Afrikaan moet anders gaan leven

Goedkope aids-medicijnen zijn slechts een deel van de oplossing voor het gezondheidsprobleem in Afrika, stelt P. Lofvers. Alleen als ook het gedrag van de bevolking verandert, kunnen er blijvende resultaten worden geboekt in de strijd tegen aids....

P. Lofvers

IN de discussie over goedkope aids-medicijnen voor Afrika worden naar mijn idee een aantal dingen over het hoofd gezien (zie Wim Bossema in de Volkskrant van 8 april en Agnes Kant in Forum van 18 april). Aids is een gecompliceerde ziekte, met een zeer onvoorspelbaar verloop. Iemand die vandaag wordt besmet, kan binnen een paar maanden komen te overlijden aan - bijvoorbeeld - tbc, diarree of hersenmalaria. Maar ook kan het zijn dat hij of zij nog vijf of tien jaar blijft leven, en dan plotseling overlijdt aan een longontsteking.

Afrikanen leven met de dag; Aids is een 'ziekte van morgen'. Wie dan leeft, die dan zorgt. De honger van vandaag, het schoolgeld van de kinderen, de maïs op het veld, het zorgen voor (de vele) zieke familieleden zijn de zorgen van vandaag.

Daar komt bij dat 'trouw blijven aan je partner' helaas nog geen gemeengoed is in Afrika. In het ziekenhuis in Zambia waar wij werkten was het percentage sero-positieven onder de plattelandsbevolking 20-30 procent; onder het verplegend personeel naar schatting 40 procent, en onder de opgenomen patiënten zelfs 70 procent.

Buitenechtelijke relaties onder verplegend personeel waren aan de orde van de dag, ironisch genoeg zelfs tussen aids-voorlichters en patiënten. 'We kunnen niet zonder seks' is het vaak gehoorde excuus. Het zijn cliché's, maar helaas is het wel de werkelijkheid. Moeilijk te begrijpen, als je ziet hoe mensen op deze manier Russische roulette spelen. Het gevolg is dat het hele werkende middenkader uitvalt; kinderen worden - in het gunstigste geval - opgevoed door hun grootouders; dorpen raken letterlijk uitgestorven.

Er heerst in Afrika nog steeds een taboe op aids: als er iemand overlijdt, is het aan 'malaria', 'tbc', of 'diarree'. Dat bemoeilijkt ook zeer de aanpak. Je kunt iemand immers pas behandelen als hij heeft geaccepteerd dat hij aids heeft. Daar komt bij dat een verandering van het seksuele gedrag essentieel is. Anders betekent 'langer leven' ook: 'nog meer mensen besmetten', en raken we van de regen in de drup. Want aids-remmers zijn nog steeds geen geneesmiddelen: ze remmen het proces, maar stoppen het niet.

Een ander probleem is de trouw aan de therapie. Mijn ervaring in Zambia was dat 80 procent van de mensen met tbc (en bijna allen seropositief!) hun kuur van negen maanden niet afmaakten. Ze knapten na een paar maanden een beetje op, en stopten dan met het innemen van de - overigens gratis door de Nederlandse overheid verstrekte - medicijnen. Ons ziekenhuis had onvoldoende middelen om de mensen die niet kwamen op te sporen. Gevolg: de tbc onvoldoende behandeld, en een toenemende resistentie tegen de tbc-medicijnen.

Hoe zal dat gaan met aids-remmers? Geneesmiddelen die je levenslang moet slikken met vaak forse bijwerkingen? Ik voorspel wederom therapie-ontrouw en wellicht ook handel in deze dure medicijnen (1100 dollar per jaar is nog steeds meer dan een jaarloon in Zambia). Het gevolg zal een zich snel ontwikkelende resistentie zijn. Iedereen is daar uiteindelijk slechter mee af.

Een goed antwoord heb ik ook niet; wel vind ik dat we ons niet moeten laten leiden door goedkoop sentiment over 'de arme Afrikanen'. De kreet 'kom op met medicijnen, we sterven als ratten' doet ons blindelings naar de welgevulde portemonnee grijpen zonder ter discussie te stellen hoe de Afrikanen zelf denken dit probleem te gaan aanpakken. Te vaak denken we hier dat met geld of goedkope medicijnen alles te bereiken is.

Hulp moet structureel zijn. Dat wil zeggen: goed betalen voor Afrikaanse waar, investeren in de lokale economie, in opleiding, scholing en voorlichting. Tot nu toe heeft de uitgebreide aidsvoorlichting in Zambia - een land dat daar net als Uganda redelijk in voorop loopt, nog maar weinig zoden aan de dijk gezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden