Afstammelingen van punk- en skateboardcultuur

BMX debuteert als olympische sport. De ontvangst in de nieuwe familie was lauw...

peking Vandaag eindelijk mijnheer Kamakazi de hand geschud. Hij heet niet echt mijnheer Kamakazi. Dat zou wel heel toevallig zijn als je fietscrosser bent. Nee, hij heet mijnheer Kamakazi ómdat hij fietscrosser is, en brokkenpiloot natuurlijk.

De Australiër veranderde in 2001 zijn naam omdat hij die beter vond passen bij zijn rijstijl en imago. Zijn oude, Jaime Hildebrandt, riep niet de gewenste associatie met controversieel en durfal op. Het grapje kostte 280 Australische dollar. De spelfout was met opzet gedaan. Dat hoorde bij zijn motto: Dare to be different.

Welkom in de wereld van de BMX. Woensdag trad de sport definitief toe tot de olympische familie. Het werd een ongemakkelijke ontmoeting naast de overdekte wielerbaan van Laoshan.

Ondanks de bijna lege tribunes – het was er ondraaglijk warm – boden de fietscrossers het vermaak waarop werd gehoopt, maar vloeiend ging de nieuwe wereld niet in de oude over.

BMX’ers afficheren zich het liefst met het recalcitrante deel van de olympische familie, de snowboarders zeg maar. De afstammelingen van de Californische punk- en skateboardcultuur moeten – met tatoeages, piercings, baardjes en baggy pants – de jeugd over de streep trekken. Die voelen zich te weinig betrokken bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

Onlangs werden in Duitsland de uitkomsten van een enquête gepresenteerd. Daaruit bleek dat de interesse voor het EK voetbal en de Olympische Spelen ongeveer even groot was, maar dat het voetbal meer op prijs werd gesteld door mannen van 18 tot en met 29 jaar. En dat de Spelen vooral werden gevolgd door vrouwen en mensen van 50 jaar en ouder.

Een vergelijkbaar onderzoek in Amerika leidde tot dezelfde resultaten. Bovendien schreeuwen de tv-zenders om korte, flitsende wedstrijden, zoals bij BMX waar een heat iets meer dan 30 seconden duurt.

De verjongingskuur van het IOC leidde in 1998 tot de introductie van snowboarden bij de Winterspelen. Twee jaar geleden werd een afgeleide daarvan, de boardercross, toegevoegd aan het olympisch programma. De droge vorm daarvan, BMX, wordt in Peking een kans gegund. De kilometer bij het baanwielrennen moest ervoor wijken.

De titelfavoriet bij de vrouwen, Shanaze Reade, omschrijft zich als een badass chick who kicks guys. Een vertaling is overbodig, of onbegonnen werk. Het klonk in elk geval anders dan de oneliners van de talentvolle Brabander Raymon van der Biezen die zich woensdag, net als Rob van den Wildenberg, plaatste voor de halve finales: ‘Morgen sta ik er weer, volle patat er tegenaan’. Of: ‘Het is plank voor je kop en gaan met die banaan.’

Toch is de bicycle motorcross nauwelijks hip en modern te noemen. In de jaren 80 had elk Nederlands dorp zijn eigen crossbaantje, vroeg ieder katholiek kind voor zijn communie zo’n kleine tweewieler en werden de wedstrijden wekelijks op tv uitgezonden. Zelfs drievoudig olympisch kampioen Chris Hoy zei dat hij zich ruim 20 jaar geleden al had laten inspireren tot een wielercarrière door de fietscrossers in de film E.T.

De pionier van de fietscross in Europa, de Nederlander Gerrit Does, werd dit jaar onderscheiden met een koninklijk lintje vanwege zijn verdiensten voor de sport. Dat was zeker twintig jaar te laat. BMX was in Nederland al lang op zijn retour. De olympische status, die in 2003 werd verstrekt, heeft er nieuw leven in geblazen. De nationale selectie kreeg een A-status en onderdak op Papendal, waar NOC*NSF de olympische startheuvel liet nabouwen.

Dat was niets vergeleken met wat de Australiër Luke Madill deed. Die liet in zijn achtertuin de hele olympische baan aanleggen. Kosten: ruim 30 duizend euro. Resultaat: nul. Madill ging er in de kwartfinales uit. Waaraan hij zich de laatste maanden het meeste had geërgerd? ‘BMX-rijders krijgen altijd twee vragen: ben je niet een beetje oud om op kinderfietsjes te rijden? En: kun je ook een salto maken?’

Een combinatie van snelheid, explosiviteit, kracht en moed moet het zijn. Maar die eigenschappen worden door alle olympische sporten geclaimd. Het geluk van BMX is dat er geen jury aan te pas komt. Zodra op acht meter hoogte het starthek valt, is het ieder voor zich in de tien meter brede en ongeveer 370 meter lange baan. Een elleboog uitdelen is op elk van de zestien sprongen geoorloofd.

Het is de kick waar hij niet meer zonder kan, zei Van der Biezen. Kamakazi begreep hem. Hij kwalificeerde zich ternauwernood voor de volgende ronde. Dankzij zijn oorbellen, zei de Australiër. Het zijn gelukbrengers, gemaakt door zijn vriendin. Zijn naam kreeg ineens een heel andere klank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden