Afschaffen, die nare, invaliderende term '55-plusser'

IJs&Weder

Het voordeel van een vaste groep vrienden, met wie je oud en nieuw viert en op vakantie gaat, is dat je amper merkt dat je ouder wordt. Je wordt het met z'n allen - als het meezit.

We hebben volwassen kinderen, sommigen zelfs een kleinkind. We kunnen dezelfde liedjes meeblèren met de Top-2000. We hebben de mode van de bordeelsluipers, de biologische sapjes, de singer-songwriters, de ruileconomie en de opkomst van de zzp'er al minstens twee keer meegemaakt. We lachen om dezelfde stomme dingen. We maakten ruzie en legden het bij. We begroeven samen onze ouders. We bleven min of meer trouw aan ons ouwe zelf. Daarom bleven we vrienden.

Niet dat we de illusie hebben dat we nog hip zijn en er geweldig uitzien. We zijn niet blind. We hebben kwalen en kwaaltjes. Maar je beschouwt vrienden nu eenmaal als leeftijdsloos. Je ziet geen man of vrouw van 25, 38, 46 of 59, maar iemand van al die leeftijden tegelijkertijd. De geliefde grijze man die ooit stralend rood haar had noem ik nog steeds roodharig.

Toch verandert er iets. Sommigen van ons werken niet meer. Een deel is met prepensioen, een ander deel moest stoppen door ziekte of ontslag. Velen van ons eindigen, vrijwillig of noodgedwongen, zoals we ooit, begin jaren tachtig begonnen, toen we net afgestudeerd waren en er ook geen banen waren: als freelancer. Heel soms hoor ik die vraag stellen die ik me herinner van verjaardagsfeestjes van mijn ouders: 'Hoe lang móét jij nog?'

Ik schrik daar altijd van. De woorden 'moeten' en 'nog' wasemen tegenzin en vermoeidheid uit. Met de tong op de schoenen sleept de oude bok zich naar de eindmeet, waarna hem de eeuwige vakantie toelacht. Ik wil daar niet aan denken. Altijd vakantie lijkt mij stomvervelend. Steeds maar moeten zorgen dat je het leuk hebt en interessante dingen doet, ik zou het niet kunnen. Ik zou wegzinken in een zompig moeras van depressie en zinloosheid.

Misschien heb ik daarom acht jaar geleden bewust mijn hoofd in een fluwelen strop gehangen. Ik gaf toen mijn veilige baan met goed pensioen op voor een vogelvrij bestaan. Dat bevalt me goed: niemands baas, niemands knecht. Maar wellicht is het ook de kift: ik kán helemaal niet met prepensioen, en straks voorlopig ook niet met gewoon pensioen. Te laat gaan sparen voor de oude dag, te laat een huis gekocht. Muffe termen als koopsompolis, lijfrente en beleggingsrekening golden altijd voor ándere mensen. Kom op zeg, daar deden wij niet aan. Ik wist heel lang niet wat die woorden betekenden.

Minstens twaalf jaar doorwerken dus. Geeft niks, deadlines houden bij mij de vaart erin. Nu de kinderen de deur uit zijn, kan ik me eindelijk voluit aan mijn werk en ambities wijden. Voor mijn gevoel kom ik pas de laatste tien jaar echt op stoom. Doorwerken is helemaal van deze tijd. Toch?

Nou nee. Een paar maanden geleden werd ik opgebeld door een aardige mevrouw. Of ik wilde meedoen aan een groot universitair onderzoek, naar het fysieke en mentale welbevinden van 55-plussers. Het kostte een paar uurtjes. Uit nieuwsgierigheid zei ik ja.

Het werd een komische middag. Ik moest antwoorden op vragen als: kunt u nog zelf douchen? Wie doet uw administratie? Kookt u weleens? Hoeveel kennissen hebt u: meer dan drie? Ook moest ik een geheugentestje doen en kniebuigingen maken. 'Ik heb al mijn eigen tanden nog!', riep ik, om de stemming erin te houden. De grap ontging de verpleegkundige volledig. 'O, maar dat is héél fijn', zei ze, terwijl ze op mijn pols klopte. 'Houden zo!'

Natuurlijk, ik begreep ook wel dat de categorie '55-plus' zo'n vier decennia kan beslaan, en dat ik tot de peuters behoorde. Toch stak het me dat niet één vraag over werk ging. De mogelijkheid dat iemand boven de 55 nog zou kunnen werken, werd door de onderzoekers volkomen uitgesloten. 'Wat zijn uw dagelijkse bezigheden; doet u kleine huishoudelijke klusjes?' Aan het eind van die middag voelde ik me stokoud en rijp voor het graf.

We moeten doorwerken tot ons 68ste, en dat is geen slecht idee. Dat kunnen we best. Maar schaf dan ook die nare, invaliderende term '55-plusser' af. Die heet voortaan gewoon 'werkende'.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.