Afrika zit met zijn misdadige leiders in zijn maag

Weer kwam het er niet van. Al ruim tien jaar sleept in Ethiopië het proces tegen de vroegere dictator Mengistu Haile Mariam....

Volgens de vele slachtoffers van Mengistu’s pseudo-communistische ‘Rode Terreur’ liegt het materiaal er niet om. Er zijn door hem ondertekende executiebevelen. Er bestaan video’s van de martelingen die in Mengistu’s naam zijn gepleegd. En talrijke overlevenden zijn met getuigenissen gekomen.

Iets dergelijks geldt in de zaak tegen een andere despoot, de in 1990 uit Tsjaad verdreven Hissène Habré, ook wel bekend als ‘de Afrikaanse Pinochet’. Zijn bewind zou circa 40 duizend mensen het leven hebben gekost. Organisaties als Human Rights Watch hebben dit onderzocht. Habré leeft ongestoord in Senegal.

Deze week is een speciale juridische commissie van de Afrikaanse Unie (AU) bijeengekomen om zich over het lot van Habré te buigen. De VN wil dat Senegal, een ondertekenaar van het verdrag tegen martelingen, de vroegere president voor het gerecht daagt, of uitlevert aan België, waar Tsjadische vluchtelingen een proces zijn begonnen.

De zitting in het hoofdkantoor van de AU, dat zich typisch genoeg in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba bevindt, vindt achter gesloten deuren plaats. De commissie heeft het niet nodig gevonden om getuigen tegen Hissène Habré op te roepen. Niet nodig – of: niet wenselijk.

Afrika zit met zijn leiders, met vroegere en huidige, flink in de maag. In Sierra Leone mag dan sinds kort de ex-president van Liberia, Charles Taylor, zich opmaken voor zijn proces, elders op het continent zijn nog talrijke voormalige en zittende machthebbers aan wier handen bloed kleeft, maar die geheel vrijuit gaan.

De vraag is of de AU, de opvolger van de tandenloze Organisatie van Afrikaanse Eenheid, veel tegen hen kan uitrichten. In januari koos de Unie een nieuwe tijdelijke voorzitter. De belangrijkste kandidaat was Omar al-Bashir, de president van Sudan, een man die volgens velen medeverantwoordelijk is voor de slachtingen in de westelijke provincie Darfur.

Bashir kon dus eenvoudig niet. Het compromis heette Dennis Sassou-Nguesso, de internationaal weinig bekende president van Congo-Brazzaville. Hij trekt dezer dagen onder meer als vredesstichter door Afrika. Maar ook zijn bewind kenmerkte zich de afgelopen jaren door ernstige schendingen van de mensenrechten.

Ooit kende Afrika Jean-Bédel Bokassa, de zelfverklaarde keizer van de Centraal Afrikaanse Republiek. In 1987 werd hij veroordeeld wegens moord en grootscheepse fraude. Maar al na enkele jaren kwam hij weer op vrije voeten. Daarna hebben weinig ex-dictators in Afrika gevangenistralies gezien.

Mengistu is in de ogen van de huidige Ethiopische regering, onder leiding van premier Meles Zenawi, een eersteklas-schurk. Maar het afgelopen jaar heeft, onder andere door het neerschieten van ongewapende betogers en het gevangenzetten van de oppositie, ook het Meles-bewind bewezen uiterst repressief te kunnen zijn.

Voor Habré en Tsjaad geldt een vergelijkbaar verhaal. Idriss Déby, de huidige president, wil dat Habré vervolgd wordt. Maar Déby, die via een staatsgreep aan de macht kwam en de grondwet wijzigde om herkozen te worden, heeft inmiddels eveneens de nodige misdaden op zijn naam staan.

En dan zijn er nog de Afrikaanse leiders wier terreurdaden welomschreven zijn, maar die om diverse redenen nog weinig te vrezen hebben. Teodoro Obiang Nguema van Equatoriaal Guinee bijvoorbeeld. Hij plundert en moordt. Maar ja, hij pompt ook dagelijks 350 duizend vaten olie uit de bebloede grond.

Weinig bekend, maar in de ogen van velen niet minder misdadig, is Blaise Compaoré, de president van Burkina Faso. Hij is al bijna twintig jaar aan de macht en speelde in het verleden vaak onder één hoedje met Charles Taylor, in hun pogingen West-Afrika te destabiliseren en zichzelf daardoor te verrijken.

In het zuiden van het continent zit Robert Mugabe. Hij verleent in Zimbabwe niet alleen ballingschap aan Mengistu, maar heeft door zijn ruzie met blanke boeren en westerse regeringsleiders de afgelopen jaren ook zijn land naar de rand van de afgrond gebracht. De Afrikaanse Unie heeft over zijn mensenrechtenschendingen geschreven; de rapporten zijn binnenskamers gebleven.

Over Isaias Afewerki, president van Eritrea, kunnen we het nauwelijks hebben. Hij heeft zijn land namelijk van de buitenwereld afgesneden en jaagt tamelijk ongestoord op iedereen die hem niet zint. Het bewijsmateriaal tegen hem dient nog verzameld te worden. Van een proces kunnen zijn slachtoffers momenteel slechts dromen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden