Afrika is minder arm dan je denkt

Statistieken zijn bedrieglijk: de informele economie wordt niet meegeteld. En juist in Afrika kan die even groot zijn als de erkende economie.

Toen in Azië twintig jaar geleden een aantal landen begon te groeien, werden ze al snel aangeduid als de Aziatische tijgers. Landen als China, Thailand, Zuid-Korea en Taiwan droegen die naam met trots.


In Afrika zijn geen tijgers. Maar cheeta's - jachtluipaarden - zijn er wel. Dat is de naam die de jonge generatie Afrikanen voor zichzelf heeft uitgekozen: de cheeta-generatie: snel en gretig. Duidelijk anders dan de oude generatie, de vadsige en trage hippo's, oftewel de nijlpaarden.


Het beeld ligt dus al klaar, nu de feiten nog. Maar daarvan zijn er genoeg: alles wijst erop dat de Afrikaanse cheeta-landen verder doorbreken. Het Internationaal Monetair Fonds, dezelfde club die nu Europa moet redden uit zijn schuldenput, staat te dansen om de kansen van Afrika.


Wat het IMF Afrika noemt, dat is wat wij ongeveer zwart Afrika noemen, dus zonder de Arabische en half-Arabische staten. In de World Economic Outlook die het IMF een maand geleden uitbracht, is het duidelijk genoeg. De economieën van ontwikkelde landen groeien volgend jaar met een gangetje van 2 procent per jaar. De Aziatische landen zijn nog steeds de top, met een groei van rond 6 procent.


Maar kijk uit voor Afrika: ruim 5 procent, net als dit jaar, net als vorig jaar. 'De wereldwijde economische problemen hebben tot nu toe de Afrikaans economieën nauwelijks getroffen', stelt het IMF. De armste landen in Afrika vergaat het zelfs nog beter dan de landen met midden-inkomens; zij groeien 6,5 procent in 2012.


Natuurlijk, problemen zat. De hongersnood in en rond Somalië is op zich al erg, maar veroorzaakt ook inflatie in de regio. En als elk land na verkiezingen een tijdlang in een chaos verandert, zoals het Ivoorkust en Kenia de afgelopen jaren overkwam en nu weer Congo, helpt dat ook niet echt.


Meetbaar

Maar de groei is er al jaren, en dat zal voorlopig zo blijven. Afrika is lang niet zo arm als de statistieken ons altijd geleerd hebben. Die statistieken zijn gebaseerd op de meetbare economie - hoe kan het ook anders. Bij de berekening van het Nederlands nationaal inkomen telt het inkomen van de zwartwerkende werkster die in Bloemendaal uit het huis van haar werkgever wordt gehaald, niet mee. Informele economie, heet dat, en elk land heeft die.


Vorig jaar heeft de Wereldbank van alle landen een schatting gemaakt hoe groot die niet gemeten zwarte economie eigenlijk was. Zwitserland, een van de rijkste landen ter wereld, heeft de kleinste informele sector, die slechts 8,2 procent van de formele beslaat. Nederland heeft ook een kleintje: 13 procent.


Nee, dan Afrika. In Zuid-Afrika valt het nog een beetje mee: 26 procent van de officiële economie. Marokko: 35 procent. Ghana: 39 procent. Tanzania: 55 procent. Dat betekent dat we de Tanzianen altijd 55 procent armer hebben aangezien dan ze feitelijk zijn.


Weliswaar gaan de cijfers van de Wereldbank over 2007, maar niets wijst erop dat de percentages sindsdien drastisch zouden zijn gedaald. Dat betekent heel eenvoudig: Afrika is veel minder arm dan de officiële cijfers vertellen.


Het is ook de ervaring van Bob van der Bijl, directeur van de Netherlands-African Business Council NABC, een netwerk van Nederlandse ondernemers die zakendoen in Afrika. Die statistieken in Afrika, daarmee moet je uitkijken. 'Van een van de beruchtste sloppenwijken in Afrika, Kibera in Nairobi, werd altijd gezegd dat er wel een miljoen mensen woonde, misschien wel twee miljoen. Maar toen er met moderne middelen een nieuwe schatting werd gemaakt, bleken het er maar een paar honderdduizend te zijn.'


Genadeloos

Toch is het niet alleen maar hosanna voor Afrika. Er is nog een interessant statistiekje van de Wereldbank: Doing business. Aan de hand van een aantal criteria (Hoe moeilijk is het een bedrijf te beginnen? Hoe moeilijk is het je eigendomsrechten te vestigen? Hoe lastig is het een bouwvergunning te krijgen? Of een krediet?) is een ranglijst opgesteld van landen waar het het gemakkelijkst zakendoen is. Winnaar is Singapore; daar kost ondernemen geen enkele moeite; verliezers zijn Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek, bekend van onder meer de prachtige documentaire The Ambassador, die genadeloos en hilarisch de mateloze corruptie aan de kaak stelt. Daar vergt elk aspect van het ondernemen een adembenemende volharding.


Nederland doet het heel matig met zijn 31ste plaats, met als zwakste punten de bescherming van zijn investeerders en het verlenen van bouwvergunningen. Het beste Afrikaanse land doet daar nauwelijks voor onder: Zuid-Afrika staat op 35.


Slechts acht Afrikaanse landen vallen in de tophonderd. Angola, een land met een waanzinnige groei van rond de 10 procent, is hopeloos. Of je nu een bouwvergunning wilt, een krediet, of gewoon elektriciteit: alles kost grote moeite (hoewel investeerders er beter beschermd zijn dan in Nederland, dat dan weer wel).


Die problemen lijken ondernemers niet meer af te schrikken. Terecht, zegt Bob van der Bijl van het Afrika-netwerk NABC. 'Als je er eenmaal binnen bent, kun je goed geld verdienen.' Het aantal ondernemingen in zijn netwerk groeit dan ook harder dan de hele Afrikaanse economie bij elkaar. Vijf jaar geleden waren het minder dan 100 ondernemingen, nu zijn het er ruim 350. Meerijdend op de rug van het luipaard.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden