Afspraken over wie we zijn

OVER DE lijkwade van Turijn, die vele eeuwen oude vaatdoek waarop vaag de contouren van een getormenteerd gezicht te onderscheiden zijn, is geschreven en gespeculeerd door theologen, historici, textielkenners, scheikundigen, prelaten, fantasten en godsdienstwaanzinnigen....

Maar die zijn er niet. Het enige dat vaststaat, is dat het hier om oud textiel en geronnen bloed gaat. De rooms-katholieke traditie wil dat de doek die van Veronica is en het bloed dat van Jezus Christus; in het uur van zijn dood wiste zij er het zweet mee van zijn gezicht, en het bloed dat daarover sijpelde liet die afdruk achter. Op zichzelf is dat al een wonder, de ruimtelijke figuur van het gezicht die op het platte vlak van een doek een keurige tweedimensionale prent maakt, als een experimentele linoleumsnede. Daar hebben al die geleerden van verschillende discipline zich het hoofd over gebroken.

In zijn roman Shroud maakt de Ierse schrijver John Banville de onderliggende filosofische kwestie tot zijn onderwerp. Want wat weten we eigenlijk als we vaststellen dat het hier inderdaad om de afdruk van een menselijk gezicht van twee millennia terug gaat, wat weten we als we dat gezicht voor het gezicht van Jezus Christus houden? Is Turijn behalve de stad van de lijkwade ook niet de stad waar Friedrich Nietzsche zijn verstand verloor, de filosoof die niet veel ophad met begrippen als 'ik' en 'zijn' die we zo gemakkelijk en zo ondoordacht gebruiken?

De oude Vlaamse jood Axel Vander is naar Turijn gekomen om er op een congres over Nietzsche te spreken. Hij heeft enkele studies op zijn naam staan die het twijfelachtige karakter van de persoonlijke identiteit tot onderwerp hebben. Hij is er, bijna een halve eeuw geleden, wereldberoemd mee geworden.

Maar hij kwam niet alleen voor dat congres. Hij heeft ongeveer tegelijkertijd een brief gekregen van een jonge Britse vrouw die hem lijkt te willen ontmaskeren. Axel Vander is namelijk niet wie hij zegt te zijn, dat wil zeggen: hij is indertijd niet meteen na zijn geboorte 'Axel Vander' genoemd. Dat was een vriend van hem uit het vooroorlogse Antwerpen. Ook joods.

Ze groeiden samen op, al kwamen ze dan ook uit geheel verschillende milieus: de echte Axel Vander was de telg uit een diamantairsgeslacht, de tweede Axel Vander een kind van het lompenproletariaat. Toen ze jong waren, benijdde nummer twee nummer één om zijn welstand en zijn cultuur. De oorlog en de maatregelen van de Duitse bezetter, die hij wonderwel overleefde maar zijn vriend het leven kostten, maakten het hem mogelijk van identiteit te wisselen - althans van naam en van geboekstaafde persoonlijke geschiedenis.

Onder de naam van zijn vriend is hij een nieuw leven begonnen, eerst als vluchteling, via de Lissabon-route, in Londen en vervolgens als aanstormend essayist in de Verenigde Staten. Hij heeft er een cultuurfilosofie ontwikkeld die steunt op de twijfels van Nietzsche over het bestaan van al die alledaagse zekerheden omtrent wie wij zijn, en die riekt naar wat de Franse postmodernisten in de jaren tachtig van de twintigste eeuw nog eens driftig hebben overgedaan. Geen ik, dan ook geen identiteit - er bestaan louter conventies en afspraken over wat we onze identiteit en onze geschiedenis noemen.

Zo onzeker als ze zijn in filosofisch opzicht, de maatschappij draait erop. Zonder paspoort geen leven, zonder identiteit geen zekerheden, geen rechten. Wie op papier niet bestaat, kan ook in werkelijkheid niet bestaan: daar heeft Balzac al eens een fraaie novelle over geschreven (Kolonel Chabert). Het zijn overtuigingen, ficties, die het werkelijke functioneren regelen.

De eerste Axel Vander heeft indertijd een aantal spraakmakende en overspannen artikelen geschreven in een foute Vlaamse krant. Daarin viel hij de rassenleer bij. Ook hij vond, op een toon die enigszins aan de film Jud Süss doet denken, dat Europa van het jodendom verlost moest worden. De tweede Axel Vander was bij het tot stand komen van die stukken betrokken, hij werd er zelfs in opgevoerd. De jonge vrouw die hem een halve eeuw later schrijft, heeft die artikelen teruggevonden en confronteert hem ermee.

Dat zijn helemaal zijn stukken niet, al deelde hij de erin verdedigde opvattingen indertijd wel. De echte Axel Vander huldigde die opvattingen uit hoogmoed - hij keek neer op het joodse proletariaat in zijn stad -, de onechte deed dat uit schaamte en ambitie. Hun individuele opvattingen kleurden de indruk die zij maakten, zij vormden hun reputaties en legden daarmee hun identiteiten vast. Ze gingen echter niet terug op een krachtige en welomschreven persoonlijkheid, een 'ik', maar op willekeurige historische en maatschappelijke omstandigheden. Wie zij werkelijk waren is veeleer een kwestie van conventies, van stilzwijgende afspraken, dan van feiten.

De vraag naar de identiteit van de man wiens gelaat op de lijkwade van Turijn staat, krijgt, met andere woorden, een filosofische dimensie.

Shroud bestaat uit een aantal met elkaar verweven zoektochten. De studente wil weten wie Axel Vander werkelijk is, hij op zijn beurt raakt allengs meer geïnteresseerd in de studente. Er lopen nog enkele andere figuren door het verhaal heen, die evenzeer twijfels oproepen omtrent hun ware aard. Banville heeft, in een meeslepend en somber verhaal, melodisch en melancholiek als een cellosonate, de problematiek van de identiteit tot zijn onderwerp gemaakt. Dat is niet voor het eerst: in zijn twee vorige romans, The Untouchable en Eclipse, kwam het ook al aan de orde. De duistere wereld van Friedrich Nietzsche is er een waarin hij graag vertoeft.

Axel Vander de tweede wordt geconfronteerd met een verleden dat het zijne niet is, maar dat hij zich heeft toegeëigend. Kleptomanie is een constante in de geschiedenis van zijn jeugd, maar doet het ertoe nu hij die gestolen geschiedenis zo toegewijd heeft afgemaakt? Wiens geschiedenis is dat eigenlijk? En wie is hij, uiteindelijk, zelf? Is er meer dan conventie?

Banville lezen is steevast verliezen: hij schrijft zó goed dat de aanvankelijke zekerheden en scepsis van de lezer gaandeweg verkruimelen. De precisie van zijn stijl is zijn scherpste wapen, de nauwkeurigheid van zijn beschrijvingen zijn beste argument.

De fictie wint het van wat wij gemakshalve voor de werkelijkheid houden. Wij kunnen de sporen van wat de geschiedenis ons nalaat, slechts lezen vanuit onze overtuigingen, wij kijken of weten niet, wij geloven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden