Afrikaanse stadsdichters op bezoek bij de griots

De droom was van de Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach: een stoet Afrikaanse dichters trekt van het vroegere slaveneiland Gorée naar de woestijnstad Timboektoe met zijn herinneringen aan een oude beschaving....

Jarenlang fantaseerde hij erover met zijn Nederlandse vriend Jan Kees van de Werk, vroeger uitgever van de ter ziele gegane Afrikaanse Bibliotheek, nu vooral dichter. 'Een dromerig, naïef idee', zegt Van de Werk. Maar soms lukt zoiets toch. In december 1999 vertrok de dichterskaravaan, al was de subsidie tot het laatste moment zo onzeker dat Breytenbach zelf weldra moest afhaken, omdat hij verplichtingen in New York was aangegaan. 'Hij was daar zeer bedroefd over.'

Onlangs verscheen Van de Werks verslag van de reis: De karavaan van de verbeelding (KIT uitgeverij, ISBN 90 6832 195 1, f. 25,00). Uit hun brede kennissenkring onder Afrikaanse schrijvers en dichters had hij en Breytenbach een bont gezelschap samengesteld.

Zo kon het gebeuren dat de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog in het Malinese stadje Kayes gedichten las in het Afrikaans: 'ik wil dat jij het bent mij kleintje/ dat je tussen je ribben de trilling voelt/ dat het anders moet'. De Zimbabwanen Chirikure Chirikure en Chenjerai Hove lazen in het Shona. Zein al Abdin Fouad (Egypte) in het Arabisch. Amina Saïd (Tunesië) in het Frans. En soms declameerde reisleider Van de Werk in het Nederlands.

Wat moesten de Afrikanen onderweg met al die vreemde klanken? Soms werd er vertaald, zegt Van de Werk, maar ritme en mimiek waren belangrijker.

Bij de optredens van Chirikure, 'een stengel met de stem van een orkaan', werd het publiek wild. Amina Saïd fluisterde 'haar eenzame poëzie, maar dat kwam ook over, niet woord voor woord, wel de intentie. Maar er waren ook momenten dat we absoluut níet overkwamen.' Zo sprak de Senegalese dichter Thierno Seydou Sall in een voor velen onderweg begrijpelijke taal, maar hij 'fulmineert in platte politieke teksten tegen bijvoorbeeld de Wereldbank. Onbegrip zweefde in de lucht.'

De toehoorders kwamen met honderden, soms van heinde en verre, uit de dorpen. 'Het dichterschap is nog van superbetekenis' bij de vele volkeren langs de route dwars door Senegal en Mali, zegt Van de Werk. Verhalenvertellers, de griots, en plaatselijke musici vormen het hart van de cultuur. Ze kwamen naar de optredens en deden mee.

Dat was wat Breytenbach en hem voor ogen stond: een ontmoeting tussen de schrijvende dichters uit de grote steden van Afrika met de oude, mondelinge dichtersculturen.

Dat klinkt romantisch. Maar juist over de rol van de griots voerden de dichters in de karavaan felle debatten. Seydou Sall ziet hen als aartsconservatieve gezagdragers die het volk dom en onderdanig houden. En inderdaad, zegt van de Werk: 'Je hoeft maar licht romantisch te zijn om in zwijm te raken van allerlei onzinpraatjes van de griots.'

In het dorp Kita, 'de bakermat van het griotisme', werden de dichters in het 'huis van de griots' genodigd. Vrouwen mogen niet verder dan de drempel. Vrouwelijke griots hebben een eigen hut om te palaveren. Voor de dichteressen in de karavaan werd een uitzondering gemaakt. De Kameroenese dichteres Werewere Liking ontstak in woede.

Ze zei: zo verandert er nooit iets. Hoe kunnen de griots steeds maar weer over het glorieuze verleden zingen, terwijl het dorp een armoedige troep is? Ze vond in Kita 'geen trots en waardigheid meer te bekennen', zegt Van de Werk. 'Het was op de grens van het onbeschofte, maar de gastheren reageerden beleefd. We bleven te kort voor een echte discussie.'

De Malinese dichter Albakaye Ousmane Kounta nam het op voor de griots. Velen van hen zijn niet alleen uitvoerende kunstenaars, ze zijn ook geestelijk leidsman in een dorp, betoogde hij. Sommigen maken wel degelijk nieuwe gedichten die van meer belang zijn voor het hier en nu. Hij overtuigde Liking niet. Van de Werk: 'Ze is ongeduldig, ze vindt dat de griots een rol moeten spelen bij snelle verandering.'

En zo mijmerden en kibbelden de dichters verder op hun tocht. Het laatste stuk naar Timboektoe legden ze af in grote prauwen op de rivier de Niger. Onderweg traden ze op in vissersdorpen en kampen van Touareg-nomaden. De toehoorders neurieden mee en dansten.

Aan het eind van de reis lag de oude stad, met handschriften uit de twaalfde eeuw in een beroemde bibliotheek. Op het plein, een zandvlakte, voor de Sankoré-moskee hadden zich duizenden mensen verzameld. Sommigen hadden lange reizen afgelegd om de dichters te zien. Vooral Zein al Abdin Fouad, die volgens Van de Werk een superster is in de Sahellanden. Feest tot diep in de nacht.

Van de Werk heeft een nieuwe droom: 'met een groep Afrikaanse dichters de Nijl afzakken, lijkt me fantastisch.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden