Afrika kan zijn eigen verhaal niet kwijt

Ghana veranderde in 1992 van een dictatuur in een democratie. Sindsdien verkeren de Ghanese media in een stroomversnelling. De vrijheid van meningsuiting is zelfs in de Grondwet verankerd....

DE presidentsverkiezingen van januari dit jaar vormden de vuurdoop voor de nog prille Ghanese democratie. De rustige en geweldloze overdracht van de macht van de National Democratic Congress (NDC), de partij van de charismatische Jerry Rawlings, aan de National Patriotic Party (NPP) van de huidige president John Kuffour was een eyeopener voor Afrika en de rest van de wereld. De Ghanese media vormden de schakel tussen de politieke partijen en de bevolking. Zij bewerkstelligden meer openheid bij de partijen en maakten de bevolking rijp om die tot zich te nemen. Dat mag een unicum voor West-Afrika worden genoemd.

'Centraal bij deze verkiezingen stond de informatie die de burgers bereikte', vertelt David Newton, directeur van het Ghana Institute of Journalism. 'Hierdoor werd het belang van een vrije pers onderstreept. De partijen beseffen nu ook dat openheid in hun voordeel kan werken; ze kunnen de burgers bereiken. De verkiezing van de nieuwe president, John Kuffour, is hoopgevend voor de persvrijheid. De vrije verkiezingen van 1992 waren al een enorme cultuurschok voor de journalistiek. Met het instellen van de democratie werd ook de vrijheid van meningsuiting in de Grondwet opgenomen. Dat betekende een ware revolutie voor de journalistiek natuurlijk. Er onstond bescherming voor journalisten op basis van de wet.'

In de jaren zeventig was de situatie wel anders. Ghana had net als veel andere Afrikaanse landen te maken met snel opeenvolgende, vaak gewelddadige machtswisselingen. Journalisten hadden weinig bewegingsvrijheid; een kritische noot kon levensbedreigende gevolgen hebben. 'Ghanezen beginnen eindelijk in te zien dat journalisten evenals sommige politici jarenlang zijn misleid, afgeschermd, geïntimideerd, gevangengenomen en zelfs gemarteld. Nu begint het besef door te dringen wat al dat lijden waard is geweest. Het beroep van journalist heeft daardoor aan prestige gewonnen. Journalisten zijn in de ogen van het volk belangrijker geworden', vertelt Newton, die in 1981 in diens trad bij The Ghanian Press Agency. Na vijf jaar besloot hij dat hij zijn kennis wilde overdragen en voor de klas wilde staan. Sinds 1993 is hij directeur van Ghana Institute of Journalism'

Newtons instituut werd in 1959 opgericht door Kwame Nkrumah. Hij belichaamde, na een succesvolle onafhankelijkheidsstrijd in 1957, de perfecte rol van vader der natie. 'Nkrumah zag het belang in van het trainen van Ghanezen en Afrikanen, zodat ze de pen konden gebruiken om te vechten voor emancipatie van het Afrikaanse continent. Om te vechten voor vrijheid. Voor hem was het een voorwaarde voor het welslagen van de onafhankelijkheid.'

Eigenlijk staat de journalistiek in Ghana nog in de kinderschoenen. 'Veel kranten zijn one-man papers. Inderdaad, kranten die eigenlijk maar één vaste redacteur in dienst hebben, die vaak ook nog de eigenaar is. De kansen op een baan zijn daardoor nog steeds niet opperbest. Je ziet overal, zowel bij kranten als bij de televisie en de radio, dat mensen maar voor korte duur ergens werken. Jonge journalisten krijgen daardoor niet de mogelijkheid ervaring en expertise op te doen.'

Het is vooral ervaring waar het volgens Newton in de Ghanese journalistiek aan ontbreekt. 'Evenals de werkcondities voor journalisten is de kwaliteit nog steeds in ontwikkeling. Laat ik vooropstellen dat de kwaliteit enorm is toegenomen, maar de huidige beroepsgroep journalisten is jong. Dat heeft automatisch tot gevolg dat Ghana beschikt over te weinig ervaringsdeskundigheid binnen de journalistiek. Iedereen die maar iets met journalistiek te maken heeft, weet dat kwaliteit met de jaren komt. In Ghana beschikken we over te weinig journalisten die de jongeren iets bij kunnen brengen. Je hebt oudere, meer ervaren journalisten nodig om te redigeren, te sturen, te leiden. De jonge journalisten zijn, ondanks hun enthousiasme, inzet en bezieling niet tot alles in staat.'

De verschillen tussen de journalistiek in Afrika en Europa zijn levensgroot. Wie in Afrika over voldoende geld beschikt, kan een krant of televisiestation opzetten. Het aankopen van vergunningen is voldoende. De kranten in Ghana tellen doorgaans niet meer dan tien pagina's op tabloidformaat en zijn gemaakt van dik papier. De Ghanezen lezen de kranten die uithangen in de houten kioskjes. Kranten kopen is alleen weggelegd voor de welgestelden. De pagina's worden doorgaans gevuld met Ghanees nieuws. De abonnementsgelden voor de grote persbureaus als Reuters en AP zijn simpelweg te duur. Opmaak- en fotoredacties bestaan niet in Ghana. Newton is zelf enkele malen in Engeland, Duitsland en Frankrijk geweest. Afgezien van de uiterlijke verschijningsvorm en het gemak waarmee een medium kan worden opgezet, ziet hij nog fundamentelere verschillen tussen de Afrikaanse en Europese journalistiek.

'In Europa zijn de media voornamelijk gebaseerd op tradities, veelal politieke of religieuze. Ze volgen ook dezelfde ontwikkeling als deze tradities. Elke groepering heeft zijn eigen media. In Afrika is daarvan helemaal geen sprake. Langzamerhand zie je het nu komen. Sinds kort verschijnen ook hier partijgebonden kranten. Het grote verschil is alleen dat de partijen al jaren bestaan. In Europa ging het onstaan van bladen en partijen vaak samen. Een ander enorm verschil zijn de grote financiële instanties die achter de media zitten. Kranten hebben in Europa een sterke financiële basis. Er is een connectie tussen het bedrijfsleven en de media, die ontbreekt in Afrika.'

De invloed van deze belanghebbenden, de politieke partijen, de uitgevers en het bedrijfsleven, ziet Newton niet als een probleem. 'Waar het om gaat is dat variëteit, een van de belangrijkste fundamenten voor een democratie, aanwezig is. Je hebt verschillende partijen, dus verschillende meningen, dus verschillende kranten. En wat die invloed betreft: we kunnen de controle van instanties buiten de journalistiek niet elimineren. Kranten moeten overleven, dus zijn ze afhankelijk van hun geldschieters. En ikzelf prefereer controle door geldschieters boven controle door de regering, zoals dat hier in Ghana lang het geval was.'

De geringe economische en technologische kracht van Afrika leidt ertoe dat het continent wat de journalistieke agenda aangaat volledig onder de voet wordt gelopen. Verhoudingsgewijs komt een onevenredig groot gedeelte van het nieuws uit de Noord-Atlantische regio. Dat is historisch bepaald: de grootste persbureaus ter wereld zijn gevestigd op het noordelijk halfrond en zij bepalen wat de voorpagina's haalt.

'Het zijn dus hun belangen en interesses die de agenda bepalen, met als gevolg dat 70 tot 80 procent van het nieuws uit Amerika of Europa komt. Afrika heeft niet de technologische en economische kracht, ook niet in de toekomst, om hier iets aan te veranderen. Africa can't tell it's own story. We zijn zelfs afhankelijk van de grote persbureaus voor het nieuws van ons eigen continent. We hebben simpelweg niet genoeg geld om onze eigen verhalen te maken. We leven met hún perceptie van ons nieuws. Die situatie zal niet veranderen, eerder erger worden.'

Geen rooskleurig toekomstbeeld dus voor de Afrikaanse media als onafhankelijke factor op de journalistieke wereldkaart. Toch ziet Newton nog wel enig licht in het duister. 'Wat ik wel zie gebeuren, is dat de grote nieuwsbrengers zich zullen gaan interesseren in de Afrikaanse markt. Er leven hier veel mensen, het is dus een interessante afzetmarkt. De grote mediagiganten hebben deze nieuwe afnemers nodig. Dus wat je dan krijgt, is Afrikaanse divisies van CNN en BBC. Maar Afrikanen voor zichzelf, dat zal niet gebeuren. Nooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden