Aflossen van de staatsschuld heeft weinig prioriteit

Het financieringsoverschot van de overheid moet volgens Ad Kolnaar worden gebruikt voor het milieu, voor onderwijs, veiligheid, gezondheidszorg, verkeer en de infrastructuur....

IN Nederland is thans sprake van een financieringsoverschot voor de collectieve sector. De overheid haalt via belasting- en premieheffing meer geld binnen dan zij uitgeeft. Zo'n overschot kan worden gebruikt om de staatsschuld te laten dalen: in plaats van nieuwe leningen te sluiten om tekorten af te dekken, kunnen bestaande leningen worden afgelost.

De vraag rijst of dit een goede besteding van de overheidsmiddelen is. Er zijn immers andere mogelijke aanwendingen, waaronder extra uitgaven voor het milieu, voor onderwijs, veiligheid, gezondheidszorg, verkeer en de infrastructuur om er enkele te noemen.

Jarenlang werden en worden we doodgegooid met pogingen om aan te tonen hoe groot ons schuldenprobleem wel niet is. Berekeningen van de schuld per Nederlander zijn daarbij favoriet. Een staatsschuld van ruim 500 miljard komt neer op pakweg 30.000 gulden per ingezetene, een corresponderende rentelast van zo'n 30 miljard is in de buurt van de 2000 gulden per ingezetene. Met dat soort berekeningen willen althans de desbetreffende rekenmeesters duidelijk maken welke geweldige en ongehoorde lasten rusten op de fragiele schouders van de arme Nederlander.

Dergelijke berekeningen zijn onzinnig. Dit omdat de rente voor de burger niet alleen een last, maar tegelijkertijd ook een bate is. De overheid keert de rente immers uit aan de burger, zoals hij het belastinggeld haalt bij de burger. De rente over de staatsschuld gaat voornamelijk richting de pensioen- en leveringsverzekeringsmaatschappijen, want dat zijn belangrijkste beleggers in staatsschuld. Zo komt het ermee gemoeide belastinggeld via de pensioenen weer bij de burgers terecht. Op analoge wijze is ook de staatsschuld niet uitsluitend een last voor de burger. Door geld uit te lenen, word je nu eenmaal niet armer, zolang de vordering die je houdt, maar ooit wordt terugbetaald.

Problemen onstaan pas als dat terugbetalen gevaar loopt. Dan dreigt er voor de burger een strop te ontstaan. Vandaar dat beleggers, naarmate de leningen groter worden en de kans op insolvabiliteit toeneemt, hogere rentevergoedingen eisen om nog geld uit te lenen. Omgekeerd moet het antwoord op de vraag of de staatsschuld een probleem vormt, aan de hoogte van de te vergoeden rente worden afgemeten. België en Denemarken hebben in het verleden een dergelijk probleem gekend. Zelfs bij zeer hoge rentepercentages mislukten daar emissies van staatsleningen: reden voor de desbetreffende landen om in te grijpen.

In Nederland is van een dergelijk probleem geen sprake. Onze staatsschuld van zo'n 65 procent van het nationaal inkomen wordt moeiteloos en tegen een lage rente gefinancierd. Er is wat dat betreft geen aanleiding die schuld te gaan aflossen middels het kweken van financieringsoverschotten. In procenten van het nationaal inkomen zal die schuld bij lage financieringstekorten en een beetje groei in de economie overigens toch wel blijven dalen.

Op de vraag of wij ons door de ondertekening van het Stabiliteits- en groeipact niet tot het kweken van financieringsoverschotten hebben verplicht, wil ik hier niet uitgebreid ingaan. Naar mijn mening is dat echter niet zo. Het pact kent dwingende afspraken met betrekking tot een maximale waarde van eventuele tekorten: zij mogen niet hoger zijn dan drie procent van het nationaal inkomen.

Mijn stelling is dat onze staatsschuld economisch geen probleem vormt. Het bestaan van die schuld is dan ook geen goede reden om de Nederlandse burger via financieringsoverschotten meer belastingen te laten betalen dan de overheid nodig heeft. Integendeel: er zijn vele redenen waarom juist eens goed naar de uitgaven moet worden gekeken. Niet alleen omdat extra uitgaven aan bijvoorbeeld onderwijs, gezondheidszorg, (verkeers)infrastructuur etc. economisch zeer verantwoord kunnen zijn, meer toekomstige baten dan huidige lasten kunnen opleveren. De baten van sommige uitgaven (veiligheid, zorg) zijn niet steeds in geld uit te drukken, maar daarom niet per se minder belangrijk. Er zijn al met al nog steeds problemen genoeg, die om een adequate aanpak vragen.

Let wel: ik pleit niet voor een onbekommerde politiek van extra uitgaven. Er moet wel degelijk gekeken worden naar de zin van de bestedingen. Er moet bovendien op worden toegezien dat eventuele tekorten binnen de grenzen blijven. Als er onverantwoorde uitgaven dreigen of werden gedaan, is er werk aan de winkel voor de Tweede Kamer.

Waar ik voor blijf pleiten, is een goede afweging van de verschillende uitgavenalternatieven. Er zijn zinvollere aanwendingsmogelijkheden voor onze belasting- en premiegelden dan de aflossing van de staatsschuld. Er zijn in ons land immers problemen van een grotere importantie dan die staatsschuld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.