Aftellen naar het Rijks (2)

Zaterdag 12 april gaat het Rijksmuseum weer open. Tot dat moment vertelt elke dag een conservator over dat ene werk waarmee hij een speciale band heeft. Aflevering 2: De kunst van het onder water varen van Antoine Lipkens.

DOOR WIETEKE VAN ZEIL

'Hoe de bemanning erin zou kunnen ademen, is nog een raadsel. Het schaalmodel geeft hiervoor niet veel aanwijzingen. Er waren in 1835 nog geen duikflessen. Ik vermoed dat er een luchtbuis van de boot naar boven liep. En er is een koker met een vierkant gat aan de bovenkant - misschien de aanzet van een snorkel. Er konden vijf mensen in de duikboot, twee daarvan moesten zich suf trappen om het mechanisme, een soort straalmotor die water verplaatst, al fietsend aan de gang te houden. Het zal aardig wat zuurstof hebben gekost. Dat was de grootste uitdaging; de meeste vroege duikboten zijn gezonken omdat de bemanning doodging.

'Dit is het vroegst bekende duikbootmodel, gemaakt in 1835. In Nederland waren er pas honderd jaar later echte duikboten. Het is een ingenieus ding, langs de zijkanten zitten gewichten die kunnen worden verplaatst om de boot te laten trimmen - dalen en stijgen. De kiel is verzwaard met lood en kan worden losgemaakt, voor het geval je diep in zee bent en snel omhoog moet. Het is zo Jules Verne, het roept associaties op met Twintigduizend mijlen onder zee en andere avonturen in de literatuur. In de 19de eeuw was duiken natuurlijk net zo abstract als ruimtevaart.

'De 'kunst van het onder water varen' werd het genoemd, en dat moet het zijn geweest. Rond 1830 kwamen er veel patentaanvragen, er werd veel geëxperimenteerd. Antoine Lipkens was als staatsraad betrokken bij de behandeling ervan en zag de zwakte in de voorstellen. Hij was bevriend met Olke Uhlenbeck, een duiker, en reisde samen met hem naar Parijs, waar de ontwikkeling verder was en zij zagen hoe een echte duikboot onder de bevroren Seine door voer. Alles wat zij perfect vonden, namen zij mee naar huis. Zo kwamen ze op dit schaalmodel, waarin alles werkt: kompas, centrifugaalpomp, raderwerk, vliegwiel, stuur.

'De interesse in duikboten was begin 19de eeuw groot, vooral van kleine landen die zelf niet over een grote vloot beschikten. Het goede aan deze is de druppel- of visvorm; die was toen nog helemaal niet gewoon. Nu is het de standaardvorm. En er zitten ramen in, terwijl de meeste duikboten die toen in andere landen werden gemaakt blind waren. Alleen zou de uitvoering 16 duizend gulden kosten en dat had de marine er niet voor over. Dus hij is nooit uitgevoerd. Hij had trouwens nooit kunnen worden uitgevoerd in dit materiaal, koper, dat werkt niet. Koper en water gaan niet goed samen.

'De boot is de enige duikboot in de scheepsmodellencollectie. Hij kwam via de marine in onze collectie. In 1817 stelde het ministerie van Marine een eigen modellenkamer in. De eerste beheerder verzamelde zelf ook. Beide collecties, inmiddels zestienhonderd objecten groot, kwamen in 1889 onder de zorg van het Rijksmuseum. Na de opening zijn er voor het eerst sinds een eeuw weer 250 van bij elkaar te zien. Het laat een mooie ontwikkeling zien van de hele technische geschiedenis, ook voor mensen die niet zo van de bootjes zijn. Het zijn in wezen materiële, driedimensionale bronnen, omdat meestal alles klopt. Je kunt daardoor goed begrijpen hoe het werkte.'

Studeerde geschiedenis aan de lerarenopleiding Hogeschool Rotterdam en maritieme geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Werkt sinds 2010 in het Rijksmuseum en is conservator maritieme collecties.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden