar in de nabije duinen verwant was met stellingen tot in het verste noorden en dat de Kanaaleilanden bijkans kraken onder het gewicht van majestueuze bouwwerken, dat was hem toch ontgaan.


Het werd een ontdekkingsreis in de bewoonde wereld. Het was Vanfleteren niet te doen om de bunkers die een nieuw leven zijn begonnen. Niet de vakantiebungalow, de receptie voor de camping of de stalling voor de tractor. Hij wilde zien wat zeventig jaar weer, wind, getij, golven, boomwortels en onkruid heeft betekend voor de ongenaakbaar geachte fortificaties. Die ene junidag van beproeving, operatie Overlord, die weliswaar als de langste dag de geschiedenis zou ingaan, had de duizenden verdedigingswerken op slag waardeloos en weerloos gemaakt. Sindsdien is het vooral de natuur die de hardheid op de proef stelt en onophoudelijk en met niet aflatend geduld haar troepen erop afstuurt. Hij trof totale capitulatie aan, maar ook fiere onoverwinnelijkheid.


In elk land toont de structuur een afwijkende gedaante. In Noorwegen zijn de bunkers moeilijk zichtbaar tussen de grijze rotsen. In Denemarken staan er veel weggezonken in het zand. In Nederland vielen hem vooral de grote hoeveelheid anti-tankversperringen en de betongewelven op die verwerkt zijn in dijken. In België liggen veel commandoposten in de polders, de kust was al goeddeels volgebouwd. Frankrijk vertoont het hele spectrum. In Duitsland zelf bleek nagenoeg alles al opgeruimd.


Hij heeft geregeld in verwarring scherp gesteld. Zeker, hij zag de grimmigheid. Hij weet dat de nazi's Joden, zigeuners, dwangarbeiders en krijgsgevangenen inschakelden voor de onmenselijk zware klus. Hij fotografeerde de bunkers van waaruit de Duitsers de landingstroepen op Omaha Beach als strohalmen neermaaiden. Hij realiseert zich dat de complexen ook prestige-objecten waren. Natuurlijk is er het besef dat een verknipte dictator dit allemaal bevolen heeft. Maar er was ook geen ontkomen aan gevoelens van bewondering voor de schoonheid van deze tempels van intimidatie en afschrikking - het beeld dat in die jaren ook de propagandamachinerie schiep. Op Jersey zag hij de allermooiste, Peilstand 1, ja, te vergelijken met de Chrysler Building of de Piramide van Cheops. Hij stapte uit zijn auto, nietsvermoedend, zag de contouren en zette het meteen op een rennen, hij kon niet langer wachten. Hij ging op 5 meter afstand staan, op 10, op 100, op 400. Beneden klotste de lege zee. Hij fantaseerde over een te bouwen huis in de nabijheid, hij wist al waar het terras moest komen en waar de slaapkamer op moest uitkijken. Hier zou hij kunnen wonen.


Ook niet verwacht: de zichtbaarheid van de klimaatverandering. In Normandië vertelden oude kustbewoners hem dat die bunker bij Heuqueville 70 jaar geleden toch echt op zeker 50 meter van de klifrand was gebouwd. Nu staat het bouwwerk pal aan de afgrond. Immense hoeveelheden kubieke meters moeten zijn weggeslagen in ziedende stormen. Hij heeft het zich herhaaldelijk afgevraagd als hij langs bunkers liep die scheef wegzakten in de branding: zijn die meegesleurd door de golven of klimt de zee almaar verder het land op?


Laat ze met rust, vindt hij na zijn trektocht. Het is onze geschiedenis, het zijn monumenten voor het besef van de waanzin. Niet iedereen denkt er zo over. In Wissant, Pas-de-Calais wilde hij een nog prachtige kustbatterij fotograferen. Het bouwwerk bleek op last van de burgemeester weggebulldozerd, nadat een strandganger er vorig jaar een dodelijke val had gemaakt. Wat een onzin! Er hingen toch bordjes met Danger!? Sloop je de Notre-Dame in Parijs soms ook, als iemand van de trappen kukelt?


Hij is wel opgelucht dat de klus erop zit. De obsessie ging gepaard met fixatie. Hij meende de laatste tijd overal bunkers te zien. Dat viaduct! Die rots! Het bushokje!


Naar Boulogne-sur-Mer is hij niet meer gegaan, die zondag. Het knaagt niet. Per slot van rekening heeft zelfs veldmaarschalk Erwin Rommel, destijds belast met de inspectie en versnelde bouw van de Atlantikwall, niet alle werken gezien. Die wetenschap stelt gerust.


Musea in Nederland


In restanten van de Atlantikwall in Nederland zijn verschillende musea ingericht. Het gros draait op de inzet van vrijwilligers. In een voormalige munitiebunker in de duinen van Noordwijk staan objecten en hangen 200 foto's. In Hoek van Holland wordt aan de hand van thema's in een geschutsbunker uitleg gegeven over de fortificaties. Het Bunker Museum in IJmuiden bestaat uit een complex van manschappen- en vuurleidingsbunkers. Loopgraven verbinden de onderdelen. De Stichting Atlantikwall Scheveningen zit in een commandobunker. In Zoutelande is een museum gevestigd in een manschappenverblijf en een observatiepost. Een voormalig communicatiecentrum op Schiermonnikoog is het onderkomen van het Bunkermuseum Schlei.





Het werk van de Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren (Kortrijk, 1969) verschijnt onder meer in de Volkskrant, Paris Match, Die Zeit, De Morgen, Knack en Humo. Hij exposeerde in binnen- en buitenland en won prijzen bij World Press Photo en de European Fuji Awards.


Nederlandse boekverkopers verkozen in 2011 de cover van Congo van David Van Reybrouck, met zijn portret van Etienne Nkasi, tot het Mooiste Boekomslag. Een aantal projecten mondde uit in boeken: Flandrien (2005), Belgicum (2007), Portret 1989-2009 (2009), En avant, marche (2012) en Façades en Vitrines (2013).


Meer van Vanfleteren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.