Afrikaanse ellende is geen natuurverschijnsel

Peter Giesen

Een verloren continent, waar de economie stagneert, een aidsepidemie huis houdt en politiek geweld elke kans op ontwikkeling frustreert. Zo wordt Afrika vaak beschreven, zelfs in wetenschappelijke literatuur. 'Vaak is de teneur: het was niks, het is niks en het zal niks worden. Alsof Afrika geen enkel potentieel voor ontwikkeling heeft', zegt historica Marlous van Waijenburg.


Voor Afrika is armoede echter geen lotsbestemming, concludeert zij in haar scriptie Living Standards in British Africa 1880-1945. Is Poverty Destiny? In de eerste helft van de 20ste eeuw deed de Afrikaanse economie het (relatief) goed. Gewone Afrikanen profiteerden daarvan: zij waren gemiddeld rijker dan de Aziaten.


'Tot 1970 geloofden economen en andere wetenschappers ook dat Afrika betere vooruitzichten had dan Azië: Afrika had meer grondstoffen en was dunner bevolkt, waardoor er minder monden gevoed hoefden te worden', zegt Van Waijenburg.


Haar masterscriptie is bekroond met de scriptieprijs van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en de Volkskrant. Gisteren werd de prijs aan Van Waijenburg uitgereikt door de voorzitter van de jury, Piet de Rooy, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.


Marlous van Waijenburg studeerde economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Inmiddels werkt ze aan haar proefschrift aan Northwestern University in Chicago, bij de economisch historicus Joel Mokyr. 'Veel mensen begrijpen niet dat ik het leuk vind om de hele dag achter Excel-sheets met historische statistieken te zitten', zegt Van Waijenburg. 'Maar ik ben gegrepen door economische geschiedenis, door de vraag waarom sommige landen groeien en andere stagneren.'


Haar scriptie begon ook met zo'n simpele vraag. 'Wat is er aan de hand met Afrika? Waarom is er zo veel armoede en politiek geweld? Veel studies zijn heel pessimistisch en deterministisch: er zijn structurele factoren die ontwikkeling belemmeren', zegt Van Waijenburg. Sommige onderzoekers wijzen op de geografie van Afrika. Het continent ligt excentrisch en grote delen zijn moeilijk bereikbaar. Anderen zoeken de oorzaak in institutionele factoren: in veel Afrikaanse landen zijn eigendomsrechten slecht geregeld, waardoor markten niet tot ontwikkeling komen.


'Maar in zulke studies wordt vaak een lijn getrokken tussen twee punten. In 1500 schoten de Afrikaanse instituties tekort, in 1990 ook. Maar over de tussenliggende periode wordt niets gezegd. De prekoloniale tijd is ook moeilijk te onderzoeken. Afrika heeft een orale traditie, er is weinig op schrift gesteld. Maar over de koloniale periode is veel meer materiaal. Daardoor kun je over een langere periode naar de Afrikaanse economie kijken.'


De Groningse historicus Jan Pieter Smits had al laten zien dat de Afrikaanse economie tussen 1910 en 1950 flink was gegroeid. Ook toonde hij aan dat gewone Afrikanen daarvan profiteerden: ze kregen dagelijks meer calorieën binnen. In het onderzoek van Smits werd Afrika echter niet opgedeeld in afzonderlijke landen. Van Waijenburg keek naar de koopkracht van arbeiders in acht landen in Brits-Afrika: Gambia, Goudkust (het huidige Ghana), Nigeria, Mauritius, Sierra Leone, Kenia, Oeganda en Nyasaland (het huidige Malawi). Ze gebruikte een methode die eerder voor onderzoek naar de reële lonen in Aziatische landen was gebruikt, waardoor een vergelijking tussen Afrika en Azië mogelijk werd.


Vooral in West-Afrika bleken de reële lonen flink te stijgen, tot 200 procent. In Oost-Afrika ontwikkelde de koopkracht zich minder gunstig. 'In West-Afrika werd veel handel gedreven. Oost-Afrika was meer agrarisch gebied. In Kenia namen blanke kolonisten de beste grond in. Zwarte boeren werden verjaagd. Ze gingen als loonslaven naar de stad, waardoor het arbeidsaanbod toenam en de lonen werden gedrukt', aldus Van Waijenburg.


De koloniale periode is vaak beschouwd als een periode van brute uitbuiting. Volgens sommige onderzoekers hebben de koloniale machthebbers de Afrikaanse economie nooit tot volwassenheid gebracht, omdat ze hun koloniën zo veel mogelijk wilden leegpersen. Na de dekolonisatie zouden Afrikaanse elites die strategie hebben voortgezet.


Maar wie Van Waijenburgs scriptie leest, krijgt de indruk dat het kolonialisme zo gek nog niet was. In elk geval deed Afrika het in de eerste helft van de 20ste eeuw het een stuk beter dan nu. West-Afrika was rijker dan Azië. Kennelijk werden de koloniën niet louter als wingewest gezien. Van Waijenburg: 'De koloniale autoriteiten hadden ook de belastingen kunnen verhogen.


Die ruimte was er, omdat de koopkracht toenam. Maar kennelijk wilden ze niet alles uit de koloniën persen.' Het kolonialisme kende echter talloze verschijningsvormen. In Oost-Afrika waren de zwarte arbeiders slechter af dan in West-Afrika. Bovendien zijn er ook schrijnende voorbeelden van uitbuiting, zoals Congo in de 19de eeuw. 'Daarnaast zijn er andere vormen van uitbuiting dan de economische. Afrikanen werden achtergesteld bij Europeanen. Ze konden niet zelf over hun lot beslissen', zegt Van Waijenburg.


Haar onderzoek laat zien dat de Afrikaanse armoede geen natuurverschijnsel is. Onder andere omstandigheden heeft Afrika het wel goed gedaan. Bovendien valt armoede ook niet zo maar te verklaren uit de koloniale erfenis. In de eerste helft van de 20ste eeuw werd Afrika niet leeg geperst, maar juist tot bloei gebracht.


De vraag waarom het na de dekolonisatie zo mis is gegaan, kan Van Waijenburg ook niet beantwoorden. 'In veel Afrikaanse landen willen de elites zo veel mogelijk geld uit het land halen', aldus Van Waijenburg. Een schoolvoorbeeld hiervan is het bewind van Robert Mugabe in Zimbabwe.


In Azië ligt dat anders. De Chinese elite is ook corrupt, maar wil daarnaast het land tot ontwikkeling brengen. 'Heeft die houding van de Afrikaanse elites te maken met de koloniale geschiedenis, waarin de machthebbers elites tegen elkaar uitspeelden? Ik weet het niet, maar het is een vraag die ik graag zou willen onderzoeken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.