Afrika's bekendste fotograaf verloor alles, maar zijn foto's zijn gered

Te midden van plunderingen in de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek vonden collega's het archief van de beroemde fotograaf Samuel Fosso.

AP-fotograaf Jérome Delay wist niet wat hij zag. Hij fotografeerde vorige week plunderende christelijke jongeren in Miskine, de moslimwijk in Bangui, hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek, toen hij ineens overal op straat foto's en negatieven in de modder zag liggen. In een naburig huis trof hij tot zijn verbijstering het archief aan van een van Afrika's beroemdste fotografen, Samuel Fosso.


Delay graaide wat foto's bijeen en waarschuwde collega's, onder wie Peter Bouckaert, die voor Human Rights Watch de gruwelen in Bangui registreert. Samen met een wanhopige huisbewaarster probeerden ze zoveel mogelijk van het 20.000 negatieven grote archief te redden, terwijl om hen heen jonge plunderaars met hun AK-47-geweren zwaaiden.


Het was een grote puinhoop in Fosso's huis. Alle camera's en meubilair waren al verdwenen. Hoe ironisch, schrijft Bouckaert in een blog, dat er gesigneerde afdrukken rondslingerden die op een kunstveiling duizenden dollars zouden opbrengen, terwijl de dieven zich concentreerden op het slopen van het ijzeren dak. De redders brachten zoveel mogelijk materiaal met hun pickuptruck in veiligheid. Stelende blanken, de plunderaars vonden het heel amusant.


Samuel Fosso, de eigenaar van het archief, werd in 1962 geboren in Nigeria uit Kameroenese ouders. Op 11-jarige leeftijd vluchtte hij vanwege de Biafra-oorlog naar Bangui, waar hij de fotografie in rolde en zijn eigen studio opzette. Hij begon met het maken van zelfportretten omdat hij geen restjes film wilde verkwisten en foto's wilde sturen naar zijn moeder, die in Nigeria was achtergebleven.


Die zelfportretten werden Fosso's levenswerk. Hij transformeerde zichzelf daarin tot Afrikaanse en zwarte idolen als Kwame Nkrumah, Patrice Lumumba, keizer Haile Selassie, Malcolm X, Angela Davis, Martin Luther King, Muhammed Ali, Bob Marley en Nelson Mandela. In de jaren negentig werd zijn 'Afro-optimistische' werk ook internationaal ontdekt. Hij exposeerde onder meer in Parijs, Londen en New York. In 2001 ontving hij de Prins Claus Prijs. Hij bleef altijd wonen en werken in Bangui.


Het huidige geweld heeft Fosso niet afgewacht. Hij ontvluchtte Bangui enkele maanden geleden. Zijn vrouw en kinderen zijn in Nigeria. Zelf logeert hij in Parijs, bij zijn Franse agent. Een AFP-verslaggever trof hem daar vrijdag in shock aan. 'Niets is behouden, zelfs mijn bed hebben ze gestolen', aldus een geëmotioneerde Fosso, die slechts hoopt zich snel bij zijn gezin te kunnen voegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden