Afterparty

Actrices spelen vrouwen die vroeger een man waren; het blijft raar.

Afterparty van Frank Houtappels door Hummelinck Stuurman Theater. Regie Michiel van Erp.

In Leidse Schouwburg, 1/2 Tournee: toptheater.nl

I am a woman now. Dat was de titel van een documentaire die Michiel van Erp in 2011 maakte. Daarin portretteerde hij met de van hem bekende indringende lichtvoetigheid een aantal transseksuelen. Vrouwen die vroeger man waren en zich hadden laten ombouwen. Wat hen bond, was de herinnering aan de tijd waarin geslachtsverandering nog in Casablanca moest plaatsvinden onder vrij primitieve omstandigheden. Maar ze deden het, ze gingen. Ze moesten wel, ze zaten immers in een verkeerd lichaam.


Rond de première van de voorstelling Gardenia (NTGent, regie Alain Platel) volgde ik een paar dagen lang voor de krant de artiesten die daarin optraden. Travestieten en transseksuelen. Het waren treurige verhalen die ze vertelden, over levens die bijna geknakt waren, maar die ze met de moed der wanhoop toch weer op de rails wisten te krijgen.


Transseksueel zijn is doorgaans geen lolletje. Het is afzien en hard werken, verminkingen doorstaan en vernederingen en daarna nooit meer helemaal de oude worden, en ook niet de nieuwe. Zelfspot. Dat is waar transseksuelen zich mee wapenen en ook met wrange, cynische humor.


Nu is er door Frank Houtappels een toneelstuk geschreven met die Van Erp-documentaire als basis. Afterparty heet het stuk; die titel slaat op het laatste deel van het leven. Twee vrouwen treffen elkaar toevallig in Casablanca, zoveel jaar na dato. Ze willen terug naar de plek waar voor hen het nieuwe leven begon. Corien (Renée Fokker) heeft een vriendin meegenomen (Frieda, Marie-Louise Stheins) die van niets weet. De ander is April (Carine Crutzen), een revue-artieste met een heftig verleden. Corien en April kennen elkaar uit de tijd dat ze in Parijs optraden in een tweederangs-nachtclub.


In Afterparty is de zelfspot vervangen door zelfbeklag. De diepmenselijke poëzie van I am a woman now is in het theater effectbejag geworden, intimiteit is vervangen door onleuke grappigheid.


Actrices spelen vrouwen die vroeger een man waren - het blijft iets raars. Fokker speelt haar personage in een te kort leren rokje en vooral wijdbeens (zo verbeeld je kennelijk een transseksueel).


Crutzen zet in haar spelopvatting de verlopen diva vakkundig, maar ook ongenadig vet aan - met als gênant dieptepunt de scène waarin ze de jonge ober verleidt (mooi beheerst gespeeld door Tim Teunissen). Tussen hen in is Marie-Louise Stheins nog het geloofwaardigst als gewone Hollandse kwebbelkous.


Houtappels ('t Schaep, Gooische Vrouwen) en Van Erp (talloze documentaires, Ramses) hebben een grote staat van dienst, maar hier hebben ze iets moois om zeep geholpen. Ook decor, licht en de te hard versterkte stemmen zijn lelijk.


Houtappels heeft bovendien veel tekst en komisch bedoelde situaties nodig om een punt te zetten. Ten slotte krijgen de drie vrouwen ieder een monoloog waarin ze hun levens uiteenzetten. Daarin moet medelijden worden gewekt met Frieda, vanwege haar borstkanker. Het onderstreept vooral de vormeloosheid van deze voorstelling.


Even, in het slotnummer, ontstaat er iets van melancholieke dwarsheid die dit onderwerp zo nodig heeft. Dan zingt Crutzen mooi theatraal en bijna breekbaar Ich steh im Regen van Zarah Leander. Te laat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden