Afvalverbranders vinden gouden bergen in Napels

Napels kampt al jaren met miljoenen tonnen afval die maar niet verwerkt worden, terwijl Nederlandse vuilverbranders onderbenut blijven. Deze week ging de eerste lading daarom van Napels naar Rotterdam. Een voorwaarde: het afval moet vers zijn.

Daar staat hij dan, woensdagavond op pier 44 van de haven van Napels. Voormalig maffiabestrijder Luigi De Magistris van Napels verricht zijn grootste wapenfeit als burgemeester van de stad. Omringd door getrouwen zwaait hij 2.000 ton huisvuil uit. Langzaam drijven de lichtjes van de volgeladen kustvaarder Nordstern de baai uit, op weg naar Nederland.


Tientallen witte balen zijn vandaag de ruimen ingegaan, witte zakken vol troep. Ze zijn opgehaald bij loodsen bij een Napolitaans afvalsorteercentrum, en vervolgens met vrachtwagens naar de haven gereden. Over anderhalve week, 4.500 kilometer verder, moeten de zakken aankomen bij de verbrandingsinstallatie (AVI) van Rozenburg, bij Rotterdam, om te worden verbrand.


Nederland helpt Napels van zijn afvalprobleem af, was de boodschap van afvalverwerker Van Gansewinkel, de eigenaar van de Rotterdamse centrale. Al jaren kampt Napels met miljoenen tonnen afval, die maar niet verwerkt kunnen worden. De beelden zijn bekend, van de vuilnisbergen in de straten, van de rondsnuffelende ratten - en onzichtbaar daarboven de hand van de Camorra, de maffia van Napels en omstreken. Die veel geld verdient aan de Italiaanse 'afvalverwerking'.


Maar Italië helpt ook Nederland van zijn afvalprobleem af - al is dat van een heel andere orde. Want Nederland kampt al een paar jaar met een overschot aan vuilverbrandingsinstallaties: er is te weinig afval om de ovens goed te vullen. Waardoor ze niet zo efficiënt branden als ze zouden moeten branden, en ze zelfs, bij gebrek aan brandstof, uit zouden kunnen doven.


Dus zijn de eigenaren voortdurend op zoek naar afval, en nemen ze genoegen met bodemprijzen. Het is het gevolg van marktwerking (commerciële partijen die wel brood zagen in afval) en wordt versterkt door recent Haags beleid. Dat beleid maakt het storten van afval weer aantrekkelijker dan verbranden. 'Het is een gekkenhuis', zegt de Utrechtse hoogleraar Ernst Worrell, die onderzoek doet naar energie- en grondstoffenstromen. 'Dit is niet uit te leggen', zegt Max de Vries, directeur van BRBS Recycling, de vereniging van Nederlandse recyclingbedrijven.


Nederland telt twaalf afvalverbrandingsinstallaties, die gezamenlijk 7,5 miljoen ton vuilnis per jaar kunnen verwerken. Het Nederlandse aanbod is iets minder dan 6 miljoen ton, en is aan het dalen: er moet steeds meer spul uit de troep worden gehaald om te worden hergebruikt. En dan is er nog de crisis, met minder economische activiteit, dus minder rotzooi. Volgens schattingen is er over een paar jaar nog maar 4,5 miljoen ton afval.


Dus proberen de eigenaren van de verbrandingscentrales - soms gemeenten, soms commerciële partijen - van alles om het vuur brandend te houden. Er wordt al afval uit Engeland gehaald, uit Ierland. En zo zijn ze dus vorig jaar in Italië beland. Italië: daar liggen gouden bergen, voor een afvalverbrander.


Iedereen wilde dat Italiaanse spul wel hebben, blijkt uit gesprekken met verbranders. Eerst kwam er een Italiaanse delegatie naar Nederland, die gesprekken aanknoopte met de eigenaren van publieke afvalverbranders zoals Twence in Enschede, HVC in Alkmaar en het Afval Energie Bedrijf in Amsterdam. Er zou een tegenbezoek worden afgelegd. 'Maar toen onze delegatie op weg was naar Schiphol, werd alles afgeblazen', zegt een woordvoerder van HVC. De Italianen hoefden geen mensen meer over de vloer - ze wilden alleen nog graag een prijsopgave.


Bijna elke Nederlandse partij deed mee aan de bieding, het afgelopen jaar. Het gevecht om de Napolitaanse troep werd gewonnen door twee commerciële partijen. Van Gansewinkel mag maximaal 50 duizend ton gaan halen. E.ON Energy from Waste, een centrale in Delfzijl, kan tot 150 duizend ton krijgen - al moeten de laatste puntjes nog op de i worden gezet, zegt directeur Geert Jan Pastoor. 'Hiermee zit de centrale voor het komende jaar meer dan gevuld. Dat betekent dat we minder hard op zoek hoeven naar afval.'


Over de prijs doen de gelukkigen geen uitspraken. Maar er staat al twee jaar enorme druk op de prijzen. Terwijl de centrales vroeger 100 euro voor een ton afval kregen, zijn de prijzen nu gezakt naar 60, 50 euro, soms nog lager. 'Het is zakelijk nog steeds aantrekkelijk', is alles wat Pastoor erover kwijt wil.


Hoe dan ook lijken de Napolitanen goedkoop uit. Tot dusver brachten ze ladingen afval naar verbrandingsinstallaties in het noorden van hun eigen land. Daarvoor betaalden ze 170 euro. Volgens Italiaanse media betalen ze voor de Nederlandse route ongeveer 110 euro per ton, voor transport en verbranding.


'Het is uiteindelijk gewoon een kwestie van vraag en aanbod', zegt Geert Bergsma van onderzoeksbureau CE Delft. 'In Nederland is er misschien overcapaciteit, maar in landen als Italië, Frankrijk, Engeland en Ierland is er gigantische ondercapaciteit. Waarom is het erg als je afval uit het ene land naar het andere land haalt? Zaken zijn zaken, en die zijn nu eenmaal soms grensoverschrijdend. We halen onze schoenen toch ook uit Italië?'


Maar er zijn wel een aantal kanttekeningen. De eerste is de milieubelasting van het transport. Verbranding zelf is in principe beter dan afval storten: in beide gevallen komt er CO2 vrij, maar bij verbranding wordt daar tenminste nog energie uit gewonnen. Dat bespaart fossiele brandstoffen, en dus CO2: 200- tot 400 kilo per ton afval. Dat wordt voor een deel tenietgedaan door het transport. Volgens Van Gansewinkel is het netto-effect van de Italiaanse afvalmanoeuvre echter positief: in totaal wordt 160.000 kilo CO2 minder uitgestoten (ongeveer evenveel als de jaarlijkse uitstoot van achttien huishoudens).


Bergsma tekent daarbij aan dat er ook op uitstoot van andere stoffen moet worden gelet, zoals zwaveldioxide en roet. 'Dat kan tegenvallen, bij oudere schepen over langere afstanden.' De Italiaanse lading wordt door een coastertje uit 1994 gehaald, waarvan de emissiegegevens niet openbaar zijn. Van Gansewinkel heeft die gegevens niet beschikbaar.


Een tweede kanttekening is dat er altijd afval overblijft. Verbranding wekt de suggestie dat er niets overblijft, maar dat valt tegen, zegt Worrell. Volgens hem blijft 10 tot 20 procent van het afval achter als as en slakken. Daaruit kunnen enkele metalen worden teruggewonnen, maar het grootste deel wordt als vulmiddel gebruikt: voor het ophogen van wegen, en bijvoorbeeld voor de Tweede Maasvlakte. 'Maar op een gegeven moment kun je geen wegen meer bouwen', zegt Worrell. Een fractie moet in speciale stortplaatsen voor chemisch afval worden opgeborgen.


De Vries plaatst ook vraagtekens bij de suggestie dat afvalverbranding altijd zulke duurzame energieopwekking is. Het elektrisch rendement van de afvalverbrandingscentrales ligt gemiddeld op 22 procent. Dus er wordt wel stroom uit het afval gehaald, maar veel is het niet. De verschillen zijn ook groot: sommige centrales zitten op 15 procent, andere op 30. De afvalcentrale Rijnmond, waar de eerste lading Italiaans afval heen gaat, zit op nog geen 20 procent. Toch hebben alle centrales de R-1-status, een Europees duurzaamheidskeurmerk. 'Resultaat van goed lobbyen', zegt Worrell.


Dat R-1-stempel is belangrijk, want een voorwaarde om afval uit andere landen te mogen importeren. Volgens De Vries houdt die ruimhartige benadering het probleem van de Nederlandse overcapaciteit in stand. 'Als je strenger bent, krijg je vanzelf een mooie knip tussen goed en slecht presterende vuilverbranders. Dan kunnen de slechte geen afval meer importeren en worden die automatisch weggesaneerd.'


Dick Hoogendoorn van de Vereniging van Afvalenergiebedrijven ziet dat anders. 'Naast elektriciteit wordt vaak ook de warmte uit de ovens gebruikt. Dat alle centrales hier R-1 hebben, betekent gewoon dat we het in Europese ogen heel goed doen. Dat kan niet elk land zeggen. En daardoor kunnen wij nu Italië helpen.'


Goed, als je afval uit het buitenland haalt, wordt de druk op het Nederlandse afval wat kleiner, geeft De Vries toe. 'Maar het is natuurlijk geen structurele oplossing.'


Voor Italië evenmin. Het afval dat Van Gansewinkel ophaalt is nog vers, van de afgelopen week. Maar er liggen nog miljoenen tonnen oud spul in Napels en omgeving opgeslagen. 'Dat willen wij niet hebben', zegt de woordvoerder. 'Dat ligt er al jaren, we weten niet wat dat is.' Twijfel over de samenstelling van het afval was ook de reden dat de deal in eerste instantie afketste, een paar jaar geleden. Toen had Van Gansewinkel ook al eens contact gehad met de Napolitanen, maar ging alles via tussenpersonen. 'Je wist niet met wie je zaken deed. Nu weten we dat wel: rechtstreeks met de gemeente.'


Het Napolitaanse langetermijnprobleem wordt hiermee niet opgelost, weet ook Van Gansewinkel. De zakken die nu naar Rotterdam komen zitten vol met droog afval, dat makkelijk te verbranden is. Er liggen in Napels ook nog miljoenen tonnen met nat afval, dat de Nederlandse verbranders niet graag willen hebben. En dan ligt er nog niet-huishoudelijk afval. Rondom de stad, in de regio Campania, liggen honderden kuilen in de grond waarin de Camorra al het Italiaanse afval van de afgelopen decennia heeft gestopt. Met name de Casalesi-clan uit het dorpje Casal di Principe, waarvan vorige maand het kopstuk werd gearresteerd, heeft er honderden miljoenen euro's mee verdiend. Giftig, chemisch, het maakte niet uit - er zijn zelfs theorieën dat de Italiaanse industrie alleen concurrerend kon zijn door op deze manier relatief goedkoop van zijn afval af te geraken.


Het probleem van het huishoudelijke afval is een afgeleide van die illegale industriële business. De Camorra gebruikte het huisvuil om het gif mee te vermommen - en op die manier te kunnen storten. Dat was ook de reden dat de Camorra zich verzette tegen nieuwe vuilverbrandingsinstallaties: ze had die vuilniszakken zelf nodig. De ene vuilverbrandingsinstallatie die toch werd gebouwd, in Acerra, 20 kilometer ten noordoosten van Napels, draaide op een laag pitje, en op rommel die weer vermengd was met chemisch afval. Het heeft de afgelopen twintig jaar duizenden omwonenden het leven gekost, zegt de organisatie Artsen voor het Milieu in Napels. Om die reden ligt deze centrale nu vaker stil dan dat hij draait.


Vergeleken met de gifhel rond Napels is het in Nederland goed toeven. Nederland is, in tegenstelling tot Italië, al jaren geleden minder gaan storten en begonnen met verbranden van afval - om tegelijkertijd ook steeds meer nadruk te leggen op recycling van materialen en hergebruik van producten.


Maar gek genoeg, zeggen waarnemers, gaat Nederland die voorsprong verliezen. Door de overcapaciteit aan vuilverbranders zijn hun prijzen zo laag, dat ze een aanzuigende werking hebben op materialen die ook voor recycling in aanmerking komen. Daardoor verdwijnt soms keurig gescheiden afval uit de gemeentelijke afvalstraten toch gewoon naar de verbrandingsovens, bleek vorig jaar uit een rapport van de VROM-inspectie.


'Probleem is dat de meeste gemeenten een langlopend contract hebben waarbij ze een minimale hoeveelheid afval moeten leveren', zegt Worrell. 'Zo niet, dan krijgen ze een boete. Dat is niet echt een stimulans voor recycling.' Daarnaast heeft staatssecretaris Weekers een paar maanden geleden de stortbelasting opgeheven, waardoor het weer lucratief wordt materiaal op z'n Napolitaans te storten in plaats van te verbranden.


'We zetten nu weer een stap terug', zegt De Vries. 'Den Haag heeft tegenwoordig de mond vol van de grondstoffenrotonde, het idee om grondstoffen uit afval te halen en daarmee geld te gaan verdienen. Maar zo gaat dat niet lukken. Jammer, want we liepen best voor.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden