Afsluiting van een megalomaan tijdperk

Vandaag is de laatste dag van de parlementaire enquête Woning-corporaties. Groot nieuws hebben de verhoren niet opgeleverd. Wat wel?

Met zijn diepste burgemeestersstem verwoordde voorzitter Roland van Vliet de afgelopen weken voorafgaand aan elk verhoor het doel van zijn parlementaire enquêtecommissie. 'Wij onderzoeken de opzet en werking van het stelsel van woningcorporaties, de vele incidenten die er plaatsvonden en willen weten wat er daarbij precies is gebeurd, hoe dat kon gebeuren en wie daarvoor verantwoordelijk zijn.'


In totaal getuigden 45 mensen onder ede voor de commissie, vandaag volgen de laatste twee. Het waren zes weken die zich laten samenvatten als de afrekening met een tijdperk.


Voor ingewijden hebben de verhoren geen grote onthullingen opgeleverd. Het nieuws dat de kranten haalde was betrekkelijk bescheiden. Enkele woningcorporaties hadden met huurdersgeld graag een olifantenparade willen organiseren, een aap in het buitenland adopteren en een weidevogelgebied willen aankopen, waar het ministerie overigens een stokje voor stak. Ook werd een kleinere fraude bij woningcorporatie Havensteder onthuld.


Aardig nieuws, maar het gros van de incidenten en misstanden is de afgelopen jaren in talloze krantenartikelen, rapporten en Kamerbrieven al uitgebreid uitgespit. Veel belangrijke lessen zijn ook al getrokken. Salarissen van bestuurders zijn beteugeld en een nieuwe wet met toezicht ligt in de Tweede Kamer.


Dat wil niet zeggen dat de verhoren mislukt zijn of mosterd na de maaltijd, zoals critici van tevoren vreesden. Het bleek hard nodig het geheel eens te overzien en er publiekelijk een punt achter te zetten. Dat deed de commissie op verschillende fronten.

Afrekenen met graaiers

Hoewel de meeste feiten bij de grote incidenten al bekend waren, hadden de hoofdpersonen nog nooit publiekelijk verantwoording afgelegd. De rechtszaken die tegen hen lopen, of het nu gaat om fraude, onterechte beloningen of wanbeheer, kunnen nog jaren op zich laten wachten. Dankzij de parlementaire enquête hebben we deze mannen nu recht in de ogen kunnen kijken en mogen aanhoren hoe zij hun handelen voor zichzelf verantwoorden.


Zo zagen we Marcel de Vries, de kasbeheerder van de Rotterdamse corporatie Vestia, die voor vele miljarden aan derivatencontracten sloot en daarmee bijna de gehele corporatiesector aan de rand van de afgrond bracht. Zonder een spier te vertrekken gaf hij toe dat hij persoonlijk ongeveer 10 miljoen euro had verdiend aan de derivatenkerstboom die hij bij Vestia optuigde. 'In mijn contract stond niet dat het verboden was om neveninkomsten te hebben.'


Een week eerder was zijn baas Erik Staal al langs geweest. Die vertelde dat hij de derivatencontracten van De Vries altijd blindelings tekende. Hij verschuilde zich achter externe toezichthouders die Vestia altijd hadden geprezen om het geweldige financi-ele beleid van de corporatie. Nee, Erik Staal viel niets te verwijten.


En er was het zwijgen van Hubert Möllenkamp op de vraag of het passend was een Maserati te blijven rijden als de raad van commissarissen hem had opgedragen de auto te verkopen. Om uiteindelijk zachtjes te zeggen: 'Nee.'


Voorafgaand aan de verhoren was er veel kritiek van juristen op het feit dat de verhoren de rechtszaken zouden kunnen verstoren. Maar dankzij deze getuigenissen hebben deze mannen eindelijk publiekelijk hun verhaal moeten doen en hoeven we niet nog enkele jaren te wachten op gecompliceerde rechtszaken.

Afrekenen met perverse prikkels

Tijdens een van de verhoren vertelde commissielid Anne Mulder over de conversatie die hij dat weekend op een feestje had gevoerd. 'Eigenlijk zou de commissie ook een psychiater moeten inhuren, om vast te stellen welke afwijking al die corporatiemannen hebben', kreeg hij als tip.


Het psychologisch profiel van bestuurders is inderdaad fascinerend. Stuk voor stuk dominante en slimme mannen van middelbare leeftijd met een grote overtuigingskracht en een enorme zak geld tot hun beschikking. Mannen die succes hadden met hun corporatie en zichzelf daarvoor ook goed lieten belonen. Het merendeel van hen is zozeer van het eigen kunnen overtuigd dat zij nog altijd vinden dat ze niets fout hebben gedaan. Sterker, zij zijn zelf het slachtoffer van anderen die hun magnum opus om zeep hielpen, vooral van toezichthouders die jarenlang enthousiast waren en ineens meenden te moeten ingrijpen.


Hoe het kon dat juist dit soort mannen de top van de corporaties bereikte, werd goed duidelijk tijdens het verhoor van Gerard Erents. Erents is dé puinruimer in de corporatiesector, hij stelde onder meer orde op zaken bij Rochdale en Vestia.


'Het is vloeken in de kerk, maar ik denk dat Rochdale de pech had dat de corporatie werd gezien als de redder van de Bijlmermeer', verklaarde Erents. Onder leiding van Hubert Möllenkamp heeft Rochdale vele miljoenen gestoken in het opknappen van het verloederde Amsterdamse stadsdeel. In het licht van de huidige regels een veel te riskante onderneming, constateert Erents, maar het is destijds goed afgelopen. Vastgoed werd alleen maar meer waard, dus Rochdale had genoeg geld om de enorme renovatie van de Bijlmer te betalen. Möllenkamp kreeg alle lof. Ook van toezichthouders en de overheid.


Groei, bouw, neem over, koop een stoomschip. Dat was wat Nederland de corporatiebestuurders vroeg. De mannen die de wildste plannen ten uitvoer brachten, werden beloond. Steeds kwam dat terug in de verhoren. Het salaris van Erik Staal was zelfs gekoppeld aan de omvang van zijn corporatie.


Zo kwamen de cowboys dus bovendrijven. De reeks successen pompte hun ego en salarissen steeds verder op. De Limburgse corporatiedirecteur Leks Verzijlbergh vond zichzelf zelfs zo goed dat hij kritische brieven van het ministerie inlijstte en aan de muur hing. Als bewijs van zijn ondernemerschap.


Alle politici, accountants en toezichthouders zullen de verhoren voor altijd in het geheugen gegrift staan. Zij zijn voortaan op zoek naar de megalomane en dominante trekjes bij de bestuurders die zij controleren. Allemaal om de Erik Staals van de toekomst op tijd te herkennen en het tegenwicht te geven dat zij verdienen.

Afrekenen met zelfregulering

Na de verzelfstandiging van de woningcorporaties in 1995 groeide in de corporatiewereld de vraag om zo min mogelijk overheidsbemoeienis. Corporaties wilden daarom ook af van streng toezicht. Zij konden elkaar wel controleren, was de breed gedragen opvatting in de sector begin deze eeuw.


Politiek viel dat in vruchtbare aarde. Vooral tijdens de kabinetten-Balkenende waren minder regels en meer verantwoordelijkheden voor 'het maatschappelijk middenveld' een populair mantra. Die zelfregulering heeft duidelijk gefaald, erkent iedereen inmiddels. Corporatiedirecteuren bleken niet in staat het vlees van hun collega's streng genoeg te keuren. Salarissen schoten niet voor niets juist in die periode omhoog.


Intussen waren er wel signalen dat het met het toezicht op de corporatiesector niet best geregeld was. Zo verdween een belangrijk rapport van hoogleraar Johan Conijn, die vandaag als laatste zal getuigen en door de parlementaire enquêtecommissie afgelopen weken regelmatig werd aangehaald, in een la. Net als herhaaldelijke alarmkreten van de directeur van het Centraal Fonds Volkshuisvesting Jan van der Moolen over de gebrekkige gereedschapskist van de financieel toezichthouder op de corporaties.


Corporatiedirecteuren, politici en ambtenaren hebben zichzelf op dat punt zeker wat te verwijten. Te lang zijn zij blijven geloven in de zelfreguleringsmantra van koepelorganisatie Aedes. Vanaf 2009 is dat beeld al gekanteld, zowel bij de corporaties als bij de overheid. Een wetsvoorstel voor scherper toezicht ligt sinds twee weken ter beoordeling in de Tweede Kamer. Rondom die wet zal dit najaar, als de commissie-Van Vliet met het eindrapport komt, nog veel te doen zijn. Vast staat wel dat zelfregulering bij de woningcorporaties op de mestvaalt van de geschiedenis ligt.

Afrekenen met politieke stuurloosheid?

De Haagse wispelturigheid kwam ook in menig verhoor aan de orde. 'Ik denk dat 90 tot 95 procent van alle ellende die u onderzoekt, komt door beleid uit Den Haag', zei oud-Tweede Kamerlid Paulus Jansen. Opeenvolgende bewindslieden moedigden corporaties steeds op hun eigen wijze aan om toch vooral 'een beetje ondeugend' te zijn, volgens Jansen. Hij noemde het een wonder dat er zo weinig incidenten hebben plaatsgevonden.


Dat corporaties in het verleden te veel bevoegdheden hebben gekregen, lijkt in de politiek nu wel breed gedragen. Grote commerciële projecten zijn taboe, daarover is het huidige kabinet ook zonneklaar in een nieuw wetsvoorstel. Maar dan wordt het lastig. Want wat mogen de corporaties nog wel doen?


Tijdens de verhoren bleek dat daarover binnen de commissie de nodige spanning zit. Zo stelde VVD-Kamerlid Anne Mulder herhaaldelijk kritische vragen over 'het bevorderen van leefbaarheid', dat vooralsnog ook tot het takenpakket van corporaties hoort. Terwijl de linkse politici instemmend knikten als een van de ondervraagden zei dat corporaties toch best een huismeester mogen aanstellen als het nodig is, of een speelplaats mogen aanleggen. En lang niet altijd zijn commerciële projecten een probleem, zei directeur Ronald Paping van de huurdersvereniging Woonbond dinsdag. 'Als het bijvoorbeeld om de laatste winkel in een klein dorp gaat, heb ik er weinig problemen mee.'


Nederland heeft veel aan de corporaties te danken, benadrukte een aantal getuigen. Getto's zoals in veel buitenlandse steden kennen wij in Nederland niet en dat is volgens veel experts een zege die de woningbouw- verenigingen toekomt. 'Dat mogen we niet verkwanselen', klonk het in menig verhoor. Econoom Arnoud Boot stelde daartegenover dat Nederland in zijn ogen veel te veel sociale huurwoningen heeft en dat het werkterrein van de corporaties nu veel te groot is om er effectief op te kunnen toezien. 'De sector moet gehalveerd worden', stelde Boot.


Die spanning speelt ook tussen politieke partijen. Het is dus ook nog lang niet zeker is of het de commissie zal lukken ook daarmee af te rekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden