'Afrikanen zijn het grappigst'

Haar verhalen, balancerend tussen entertainment en tragiek, bezorgen de Zimbabwaanse Petina Gappah wereldwijd succes...

‘Toeval, dat moet het zijn.’ Petina Gappah (1971) kijkt zo onbevangen, dat je haar niet van valse bescheidenheid kunt verdenken wanneer ze met deze woorden haar eigen succes verklaart. De Zimbabwaanse schrijft al sinds haar jonge jaren, en deed dat óók toen ze de afgelopen elf jaar als advocaat werkte voor een internationale organisatie in Genève die handelsrechtsbijstand geeft aan ontwikkelingslanden. ‘Full time. Een mooie baan. Ik hou van debatteren, en praat het liefst zonder ophouden, ik ben er geknipt voor. In de avonduren schreef ik deze verhalen. Nooit gedacht dat ik daar iets mee kon verdienen.’

Ze liet de verhalen aan anderen lezen, tragikomische schetsen die vaak gaan over een blij volk in een benard tijdperk – het door corruptie, inflatie, aids en cholera geteisterde Zimbabwe –, en tot haar verbazing kon haar debuutbundel An Elegy for Easterly (vertaald als De danskampioen en andere verhalen) in april 2009 verschijnen bij het prestigieuze Faber & Faber. Gevolg: de bundel gaat nu in acht talen de hele wereld over, Gappah won in december vorig jaar de Guardian First Book Award, en in augustus zal ze een sabbatical van twee jaar opnemen, om zich in Genève uitsluitend te wijden aan het schrijven. Haar volgende boek heeft ze al ingeleverd, de roman The Book of Memory, die in januari 2011 verschijnt. Maar ze popelt om aan haar derde boek te beginnen, een historische roman.

En dan te bedenken dat ze ooit in Harare, Cambridge en Graz rechten heeft gestudeerd, vooral om haar ouders een plezier te doen. ‘Mijn vader wilde dat ik naar de universiteit ging, en iets professioneels werd. Als eerste in mijn familie mocht ik naar de universiteit. Rechten wordt mijn toekomst, wist ik toen, al hield ik zielsveel van schrijven. Een fijne hobby, niet meer dan dat. Al gistte het wel. Mijn vrienden werden dol van mijn litanie dat ik zo graag schrijver wilde zijn. Die zijn daar, tot hun vreugde, sinds een jaar van verlost.

‘Een geluk, dat ik een uitgever trof die mij met een verhalenbundel, altijd een commercieel risico, liet debuteren. En ik trof het, dat de wereld net de laatste jaren hongerde naar nieuws over mijn vaderland. Zimbabwe is veel in het nieuws door de wantoestanden onder Mugabe.’

Alles goed en wel, maar zou de respons niet ook een heel klein beetje te maken hebben met haar talent? Gappah overtuigt, doordat zij een verhaal zo durft te beginnen, met die mengeling van entertainment en tragiek: ‘Toen in één jaar tijd alles 97 keer zo duur werd, zette M’dhara Vitalis Mukaro een punt achter zijn leven als gepensioneerde en begon hij doodskisten te maken. Binnen zes maanden werd hij tweemaal beroemd: als de beste kistenmaker van de streek en als de danskampioen van Mupandawana.’

Gappah: ‘Veel oefenen, hè. Op mijn tiende schreef ik al een boek, daarna poëzie en toneelstukken. In het Engels, ja. Ik ben opgegroeid in het toen nog Rhodesië geheten land, met een blank minderheidsregime, en mijn eerste taal was het Shona. Nadat het land onafhankelijk werd in 1980 kwam er in Zimbabwe een zwart meerderheidsregime. Toen werd het voor mij mogelijk om als een van de weinige zwarte kinderen op een witte Engelse school te komen, in Harare. Ik gooi er in mijn verhalen nog wel eens een woordje Shona tussendoor, maar Engels is mijn natuurlijke taal geworden.’

Verhalenbundels zijn niet per definitie commercieel kansloos. Gappah logenstraft daarnaast het westerse vooroordeel dat verhalen die in arm Afrika spelen zwaar op de hand zijn, en alleen verliezers en slachtoffers kennen. Gappah: ‘Mensen zijn soms geschokt dat er veel om te lachen is in Zimbabwe. Bovendien heb ik nooit enige tragische situatie meegemaakt die niet óók komische elementen in zich draagt. Niet alleen ik vind dat. Moet je kijken wat filmregisseur Quentin Tarantino met de Tweede Wereldoorlog doet.

‘Afrikanen zijn de grappigste mensen die ik ken. Dat zie ik des te beter sinds ik in het stijve Genève woon. De ultieme roman over Zimbabwe en Robert Mugabe, en over wat het land de laatste tien jaar is overkomen, zal een komische roman zijn.

‘Twee jaar geleden: een vrouw met het verstand van een 8-jarige overtuigt de regering ervan dat zij, door het oproepen van een voorouderlijke geest uit de veertiende eeuw, uit een stuk rots pure diesel kan laten spuiten. De voltallige regering komt kijken, doet de schoenen uit, begint te klappen, en die vrouw roept de geesten aan: en jawel, er komt niet zomaar wat uit die rots, maar diesel.

‘Achter de rots had ze een container staan, met een pijplijntje eronder. Dat werd ontdekt, en ze werd gearresteerd. Nadat een minister haar had geslagen, want die vrouw bleek ook nog eens zijn minnares te zijn Dat gebéurt daar!

‘O zeker, ik word gelezen in Zimbabwe. Niet iedereen is blij met mijn verhalen. In The Herald, de staatskrant, werd ik opgevoerd als ‘de hedendaagse Judas Iskariot’, omdat ik mijn vaderland zou hebben verraden voor zilverlingen. Ik had het land dankbaar moeten zijn, omdat ik er een opleiding heb kunnen volgen. En omdat Mugabe en consorten ons in 1980 hebben bevrijd van de blanken. Dat las ik terug in die recensie.

‘Maar ik heb ook ministers ontmoet die mij op een handelsconferentie toefluisteren: ‘Very good, Petina!’ Het is maar fictie, zeggen ze dan. Ik ben ongevaarlijk, geen journalist, ik verzin verhalen. Zo’n minister prijst mij om mijn rijke verbeelding, en lacht hard met mij mee, ook al lach ik om hem. Het is maar fictie, hahaha!

‘Tegelijk zit er, zelfs aan dat verhaal van die diesel, ook die tragische zijde, dat die vrouw haar leven kwijt is. In mijn verhalen hoop ik die balans tussen humor en ellende te bewaren.’ Zo lezen wij over een jonge vrouw die trouwt met een man van wie alleen zijzelf niet lijkt te weten dat hij aids heeft, en over een naïeve Zimbabwaan in Genève die gelooft dat hij een miljoen euro heeft gewonnen en zijn prijs in Amsterdam komt ophalen – om gigantisch te worden opgelicht, door landgenoten.

Gappah: ‘Dat verhaal, ‘Onze man in Genève wint een miljoen euro’, is nou eens helemaal niet verzonnen. Die arme man, die geld wilde verdienen voor zijn familie in Zimbabwe, dacht ineens rijk te worden door in te gaan op zo’n dubieuze email als iedereen wel in zijn box krijgt: ‘Ja! Gefeliciteerd! U bent de winnaar!’ Moest hij alleen eerst even vijfduizend euro administratiekosten komen betalen, in Amsterdam. Hij dacht dat God zelf zijn gebeden had beantwoord, en ging erop in.

‘Het verhaal gaat over een diplomaat in Genève, een vijftiger, die ik heb opgeleid. Al zijn geld kwijt. Hij weet ervan, dat ik dit verhaal heb geschreven, en was blij dat iemand iets heeft kunnen doen met zijn onfortuinlijke ervaring. En dat anderen nu worden gewaarschuwd voor vreemde transacties in dat zo louche Amsterdam.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden