Afgewezen doek nu wel geëerd

Het was ooit groter dan de Nachtwacht. Maar net zo min als dat meesterwerk behield het zijn ereplek aan de Dam. Nu hangen ze bij elkaar in de eregalerij van het Rijks.

AMSTERDAM - Het schilderij De samenzwering van Claudius Civilis (1661), door Rembrandt gemaakt voor het stadhuis in Amsterdam, is terug. Ruim twee eeuwen geleden vertrok het naar Zweden, in Nederland was het voor het laatst te zien in 1969. Vanaf morgen wordt het getoond in de eregalerij van het Rijksmuseum. Het blijft tot 2017 in Amsterdam.


Met het schilderij refereerde Rembrandt aan een gloedvol stukje vaderlandse geschiedenis. Ze zagen zichzelf als Batavieren, de Hollandse burgers. Zoals die, in 69 na Christus, in opstand waren gekomen tegen het machtige Rome, moedig als Asterix en Obelix, zo ook kwamen de burgers van de Hollandse Republiek in opstand tegen het machtige Spanje - het Rome van de 17de eeuw. In het stadhuis op de Dam, tussen 1648 en 1665 door Jacob van Campen gebouwd ter glorie van de Republiek van Zeven Provinciën, werd dat bekrachtigd met schilderijen die de historische parallel onderstreepten.


Het werd het grootste project in Rembrandts carrière: het oorspronkelijke schilderij mat 5,5 bij 5,5 meter. En hij was niet eens eerste keus geweest; Govert Flinck kreeg de opdracht aanvankelijk, maar die ging dood in 1660. Dus in 1661, toch al een druk jaar voor Rembrandt, met onder meer De Joodse bruid en De Staalmeesters, kreeg hij de taak de samenzwering van Claudius te verbeelden. De blinde leider van de Batavieren kwam 's nachts samen met zijn stamgenoten om de opstand voor te bereiden en de schilder greep dat aan om de groep in het donker te plaatsen, beschenen door een licht dat niet is afgebeeld. Drie jaar later schreef Vondel in zijn treurspel Batavische gebroeders of onderdrukte vrijheid dat het schilderij hem inspireerde tot het maken een stuk over de moed van de Hollandse burgers die zich aan deze geschiedenis konden spiegelen, 'betrouwende dat den heere burgemeester niet mishaegen zal de manhaftigheit der oude Batavieren, en onze eigen lantszaeken, den nakomelingen ter eere, ten tooneele te zien voeren'.


Maar of hij Rembrandts werk had gezien is de vraag: het heeft hooguit een paar maanden in het stadhuis gehangen. Waarschijnlijk werd het afgekeurd en Ferdinand Bol kreeg de nieuwe opdracht. Rembrandt viel nogal uit de toon in het classicistische stadhuis. Hij verkleinde het werk tot er 3 bij 2 meter overbleef - nog altijd monumentaal, maar compleet anders dan het was. Dankzij een tekening, nu in de Staatliche Graphische Sammlung in München, is bekend hoe het ongeveer was: de groep zat op een podium met een trap ervoor, voor een soort theatergordijn, waarachter bomen zichtbaar zijn: het heilige woud van de Batavieren. Technisch onderzoek leverde de informatie op dat het werk in zijn geheel veel meer blauw moet hebben bevat - we kijken in veel opzichten naar een indrukwekkende ruïne.


Vanwege de verbouwing van het Nationalmuseum van Stockholm kan het werk tot 2017 in Amsterdam blijven en deel uitmaken van de Late Rembrandt-tentoonstelling die in Londen en (daarna) Amsterdam wordt gehouden vanaf oktober. Een welkome terugkeer van een afgewezen meesterwerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden