Afghanistan na 2010

Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken stelde zich woensdag in New York de vraag ‘of we alles op anderen kunnen afschuiven’....

Premier Balkenende (ook CDA) herhaalde zijn standpunt nieuwe verzoeken van de NAVO welwillend in overweging te willen nemen. Hij sprak deze week onder vier ogen met president Obama. Het zou gaan om voortzetting van de aanwezigheid van Nederland in Uruzgan in afgeslankte vorm: 400 à 500 man in plaats van de huidige 1.700.

Het is terecht dat de Kamer hierover snel van gedachten wil wisselen met premier Balkenende. De oppositie wijst er – eveneens terecht – op dat het besluit om in 2010 een einde te maken aan de huidige missie met Nederland als lead nation gehandhaafd moet blijven. Nederland heeft een grote inspanning geleverd en andere NAVO-partners mogen niet voor hun verantwoordelijkheid weglopen.

Maar dat hoeft nog niet het andere uiterste te betekenen, namelijk dat Nederland zich in 2010 tot en met de allerlaatste man uit Afghanistan terugtrekt. Juist deze week verscheen een onderzoeksrapport over de resultaten van drie jaar Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan. Daaruit bleek dat de bevolking de Nederlandse aanpak (in tegenstelling tot de Amerikaanse) waardeert als een belangrijke bijdrage aan veiligheid en ontwikkeling. De Nederlanders overleggen goed met plaatselijke stamhoofden, spannen zich in om zo weinig mogelijk burgerslachtoffers te maken en geven prioriteit aan wederopbouw boven vechten. Vergeleken met Kandahar, Helmand en Zabul is Uruzgan er de afgelopen drie jaar op vooruit gegaan. De plaatselijke bevolking verkiest de aanwezigheid van de Nederlanders boven een al te snelle overdracht van het gezag aan de Afghaanse regering, die geen enkel vertrouwen geniet.

Generaal Stanley McChrystal, commandant van de militaire missies in Afghanistan, onderstreepte deze week dat de oorlogsinspanning zal mislukken als niet aan twee voorwaarden wordt voldaan: een nieuwe strategie, gericht op het verwerven van vertrouwen onder de bevolking, en extra militairen om de Taliban buiten de deur te houden.

De Nederlandse benadering, eerder door Amerikanen nog afgedaan als gebrek aan lef om te vechten, maakt nu school als noodzakelijk om de hearts and minds van de Afghanen te winnen. Dat is winst. Maar het is begrijpelijk dat de Verenigde Staten, met 68 duizend man actief in Afghanistan, de extra inspanning die zowel in militair opzicht als wat betreft de wederopbouw gewenst is, niet alleen voor hun rekening willen nemen.

Stabiliteit in Afghanistan vereist de langdurige aanwezigheid van buitenlandse troepen. Nederland neemt afscheid als lead nation. Maar onze investeringen in Uruzgan mogen niet verloren gaan. Een kleinschalige militaire aanwezigheid na 2010 moet bespreekbaar zijn.

Reageren? volkskrant.nl/commentaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden