Reportage

Afghanen die met Nederland hebben samengewerkt, zijn hun leven niet zeker

Honderden Afghanen die met Nederland hebben samengewerkt bij ontwikkelingsprojecten, vrezen voor hun veiligheid nu de Taliban oprukken. Zij willen, net als tolken die militairen hebben geholpen, politiek asiel aanvragen met hun gezinnen.

Voedseluitdeling voor Afghaanse families in de hoofdstad Kabul. Ze zijn gevlucht voor de gevechten  tussen de regeringstroepen en de Taliban, die steeds meer gebieden in handen krijgen. Beeld AFP
Voedseluitdeling voor Afghaanse families in de hoofdstad Kabul. Ze zijn gevlucht voor de gevechten tussen de regeringstroepen en de Taliban, die steeds meer gebieden in handen krijgen.Beeld AFP

Met paniek in zijn stem vertelt een Afghaanse arts over het telefoontje dat hij donderdag kreeg van een anonieme beller. ‘Een onbekende man zei dat ik moet stoppen bij de organisatie waar ik voor werk. Omdat deze niet goed zou zijn voor moslims.’ De 56-jarige arts uit Kabul, die niet met zijn naam in de krant durft, zette voor Nederland onder meer het provinciale ziekenhuis op in Uruzgan, een opleiding voor vroedvrouwen en vele hulpposten in afgelegen dorpen. ‘Ik hielp mensen die zorg nodig hadden.’ Maar nu kreeg hij te horen: ‘Je moet moedjahedien worden en onze gewonde strijders gaan helpen. Je gezin is niet meer veilig: de keuze is aan jou.’

Hij is niet de enige die zo’n waarschuwing heeft gekregen. Uit een telefonische rondgang van de Volkskrant onder Afghaanse hulpverleners, ontwikkelingswerkers en aannemers die jarenlang hebben samengewerkt met Nederland in de provincie Uruzgan, blijkt dat de angst groot is. De plaatselijke medewerkers vrezen dat de Taliban wraak op hen zal nemen, omdat zij hebben geholpen veranderingen door te voeren in het conservatieve Uruzgan. Zij willen politiek asiel nu de Taliban op het punt staan de provincie in te nemen. Ook fixers (lokale assistenten) die voor Nederlandse media hebben gewerkt, hopen in aanmerking te komen. Een deel van de voormalige partners is al gevlucht naar Kabul, waar hele families sinds kort buiten slapen in parken.

Bang

‘Iedereen weet dat ik jarenlang met de buitenlanders heb samengewerkt’, zegt Wafi Walim die onder meer alternatieve landbouwgewassen hielp introduceren. Hij is gevlucht naar Kabul uit vrees voor de shariarechtbank die de Taliban instellen na iedere verovering. ‘Ik kan mij niet verstoppen. Ik kan alleen tijd winnen voor een asielprocedure voor Nederland.’ Walim heeft ook zijn voormalige werkgever om hulp gevraagd: de Duitse hulporganisatie GTZ, die weer werkte in opdracht van Nederland. GTZ laat weten recentelijk meer hulpverzoeken te hebben binnengekregen, onder anderen van de hoofdaannemer die met Nederlands geld een provinciale asfaltweg heeft aangelegd.

‘Iedereen is bang’, zegt Najibullah Sahibzada die jaren voor GTZ heeft gewerkt, maar ook als fixer voor onder meer de Volkskrant. Hij stelt dat alle zes districten in Uruzgan afgelopen maanden zijn ingenomen door de Taliban. Politie en leger gaven zich volgens hem over of werden haastig geëvacueerd per helikopter. Alleen het centrum van provinciehoofdstad Tarin Kowt is nog in handen van de regering. ‘De dorpen rondom de stad stromen vol Talibanstrijders; alle bewoners zijn opgeroepen het centrum te verlaten. Een aanval lijkt ophanden.’ Sahibzada, die eerder is gegijzeld en gemarteld door de Taliban, vluchtte vrijdag met zijn gezin naar Kabul. ‘Onze levens lopen gevaar. Ik wil politiek asiel aanvragen in Nederland, maar hoe doe ik dat?’

Oud-diplomaat Marten de Boer, die voor 187 miljoen euro aan ontwikkelingsprojecten uitzette in Uruzgan, ontving afgelopen weekend diverse hulpverzoeken van voormalige partners. Onder hen is bijvoorbeeld de directeur van de provinciale dienst die wegen heeft gebouwd, oevers heeft versterkt en waterputten heeft geslagen met Nederlands geld. Ook de manager van het radiostation dat – na Nederlandse betaling – in hoorspelen nieuwerwetse ideeën liet passeren over bijvoorbeeld hygiëne en gezinsplanning heeft contact met De Boer opgenomen. De Boer zegt met meer dan veertig Afghaanse hulporganisaties te hebben samengewerkt tussen 2006 en 2012, plus met zes Afghaanse ministeries.

Geen regeling

‘Je kunt natuurlijk niet iedere Afghaan die met ons heeft samengewerkt meteen politiek asiel aanbieden’, zegt De Boer telefonisch. Hij noemt de verzoeken die hij per WhatsApp binnenkrijgt zeer alarmerend. Afghanen met wie hij intensief heeft samengewerkt, en daardoor een ‘hoog profiel’ kregen in Uruzgan, vrezen volgens hem terecht voor hun leven nu de Taliban voor de deur staan. ‘Ik schat dat het om 125 tot 250 personen gaat, plus hun gezinnen.’

Uruzgan 2008, een Nederlandse militair en zijn Afghaanse tolk in gesprek met twee Afghaanse boeren.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Uruzgan 2008, een Nederlandse militair en zijn Afghaanse tolk in gesprek met twee Afghaanse boeren.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid laat desgevraagd weten dat tolken die voor de Nederlandse regering hebben gewerkt naar Nederland kunnen komen voor een asielaanvraag, mits Defensie bevestigt dat de persoon in kwestie door Nederland is ingehuurd. De NOS meldt op basis van bronnen rond het kabinet dat de komende dagen en weken een nieuwe groep van enkele tientallen tolken naar Nederland komt. Het kabinet zou werken aan hun asielverlening en vlucht naar Nederland, met hun gezinnen. Zij vliegen mogelijk tegelijk met het ambassadepersoneel dat uit veiligheidsoverwegingen wordt teruggehaald. Er zijn inmiddels iets meer dan honderd tolken met hun gezin in Nederland.

Voor alle andere Afghaanse medewerkers bestaat volgens een woordvoeder geen regeling. De Nederlandse ambassade in Kabul, noch het ministerie van Buitenlandse Zaken, wilden dinsdag zeggen of zij verzoeken tot asiel hadden gekregen van voormalige partners.

De Afghaanse ambassadeur in Nederland, Mohammad Asif Rahimi, stelt dat ‘de internationale gemeenschap in ieder geval moreel en juridisch verplicht is vluchtelingen te helpen wiens leven in gevaar is.’ Engeland besloot bijvoorbeeld vorige week – na een campagne van twee grote kranten – dat ook fixers van journalisten in aanmerking komen voor asiel.

Meisjesschool

In Tarin Kowt is het vandaag rustig, melden bewoners. Weliswaar wordt iedere nacht geschoten bij de politieposten rond het stadje, maar dat was ook al zo toen de Volkskrant afgelopen oktober het plaatsje bezocht. Het is rustiger dan destijds: veel inwoners zijn gevlucht naar Kabul, winkels zijn preventief leeggehaald. Het terrein van de gouverneur en de naastgelegen bazaar zijn in handen van de regering. Scholen zijn gesloten. De directrice van de grootste meisjesschool laat weten dat de meeste leerlingen en hun families zijn vertrokken na het laatste examen. Als Tarin Kowt valt, stelt zij, zal ook zij moeten vluchten.

Directeur Jaap van Hierden van Cordaid, een van de weinige Nederlanders die nog in Kabul aan het werk is, waarschuwt dat het moeilijk te voorspellen is wat de Taliban zullen doen. Hij stuurt geen medewerkers naar gebieden waar wordt gevochten of onlangs is gevochten. Maar in de westelijke provincie Herat, recentelijk veroverd door de Taliban, merkte Van Hierden dat Cordaid-medewerkers toch weer aan de slag konden in het district Rabat Sangi. ‘Waar het vechten voorbij is, zien we dat de lokale Taliban tot nu toe geen gevaar vormen voor personeel van hulporganisaties.’

De 56-jarige arts die donderdag het dreigtelefoontje kreeg van de Taliban, is desalniettemin radeloos. ‘Ik doe dit werk al 23 jaar, de Taliban hebben mij altijd laten begaan. Maar nu weet ik niet meer wat ik moet doen.’ Zijn kinderen gaan niet meer naar school, zijn vrouw heeft twee weken verlof opgenomen en iedere dag wandelt de arts op een ander tijdstip naar kantoor. ‘Ik liep maandag langs de bazaar en zag dat het naastgelegen park is volgelopen met vluchtelingen – uit Kunduz, Kandahar, uit heel Afghanistan. Die mensen hebben niks meer, ze slapen buiten en zijn afhankelijk van wat buurtbewoners voor ze kopen.’ De arts reisde eerder voor zijn werk naar Nederland, Denemarken en Australië, maar zag toen geen reden daar te blijven. ‘Nu wel, ik slaap niet meer, ik wil asiel aanvragen.’

Hoe doen andere landen het?

Nederland reageert minder ruimhartig op hulpverzoeken van voormalig bondgenoten dan andere Westerse landen, signaleert politicologe Sara de Jong van de Universiteit van York . Zij doet sinds 2017 onderzoek naar de bescherming van Afghaanse en Iraakse tolken die voor Westerse militairen hebben gewerkt. ‘Het is treurig om te zien dat Nederland pas na veel druk door onder anderen veteranen, bereid is tolken in aanmerking te laten komen voor een asielaanvraag. Terwijl nog veel meer soorten lokale medewerkers mogelijk gevaar lopen.’

Andere landen hanteren volgens De Jong een ruimere definitie. Zo lieten de Verenigde Staten al 20 duizend tolken en medewerkers van USAid met hun familie overkomen; sinds vorige week zijn ook de partners van andere ontwikkelingsorganisaties welkom. Engeland verleent Afghaanse ambassademedewerkers, bewakers van kampementen en fixers van journalisten asiel. Ook Duitsland is ruimhartiger, ook plaatselijke ontwikkelingswerkers krijgen asiel. De Nederlandse terughoudendheid is volgens de onderzoekster een politieke keuze. ‘In andere landen bestaat brede steun om deze groep Afghanen, die hebben geholpen onder moeilijke omstandigheden, asiel te verlenen. En ik vermoed dat veel Nederlanders er ook zo over denken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden