Afghanistans macabere gezicht

Mijnen maken veel slachtoffers in Afghanistan. Het orthopedisch centrum in Kabul helpt ze aan nieuwe ledematen, en een nieuw leven....

KABUL Op straat in Kabul zie je ze overal: Afghaanse mannen, vrouwen en kinderen zonder armen of benen. De ergst geamputeerden rollen zich met de enig nog overgebleven arm voort op houten karretjes niet hoger dan 10 centimeter. Door de modder en plassen. Ze tikken op ruiten van stilstaande auto’s. ‘Kunt u mij alstublieft helpen?’ Een gehavende, bedelende hand gaat omhoog.

Het is het macabere gezicht van de oorlog die Afghanistan al bijna dertig jaar in zijn greep houdt. Tienduizenden verloren door bermbommen, landmijnen of raketten hun ledematen. Anderen raakten immobiel omdat het zorgsysteem instortte: het aantal verlamde kinderen steeg scherp door een gebrek aan poliovaccinaties, stelt het Rode Kruis.

Veel Afghaanse gehandicapten bedelen, terwijl ze wijzen op hun rubberen been of arm. Sommigen hebben alleen nog een romp met één arm.

Afghanistan heeft geen uitgebreid ziekenfonds. Het was de voornaamste reden voor het Internationale Rode Kruis (ICRC) om in 1988 een orthopedisch centrum te openen in Kabul. Nu zijn er zeven centra; de organisatie gaf bijna 75 duizend protheses weg.

‘Bij gebrek aan rubber werden de kunststof ledematen in de beginjaren gemaakt van rubberbanden van Sovjetkanonnen’, lacht de huidig directeur. ‘Toch wel mooi om van wapens nieuwe benen en armen te maken.’

Strompelen
Dat de behoefte aan protheses nog steeds groot is, is te zien bij het Ali Abad orthopedisch centrum aan de University Road. Tientallen vrouwen, in boerka, met kunstbenen strompelen op krukken naar binnen. Achter hen aan hinken mannen met tulbanden: de een mist een voet, de andere een been. Elke dag staat er een lange rij voor de ingang.

‘Ondanks alle pogingen om voorlichting te geven of mijnen op te ruimen, groeit het aantal slachtoffers dat zich meldt’, zegt Najmuddin Helal, directeur van het centrum. ‘Het is hier elke dag vol.’ Het centrum heeft bijna 100 duizend invaliden behandeld; elk jaar komen er 6 duizend bij.

Aan zijn bureau bladert Helal, door papieren met meer gruwelijke statistieken: 800 duizend kreupelen, van wie 40 duizend met amputaties. Driekwart van de geamputeerden is oorlogsslachtoffer, eentiende is kind.

‘Mijn hand is gestorven’, zegt Ludfullah (10) in de revalidatiezaal. Zijn hand werd eraf geblazen door een explosief dat hij en zijn broertje vonden. ‘Pas toen ik het liet vallen, was er een grote explosie’, herinnert Ludfullah zich. Hij verloor zijn linkerarm, broertje Mustapha (11) een been.

Ali Abad heeft dit jaar meer dan 60 kinderen aan een ledemaat geholpen. In de oefenruimte is te zien hoe ze met plastic armen met een haak oefenen in het openen van deuren en kranen. Vriendjes Abdul Jalal (11) en Hakim (12) passen hun kunstbenen. Abdul stapte op een bermbom, Hakim zag zijn been afsterven na een onbehandelde beenbreuk. ‘Ik kan er al mee rennen’, schept Abdul op. ‘Protheses geven hen een kans op een nieuw leven’, zegt Helal.

Voor sommigen rijst de vraag wat voor leven dat nog is. Een soldaat heeft alleen nog zijn romp en linkerarm en probeert drie protheses tegelijk: twee kunststofbenen en een rubber rechterarm. Zijn wilskracht is groot, maar zijn broer zegt: ‘Het was misschien beter als hij dood was gegaan.’

Sociale integratie

Sociale reïntegratie is sinds dertien jaar een wezenlijk onderdeel geworden van het orthopedisch centrum. ‘Ondanks al onze inzet, hebben we ons gerealiseerd dat geamputeerden meer nodig hebben dan een prothese. Ze hebben ook een rol nodig in de maatschappij’, aldus de directeur.

Het orthopedisch centrum breidde daarom in 1997 uit en heeft sindsdien klaslokalen en een bank die microkrediet verstrekt om een eigen winkeltje te beginnen. Ruim 2.000 invaliden kregen via het ICRC een vakopleiding, meer dan de helft vond een baan.

Om te laten zien dat invaliden net zo goed kunnen werken als anderen, neemt het orthopedisch centrum uitsluitend invaliden aan. De ruim 600 werknemers zijn vrijwel allemaal ex-patiënten. ‘Juist omdat we hetzelfde hebben meegemaakt, begrijpen we onze patiënten goed’, zegt orthopedisch techneut Farzana (27). Ze heeft een kunstbeen met laknagels.

Farzana maakt niet alleen protheses voor vrouwen, ze past ze ook aan. ‘Ik was 14 toen ik op weg was naar de bakker en op een mijn stapte.’ Ze raakte aan huis gebonden en viel in een depressie. Farzana voelde zich een last voor haar familie en vreesde als kreupele te worden afgewezen door de maatschappij. Toen ze van een familielid hoorde over het orthopedisch centrum, ging Farzana er direct naartoe. Een week later had ze een prothese en begon ze weer met lopen. ‘Toen ik mijn eerste stap nam, wist ik meteen dat ik mijn leven terug had. Het was geweldige ervaring.’

Na haar revalidatie bood het Italiaans programmahoofd Alberto Caïro haar een baan aan als schoonmaakster. ‘Dr. Alberto stimuleerde mij om verder te leren. Dit centrum heeft mijn leven gered.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden