Afluisteraars onbeteugeld

In zijn toespraak over de NSA heeft president Obama mooie woorden gesproken over privacyzorgen. In de praktijk zullen de minimale maatregelen die hij aankondigde weinig veranderen aan het op grote schaal afluisteren en onderscheppen van dataverkeer, verwachten deskundigen.

ebben de Nederlandse inlichtingendiensten zich goed gedragen, de laatste tijd? Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken weet het antwoord op die vraag al. Op zijn bureau ligt een rapport dat in januari naar buiten zou komen - maar de hete aardappel gaat naar volgende maand. Dan zullen we weten in hoeverre de activiteiten van de NSA, zoals die werden onthuld door klokkenluider Edward Snowden, ook de Nederlandse diensten AIVD en MIVD hebben besmet.


Hoe gevoelig de materie ook is, veel schokkends zal er niet in staan, tempert inlichtingenexpert Constant Hijzen de verwachtingen. Dat het rapport van de CTIVD, die toezicht houdt op de AIVD en MIVD, zal leiden tot een beperking van de bevoegdheden is niet waarschijnlijk. Sterker: het ziet ernaar uit dat de bevoegdheden van de Nederlandse spionagediensten juist worden vergroot.


Vorige week liep de NSA-affaire, de aanleiding voor het rapport, ook al met een voorlopige sisser af. De Amerikaanse president Obama bevestigde nog eens wat we al langer dachten: de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden zullen er niet toe leiden dat het roer drastisch wordt omgegooid.


Meteen aan het begin van zijn speech over de NSA wist Obama de woorden 'surveillance', 'geheim', 'veiligheid' en 'onze republiek' in één zin samen te brengen, vier begrippen waartussen hij het koord spande waarop hij drie kwartier bleef balanceren. Hij snapte de bezorgde strijders voor burgerrechten, maar voelde ook mee met de afluisteraars van de NSA. Hij respecteerde de Grondwet, maar wilde ook Amerika's supermacht handhaven. Hij wilde achter terroristen aan, maar erkende ook de privacy van mensen.


Een knappe speech, maar vraag je aan James Bamford wat hij ervan vond, dan zegt hij: 'Je kunt lippenstift op een varken doen, maar het blijft een varken. Obama heeft in drie kwartier het minimale beloofd waarmee hij nog de indruk kon wekken dat het hem menens is. Dit was puur cosmetisch.'


Bamford is geen privacy-fundamentalist en zeker niet wars van spionage. Integendeel: Bamford (67) heeft eraan meegedaan, toen hij tijdens de Vietnamoorlog drie jaar als inlichtingenanalist bij de marine diende. Bamford werd jurist en schreef drie fraaie boeken over de NSA, lang niet negatief: hij mocht in het NSA-hoofdkwartier komen signeren en bij de directeur thuis komen dineren.


Uit balans

Bamford werd de belangrijkste NSA-expert ter wereld. Hij weet hoe het werkt, en toch is hij keihard. 'De NSA is totaal uit balans geraakt. Obama doet er niets aan om dat te herstellen. Ze gaan gewoon op dezelfde voet door.'


Het is een verbazingwekkende conclusie en Bamford is niet de enige die er zo over denkt, na ruim een half jaar opwinding over de praktijken van de Amerikaanse inlichtingendienst. Er zijn weinig politieke onderwerpen die ooit zo lang wereldwijd in het middelpunt van de belangstelling hebben gestaan - de meeste oorlogen verdwijnen na een paar maanden van de voorpagina.


Het massaal onderscheppen van telefoongegevens van gewone burgers, het volgen van internetverkeer en het afluisteren van presidenten en bondskanseliers leidde tot verontwaardiging op het hoogste politieke niveau, gevolgd door sussend Amerikaans crisismanagement: er kwam een dialoog, er kwam een werkgroep, een presidentiële adviescommissie. Er ging iets gebeuren.


Maar er gebeurt dus weinig. Van de 46 aanbevelingen die zijn eigen adviescommissie hem had gedaan, liet Obama het overgrote deel ongenoemd en onaangeroerd. Met twee, misschien drie concrete maatregelen houdt het op.


Allereerst de kwestie van de metadata, de telefoongegevens die vertellen wie met wie heeft gebeld en wanneer. Dat die gegevens ook binnenlands werden verzameld, leidde tot de grootste ophef in de Verenigde Staten. Voortaan mogen ze van Obama alleen na een rechterlijk bevel worden doorzocht, en maximaal twee stappen verwijderd van een verdacht nummer. Nu mag dat tot drie stappen. Dat lijkt een klein verschil, maar zo wordt het aantal te onderzoeken Amerikanen aanzienlijk beperkt: als je aanneemt dat iedereen honderd nummers belt, krimpt de kring van verdachten rond een verdachte van een miljoen naar tienduizend.


Efficiëntieslag

Een tweede verandering is dat er een panel van advocaten wordt aangewezen dat de burgerrechten moet verdedigen tegenover de geheime rechtbank (FISC) die goedkeuring geeft aan ingrijpende inlichtingenoperaties, zoals het verzamelen van metadata.


Een derde verandering, of poging daartoe, is dat Obama voortaan geen 'vrienden en bondgenoten' meer zal afluisteren.


En dan houdt het op. 'Het zijn niet zo heel veel toezeggingen', zegt Hijzen, een Nederlandse onderzoeker die in Leiden op de inlichtingendiensten promoveert. 'We weten niet hoeveel minder metadata dat de NSA oplevert. En zelfs de beloofde veranderingen zijn eigenlijk geen nieuw beleid, maar een onderstreping van bestaand beleid.'


Want zelfs deze toezeggingen bevatten loopholes en voorbehouden. Nee, de Amerikanen zullen geen bondgenoten meer afluisteren, 'tenzij er een dwingend belang is van nationale veiligheid'. Hijzen: 'Dat is een ruim begrip.'


En dat burgerrechtenpanel hoeft zich alleen te melden bij de geheime rechtbank als zich 'significante zaken' aandienen. In The New York Times werd dat toegelicht: het gaat alleen om nieuwe privacykwesties. Het panel krijgt geen inzicht in de lopende zaken (zoals de driemaandelijkse vernieuwing van de metadata-onderscheppping) en kan ook niet zelf beoordelen of zijn aanwezigheid gewenst is. 'Dat plan bevat geen juridische termen waarmee je het kunt vastpinnen', zegt de jurist Bamford. 'Het zijn te veel wishy-washy woorden. Je kunt er alle kanten mee op.'


De toestemming voor geheime operaties blijft vast in handen van de FISC - een rechtbank die in de 33 jaar van zijn bestaan maar een handvol plannetjes van de geheime dienst heeft afgekeurd. Het voorstel van de presidentiële adviescommissie om de rechters in die rechtbank (nu zijn het allemaal haviken) diverser te maken door een nieuwe benoemingsprocedure, is door Obama niet opgepikt.


Wat hij ook niet wil beperken: het creëren van achterdeuren in encryptieprogramma's, zodat de NSA makkelijk kan meekijken, of het hacken van software om in computers in te breken.


Buitenlanders

Voor gewone buitenlandse burgers is er nog minder te verwachten van de door Obama voorgestelde veranderingen. Hij stelde dat de Amerikanen zich moeten afvragen of ze elke techniek die ze kunnen gebruiken ook daadwerkelijk moeten gebruiken. En ook dat de Amerikanen in het buitenland 'geen gewone burgers bespioneren en rekening houden met hun privacyzorgen', maar hij voegde daar meteen aan toe: mits ze geen gevaar vormen voor de Amerikaanse nationale veiligheid.


Obama benadrukte ook dat buitenlanders niet dezelfde bescherming genieten als Amerikanen - in tegenstelling tot wat zijn adviescommissie adviseerde. 'Dat is niet uniek voor Amerika', verdedigde Obama zich. 'Er zijn maar weinig buitenlandse inlichtingendiensten, als ze er al zijn, die hun activiteiten buiten hun landsgrenzen inperken.'


Meineed

Kortom: het bestaan van die programma's staat niet ter discussie, zegt Hijzen.


De ironie, zegt Bamford, is dat de man die is aangezocht om te onderzoeken of er misschien wat meer privacymaatregelen kunnen worden ingebouwd, de overkoepelende directeur van de Amerikaanse inlichtingendiensten is: James Clapper. 'Dat is iemand die allang ontslagen had moeten zijn. Die heeft meineed gepleegd voor de Senaat, toen hij vlak voor de onthullingen van Snowden ontkende dat er zoiets bestaat als een interceptie van belgegevens.'


De grote vraag is of de inbreuk op de privacy opweegt tegen de veiligheid. Donderdag oordeelde de belangrijkste privacywaakhond van de Amerikaanse overheid, de Privacy and Liberties Oversight Board, in 2007 opgezet om de Amerikanen te beschermen tegen al te opdringerige antiterrorismewetten, dat het opslaan van metadata illegaal is. In principe mag het wel, volgens de Patriot Act, maar alleen als de gegevens 'relevant' zijn voor een onderzoek. En dat is niet zo bij de opslag van de gegevens van tientallen miljoenen Amerikanen, aldus de commissie.


In zijn speech vorige week wees Obama weer op een telefoontje in de aanloop naar 11 september 2001, toen er vanuit Amerika naar een terroristenhuis in Jemen werd gebeld. 'De NSA zag dat telefoontje, maar kon niet zien waar dat vandaan kwam', aldus Obama, implicerend dat de diensten de aanslag hadden kunnen voorkomen als ze destijds al metadata hadden mogen verzamelen.


Bamford veegt de vloer aan met die redenering. 'Als je een telefoongesprek kunt aftappen, dan heb je ook de metadata van dat gesprek', zegt hij. 'Daar heb je niet de miljoenen metadata van andere gesprekken voor nodig.'


Technotirannie

Hijzen signaleert ook dat er geen sluitend bewijs is dat het onderscheppen van metadata ooit een aanslag heeft voorkomen. Waarom de diensten er dan toch mee doorgaan? 'Het blijft verleidelijk netwerken in kaart te brengen. Dat kun je met terugwerkende kracht doen, op het moment dat er een nieuwe verdachte opduikt. En met ongerichte interceptie kun je voorkomen dat je een verdachte mist, als die op een gegeven moment op een ander nummer overstapt.'


Bamford ziet dat nut niet. Al in 1982 waarschuwde hij in The Puzzle Palace voor de 'technotirannie' van de NSA. 'Het is uiteindelijk een bureaucratische organisatie, waartegen sinds 2001 nooit nee is gezegd. Niemand heeft ooit een kosten-batenanalyse gedaan. Kijk naar die presentaties die via Snowden naar buiten zijn gekomen. Die zeggen allemaal: kijk eens wat we kunnen! Kijk eens hoeveel we hebben onderschept! Er staat nooit bij waarom ze dat doen.'


Goede spion

Een goede inlichtingendienst heeft dat helemaal niet nodig, zegt Bamford. Een goede spion weet waar hij naar zoekt.


Ook Edward Snowden zit op die lijn, bleek donderdag in een online-interview dat hij hield met vragenstellers op internet. 'Niet alle spionage is slecht', zei hij. En: 'Inlichtingendiensten zijn er niet voor niets. De mensen die het echte werk doen bij de NSA en de CIA zijn er niet op uit je te pakken. Dat zijn goede mensen die proberen het juiste te doen. Het probleem zit bij de ambtenaren daarboven, die opdracht geven tot massale surveillance.'


Obama fluit die ambtenaren maar een beetje terug. En andere landen vinden dat wel best.


In Nederland lijkt de kans zelfs groot dat de eigen inlichtingendiensten meer mogen doen. De commissie-Dessens stelde eind vorig jaar voor om de bevoegdheden juist te vergroten. Ook hier zou het mogelijk moeten worden om dat te doen wat de NSA doet: grootscheeps, ongericht data onderscheppen van de kabel.


Ach ja, zegt Sophie in 't Veld, D66-Europarlementariër in Brussel, waar ze lid was van de commissie die de Snowden-onthullingen onderzocht. 'Het is ook niet raar dat de EU-lidstaten zelf nauwelijks hebben gereageerd op de NSA-onthullingen. Behalve wat briesen voor de bühne - wat is er nou feitelijk gedaan? He-le-maal niets. Ja, ze hebben een ambtelijke werkgroep naar Washington gestuurd! Ook op Obama's speech is nauwelijks inhoudelijk gereageerd. Dit was precies wat de Europese regeringen wilden horen om niets te hoeven zeggen.'


Want de Britten, de Duitsers, de Fransen, de Zweden en de Nederlanders zitten er tot over hun oren zelf in, zegt In 't Veld. Ze werken allemaal samen met de Amerikanen. 'We hebben niets van onszelf te verwachten.'


Wel heeft haar commissie een aantal aanbevelingen gedaan, zodat Europa zich toch kan teweerstellen. Betere wetgeving en beter toezicht. Maar daarnaast: heel rap gaan investeren in veilige, afgeschermde ict-infrastructuur. Landen, bedrijven en burgers moeten daar snel mee aan de slag. 'Ikzelf ben me er ook nu pas in aan het verdiepen', zegt In 't Veld.


En dan zit er misschien zelfs een kans in deze bedreiging. Er is een enorme behoefte aan het ontstaan aan computers, software en netwerken die meer rekening houden met de privacy. Deze week kondigde Microsoft al aan dat Europese klanten er in de toekomst voor kunnen kiezen gegevens op te slaan op servers die in Europa staan. In Nederland draait de zoekmachine Ixquick, waarbij je gegarandeerd ongezien op internet kunt bewegen. In 't Veld: 'Ja, dan zeggen mensen: hoe kun je tegen Google en Facebook op? Maar die bedrijven zijn tien, vijftien jaar geleden ook als kleine start-ups begonnen. Als Obama niets verandert, moeten wij het zelf doen.'


Presentatie uitgesteld


Het onderzoek naar de Nederlandse inlichtingendiensten zou in januari naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Dat is nu zeker een maand uitgesteld. Toezichthouder CTIVD stelde het op naar aanleiding van Kamervragen. Het wordt nu gepresenteerd met de kabinetsreactie op het rapport-Dessens, waarin uitbreiding van de bevoegdheden van de AIVD en MIVD wordt bepleit. Vragen die moeten worden beantwoord: welke databestanden gebruiken de diensten, en wat wisselen zij uit met buitenlandse diensten (lees: NSA)?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.