Afghanistan moddert maar voort

Inwoners van Kabul over wat de bezetting van hun land hen heeft opgeleverd. Een zakenman, een muzikant, een schoonheidsspecialiste en een winkelier vertellen....

KABUL ‘Wij landen over enkele ogenblikken in Kabul.’ Na de mededeling van de piloot pinken veel Afghanen in het toestel van Safi Airways een traantje weg.

De meesten van hen zijn jaren niet thuis geweest. Ze bouwden als vluchteling levens op in het Westen. Maar deze week vlogen honderden van hen terug naar Afghanistan om het Suikerfeest te vieren met familie.

De twintiger Wasima zal over een paar minuten haar moeder weer in de armen sluiten. Ze vertelt hoe ze als 17-jarige het land verliet in boerka. Nu ziet ze eruit als een Westerse vrouw, met make-up en gelakte nagels. ‘Mijn moeder weet al van mijn nieuwe uiterlijk’, zegt Wasima, accountant in Australië.

Ze weet niet exact wat ze zal aantreffen in haar vaderland. Vooral de hoofdstad Kabul onderging de afgelopen negen jaar een transformatie. Kort na de aanslagen van september 2001, vielen de VS Afghanistan binnen. Sindsdien kreeg Kabul nieuwe gebouwen en net als Wasima, een nieuw uiterlijk.

. ‘Jeetje, dit is veranderd’, zegt ze als ze de de terminal van het nieuwe internationale vliegveld Kabul binnenlopen. Bij de uitgang staan familieleden te dringen om hun zus, broer of oom te zien. Wasima verliezen we in het gekrioel uit het oog.

Het zijn juist gewone Afghanen als Wasima die het beste kunnen vertellen over de gevolgen van de oorlog in Afghanistan. Zakenmensen, taxichauffeurs, muzikanten, schoonheidsspecialistes: ze praten dagelijks met alle lagen van de bevolking. Wie kan beter beoordelen wat de 9-jarige bezetting heeft opgeleverd dan zij?

Een dag later: in het centrum van Kabul blokkeren opvallend veel gepantserde terreinwagens van hulpverleners de weg. Het aantal auto’s groeide zo hard sinds 2001, dat de smalle wegen in Kabul overdag permanent verstopt zitten. We staan ingeklemd tussen oude ruïnes vol kogelgaten en nieuwe glimmende gebouwen met spiegelglazen.

De nieuwe auto’s en gebouwen: het zijn tekenen dat het economisch beter gaat sinds 2001. Maar voor wie geldt deze economische vooruitgang: een handjevol gelukkigen of iedereen?

De zakenman
Op een stoeltje in een winkelcentrum in de wijk Shar-e-Now zit de 65-jarige Khan (niet zijn echte naam). Hij heeft een import- en exportbedrijf in kleding en voedsel. Hoe verging het hem de afgelopen negen jaar?

‘Toen de buitenlanders in 2001 kwamen, verdienden we veel extra geld. Ze huurden onze huizen voor hoge prijzen. Ik begon met dat geld een eigen bedrijf’, zegt Khan. ‘Maar de zaken gaan sinds vier jaar elk jaar slechter. Door de voortdurende oorlog kan ik mijn producten niet bij mijn klanten in de provincies krijgen. De weg is te gevaarlijk.

‘Net na de val van de Taliban waren we hoopvol’, vertelt de zakenman ook. ‘We dachten dat alles beter zou worden.’ Hij heeft het vertrouwen verloren. ‘Afghanistan is ziek’, zegt Khan. De ziekte heet corruptie en straffeloosheid. ‘Als je iets gedaan wilt krijgen, zoals een elektriciteitsaansluiting of ziekenhuisbehandeling, moet je smeergeld betalen. Corruptie is overal.’

Daarnaast deugt het rechtsysteem niet, zegt Khan met gebalde boze vuisten. ‘Ik heb in de Talibantijd gezien hoe een hand werd afgehakt van een dief. Nu wordt een dief direct vrijgelaten als hij geld betaalt.’ De zakenman ‘weet niet’ of het beter is als Taliban terugkomen, maar een ding is volgens hem zeker: ‘Als deze situatie nog lang doorgaat, haten mensen de overheid steeds meer. Dan komen de Taliban vanzelf terug aan de macht.’

De schoonheidsspecialiste
Een verdieping hoger in het Afghaanse winkelcentrum waar Khan zijn woede uitte, is schoonheidssalon Silk Fashion gevestigd. Binnen is Belkes (40) druk in de weer met nagels, make-up en haren. Haar klanten zijn vrouwelijke parlementsleden, buitenlandse hulpverleensters en gewone Afghaanse vrouwen die zich eens in de watten willen laten leggen.

‘In de Talibantijd was deze beautysalon natuurlijk onmogelijk’, zegt Belkes. Nu telt Kabul ongeveer duizend salons. De komst van buitenlanders heeft geleid tot vrijheid voor Afghaanse vrouwen. ‘In de stad tenminste, op het platteland is weinig veranderd hoor’, zegt Belkes. ‘Daar loopt de meerderheid nog in boerka en mogen meisjes niet naar school.’

Nadelen van de bezetting zijn er ook voor Belkes. De veiligheid in hoofdstad Kabul is achteruit gegaan, zegt ze. ‘Er zijn meer zelfmoordaanslagen en explosies dan vroeger.’ In het winkelcentrum waar de schoonheidsspecialiste werkt, lopen overdag 36 beveiligers met mitrailleurs rond. Belkes: ‘Anders durven mijn klanten niet naar de salon te komen.’

De volgende dag rijden we verder naar het oude stadscentrum van Kabul. Op het eerste gezicht oogt het er middeleeuws. Een slager hangt karkassen in het zonnetje te drogen aan haken boven zijn houten handkar. In de goot stroomt bloed van de zojuist geslachte dieren langs.

De muzikant
Maar er zijn ook moderne zaken te zien. Grote terreinwagens slalommen om de houten handkarren van de slager heen, Gesluierde vrouwen kletsen door mobieltjes aan het oor.

In de muzikantenbuurt ontmoeten we een groepje zangers dat in hun winkeltje wacht op klandizie. Ze worden zo’n drie keer per week ingehuurd voor Afghaanse bruiloftsfeesten.

De muziekindustrie kende een opbloei na de val van het Taliban-regime, die muziek verboden, vertelt zanger Malang Alami (50). Maar de laatste jaren is de klandizie weer ingezakt. ‘Mensen hebben geen geld meer, ze zijn werkeloos door de oorlog die maar voortduurt.’

Maar Afghanistan heeft het ergste nog niet gehad, vrezen de muzikanten. ‘Als buitenlandse militairen straks vertrekken, breekt gegarandeerd een bloedige burgeroorlog uit. Sinds Obama het vertrek van zijn troepen aankondigde, is dat de talk of the town’, zegt Alami.

De winkelier
Voor winkelier Salim (38), een verzonnen naam, gingen de zaken beter in de Talibantijd. Toen was het rustig en verkocht ik meer’, zegt Salim, die een kruidenierszaak runt in de muzikantenbuurt. Hij vindt dat buitenlandse militairen allemaal zo snel mogelijk weg moeten. ‘Het is een feit dat de oorlog voorduurt, zolang zij blijven. De Taliban geven het vechten nooit op.’

De winkelier ontwijkt de vraag of het beter is als Taliban terugkomen. Sympathie voor het idee heeft hij wel. ‘De Talibantijd was strikt, maar er was wel veiligheid en orde. Ik reisde gerust ’s nachts honderden kilometers van Noord-Afghanistan naar Kabul met 10 duizend dollar op zak. Niemand haalde het in zijn hoofd om je te bestelen’, zegt Salim. ‘Nu staat op elke straathoek een dief. Als hij de juiste connecties heeft, hoeft hij nooit naar de gevangenis. Wij zijn vogelvrij.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden