Reportage

Afghaanse remigranten dobberen op een schip in Haarlem: ‘Het is nu vooral overleven’

Alia gaat, net als de andere bewoners van de Liberty Ann, overdag liefst de deur uit. Aan boord is weinig te beleven en de kajuiten zijn bescheiden. Maar de sfeer op het schip is goed. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Alia gaat, net als de andere bewoners van de Liberty Ann, overdag liefst de deur uit. Aan boord is weinig te beleven en de kajuiten zijn bescheiden. Maar de sfeer op het schip is goed.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Onder de Afghanen die onlangs naar Nederland zijn gevlucht, bevindt zich een bijzondere groep: evacués met een Nederlands paspoort. Bij gebrek aan een woning verblijven ze op een schip in Haarlem. Die opvang is er voor een half jaar. En daarna? ‘Het is nu vooral overleven.’

Rood tapijt, meubels in vale kleuren en een diepbruine houten lambrisering domineren het interieur van het witte cruiseschip Liberty Ann. Boven het houtwerk hangt witte vitrage, waar doorheen je het klotsende water van het Spaarne kunt zien. Het drie verdiepingen hoge schip maakt zich niet op voor een tochtje over de Rijn, maar ligt ter hoogte van de Floresstraat in Haarlem aangemeerd. Het huisvest 35 Afghaanse evacués, onder wie 11 kinderen.

Alia (48, achternaam bekend bij redactie) een kleine vrouw met haar zwarte haar in een keurige bob, glitterende bruine oogschaduw en eyeliner op de oogleden, is een van hen. Op 15 augustus kwam ze, net op tijd, met een van de laatste passagiersvluchten uit Kabul.

Nederlands paspoort

Het is niet haar eerste keer op Nederlandse bodem. Zij en de andere volwassenen op het schip zijn eerder naar Nederland gevlucht. Velen van hen hebben hier gewoond en gewerkt, onze taal geleerd en na inburgeringscursussen het Nederlanderschap verworven. Dat ze een Nederlands paspoort op zak hebben, maakt van deze remigranten een uitzonderlijke groep. Ze zijn geen asielzoekers, dus het COA vangt ze niet op.

Alia vluchtte eind 2000 met haar toenmalige man en oudste dochter uit Ghazni in het zuidoosten van Afghanistan naar Nederland. ‘De Taliban waren aan de macht gekomen en verplichtten jonge mannen uit ons dorp soldaat te worden. Mijn ex-man weigerde te werken voor een terroristische organisatie, waardoor het veel te gevaarlijk voor ons werd’, zegt ze in goed Nederlands vanuit een fauteuil op het schip. ‘In Nederland kregen we binnen drie maanden status en na twee jaar in verschillende azc’s kregen we een eigen woning. Daar zijn mijn twee jongste dochters geboren.’

Dat het huwelijk in 2014 stukliep, bemoeilijkte de situatie. Iemand moest de woning uit. De inmiddels ingeburgerde Alia trok als huisvrouw aan het kortste eind en raakte in een depressie. ‘Ik raakte mijn huis kwijt en kon voor mijn gevoel nergens anders heen dan naar mijn ouders in Kabul. Mijn dochters zaten op Nederlandse scholen waardoor ze niet mee konden. Een moeilijk besluit, maar achteraf gezien ben ik heel blij dat ik terug ben gegaan, want ik kreeg de kans me echt te ontwikkelen. Door te beginnen aan een bachelor Political Science die ik in 2019 afrondde, heb ik mezelf gevonden. Alleen stond de voormalige Afghaanse overheid heel wantrouwend tegenover succesvolle vrouwen. Ze geloofde niet dat een vrouw op eigen kracht een hoge functie kon bekleden, dus lukte het me niet een baan te vinden.’

Alarm

Ondertussen verslechterde de situatie in Afghanistan en sloegen Alia’s kinderen in Nederland alarm. ‘Een van mijn dochters belde en zei: je móét op zoek naar een vliegticket.’ Zelf had Alia heus wel door dat de omstandigheden steeds nijpender werden, maar dat de opmars van de Taliban zo snel zou gaan, overviel haar.

Op 15 augustus zat ze om kwart voor elf ’s ochtends met slechts wat handbagage in een afgeladen vliegtuig: ‘We hadden meer dan een uur vertraging achter de rug toen ik hoorde dat de Taliban in Kabul waren. Ik stond doodsangsten uit. Bang dat een vrouw alleen niet meer naar het buitenland mocht reizen. Toen we toch de lucht ingingen, was de opluchting enorm.’

Twee dagen later vloog Alia, geëmotioneerd en uitgeput na een paar stressvolle transits, van Parijs naar Amsterdam en reed ze vanuit daar naar Rotterdam, waar haar drie dochters wonen en aan de Erasmus Universiteit studeren. ‘Zij hebben zelf nauwelijks woonruimte en kunnen mij zeker niet permanent opvangen. Toen ben ik naar de gemeente gegaan en kreeg ik toegang tot nachtopvang.’

Feitelijk zijn Alia en de andere evacués nu namelijk daklozen. De staat is verantwoordelijk voor hun onderdak en op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken biedt de gemeente Haarlem de helpende hand.

De gemeente heeft de zorg voor deze bijzondere groep uitbesteed aan de daklozenorganisaties perMens en HVO-Querido. Zij zorgen ervoor dat de Nederlandse Afghanen op de boot eventueel naar een arts kunnen en verzekeringen kunnen aanvragen. Ze regelen dat de kinderen naar koppelklassen kunnen om de Nederlandse taal te leren en helpen bij het krijgen van een postadres zodat de remigranten, wanneer ze eraan toe zijn, op zoek kunnen naar werk.

Woning

Ook hebben de organisaties geïnventariseerd waar deze Afghanen het liefst zouden wonen, want de opvang is in principe voor zes maanden. De evacués mochten dus hun voorkeur uitspreken, maar de vraag is of daarmee rekening kan worden gehouden en of het überhaupt lukt binnen een half jaar een woning te vinden, nu de woningmarkt zo oververhit is. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken laat weten dat er nog geen plan is om deze groep te huisvesten. Ook is niet bekend hoeveel remigranten er in Nederland zijn. Maar het schip is de enige plek waar ze geregistreerd opgevangen worden. Deze week komt er nog een handvol nieuwe evacués aan boord.

Daar is de sfeer goed, zegt Alia. Aanvankelijk stond ze sceptisch tegenover de boot, maar nu vindt ze het prachtig. Met een lotgenoot stortte ze zich op het bereiden van Afghaanse rijstgerechten. Dat werd wat zwaar, en dus heeft ze een corveerooster gemaakt zodat het werk op de boot nu eerlijker is verdeeld.

Verder is er op Liberty Ann weinig te doen: op de tweede verdieping is een kleine gym met wat fitnessapparaten en in één van de bescheiden hutten liggen knutselspullen. Liever gaan de remigranten op pad. Het centrum van Haarlem is dichtbij en iedere evacué krijgt 61 euro zakgeld per week. Met dat geld onderneemt Alia leuke dingen met haar dochters, in Haarlem of in Rotterdam.

Ziet ze zich in de toekomst bij hen in de buurt wonen? ‘Nou, in Haarlem is het veel rustiger en dat heeft mijn voorkeur. Het is nu vooral overleven. Maar met een vast adres kan ik op zoek naar een baan als manager. En als dat niet lukt, begin ik een eigen zaak.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden