Affaire-Dutroux kan louterend werken

Dat er in België veel mis is, weten onze zuiderburen al jaren. Maar de affaire-Dutroux heeft de geur van de Belgische beerput pas echt ondragelijk gemaakt, meent Will Tinnemans....

BIJ IEDER bezoek aan België valt het me op: de ontelbare wegwijzers waar 'alle richtingen/toutes directions' op staat. Het maakt het land tot een doolhof. Wie België in politiek en bestuurlijk opzicht wil leren kennen, raakt al even gauw de weg kwijt. Een Vlaams, een Waals en een Brussels gewest, een Franse, Vlaamse en Duitse gemeenschap kennen ieder hun eigen bevoegdheden, los van de nationale overheid en de lokale en provinciale autoriteiten.

Een tweetalig nationaal parlement beslist over belangrijke economische kwesties, over buitenlandse zaken en defensie, maar Vlamingen kunnen helemaal niet stemmen op Franstalige kandidaten en omgekeerd, behalve in Brussel.

Heel wat gewichtige staatszaken worden in België bedisseld door het kabinet van de minister. Die kabinetten bestaan uit medewerkers die hun politieke benoeming niet zelden te danken hebben aan een ijzeren loyaliteit en strikte zwijgzaamheid. Hetzelfde geldt voor sommige leden van de rechterlijke macht en hoge politiefunctionarissen.

Veel Belgen weten niet meer hoe hun samenleving in elkaar steekt en hebben er weinig vertrouwen in dat ze het openbare leven kunnen beïnvloeden. De kiesplicht voorkomt massaal wegblijven bij de stembus. Maar de onvrede uit zich aan de extreme zijden van het politieke spectrum, zowel links als rechts.

Het 'dienstbetoon' heeft de politiek bij onze zuiderburen tot nu toe van de ondergang gered: als jij ons Polleke een baan bezorgt, kun je verzekerd zijn van de stemmen van mijn hele familie. Dat is van belang, want bij parlementsverkiezingen moeten de kandidaten kiezers in hun eigen district voor zich winnen. Belgen zorgen ervoor dat ze hun directe sociale omgeving op orde hebben, en verder: sauve qui peut.

Het principe van 'voor wat hoort wat' is ook de politieke besluitvorming op hoger niveau gaan beheersen. Onze nationale ritselaar Ruud Lubbers verbleekt bij zijn Belgische evenknie, Wilfried Martens, die tussen 1979 en 1991 niet minder dan negen kabinetten leidde.

Het uitruilen van Waalse belangen tegen Vlaamse is een kostbare aangelegenheid. Iedere politicus loopt rond met een beurs vol wisselgeld, maar niemand heeft het algemeen belang in zijn portemonnee.

Ja, de koning. Het is veelzeggend dat de ouders van de vermoorde en verdwenen kinderen geen gehoor vonden bij de politiek, maar bij koning Albert II. Hij vertaalde dezer dagen de volkswoede over de lucratieve wreedheden van Marc Dutroux in een oproep aan de magistraten om de zaak in al zijn wortels en vertakkingen uit te zoeken. De koning deed daarmee wat Belgische politici zich niet kunnen permitteren, omdat ze vrijwel allemaal boter op hun hoofd hebben.

België mist een intellectuele elite die zich met het algemeen belang wil inlaten, schreef politiek commentator Hugo de Ridder eens. Geen wonder. Veel Belgen hebben de pogingen om hun eigen land te begrijpen gestaakt. Je kunt die papierwinkel met alle details alleen nog snappen als je specialist bent, zei een Brusselse hoogleraar economie met als specialisatie openbare financiën tegen me. Er is iets ernstigs aan de hand als zo'n man toegeeft: 'Ik kan het niet meer volgen.'

De sterke gerichtheid van de Belg op zijn eigen, vertrouwde omgeving en zijn afkeer van de overheid en het publieke domein heeft historische wortels. België heeft er als natie eigenlijk nooit mogen zijn. Het werd in de eerste helft van de vorige eeuw opgetrokken als buffer tussen Frankrijk en Nederland en opgezadeld met de werkloze Duitse prins Leopold van Saksen Coburg Gotha, die de Griekse troon te min vond.

Het land werd in de Eerste Wereldoorlog al volledig onder de voet gelopen. De Walen hadden ten minste nog hun zware industrie om te verdedigen, maar de Vlamingen hielden louter wrok over aan al die dode soldaten die hun Franstalige officiers niet konden verstaan.

Het getouwtrek over collaboratie en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog vond een kristallisatiepunt in de Koningskwestie, die België tot in 1950 op zijn grondvesten deed schudden. Vooral de katholieke Vlamingen wilden de omstreden, maar vrome koning Leopold III terug. Ze stonden daarin diametraal tegenover de socialistische Walen, die geen collaborateur op de troon wilden en van wie een aantal eigenlijk meer voelde voor een republiek.

Vlak voordat Leopolds zoon Boudewijn voor het parlement de eed aflegde, riep het communistische kamerlid Lahaut 'Vive la republique!'. Het kwam hem duur te staan. Een week later werd hij voor zijn eigen huis in een voorstadje van Luik doodgeschoten. De daders zijn nooit gevonden.

'De moordenaars van Lahaut genoten hoge bescherming, zó hoog dat het gerecht hen nooit heeft kunnen vinden, hoewel in het onderzoek ondubbelzinnige aanwijzingen in de juiste richting zijn gegeven, zelfs herhaaldelijk. Ook dat is België', schreef Geert van Istendael in Het Belgisch labyrint, een onmisbare gids voor wie onze zuiderburen wil leren kennen. De parallellen met de moord op de socialistische voorman André Cools liggen voor het oprapen.

De Vlaamse journalist Walter de Bock schrijft al jaren over dubieuze praktijken in de top van politiek, ambtenarij en industrie, maar hij wordt in België op zijn best gezien als een wat lastig heerschap, dat het niet kan laten zijn neus in andermans zaken te steken. Uitmuntende journalisten als Piet Piryns, Jos de Man en Johan Anthierens zochten in de bloei van hun journalistieke loopbaan hun toevlucht tot de Nederlandse media.

België is het slachtoffer geworden van een systeem dat het maken van winst ver boven de kwaliteit van het leven stelt, schreef Walter van den Broeck onlangs in deze krant. Marc Dutroux is volgens hem geen pedofiele psychopaat, maar een volstrekt gewetenloze en ijskoude handelaar die de mogelijkheden van het systeem kundig heeft uitgebuit.

Maak je geen illusies, zo waarschuwde Van den Broeck ons, ook in Nederland kunnen politieke moorden plaatsvinden, kinderpornonetten ontstaan, doldrieste aanslagen op warenhuizen en geldtransporten gepleegd worden. Dat is een kwestie van geduld.

Zo ver zal het niet komen. Nederlanders hebben de onkreukbaarheid van de rechterlijke macht hoog in het vaandel en zijn totaal afkerig van zelfs maar het geringste vertoon van corruptie in politiekorpsen en ambtelijke kringen. Wethouders worden hier de laan uitgestuurd als ze met een creditcard van de gemeente een paar duizend gulden hebben afgeboekt die ze niet kunnen verantwoorden.

Wij maken ons op het overdrevene af druk over de georganiseerde misdaad, juist om te voorkomen dat er verknoping plaatsvindt tussen beroepscriminelen en de maatschappelijke en politieke bovenlaag. Dat wordt in België ongetwijfeld gezien als de arrogantie van een Hollander die zich superieur waant, maar als koning Albert zegt dat het Belgische gerecht menselijker en efficiënter moet gaan functioneren, is dat toch eerst en vooral een openbare erkenning van verval.

Weinig Belgen waren blij met de moord op André Cools, maar het land stond niet op zijn kop. Het schrikbarende geweld van de Bende van Nijvel deed indertijd al meer stof opwaaien, omdat iederéén het slachtoffer kon worden van dergelijke ogenschijnlijk willekeurige aanslagen. Maar bij de affaire-Dutroux is de geur van de Belgische beerput pas echt ondraaglijk geworden, omdat dat kwaad raakte aan wat ieder mens het dierbaarste is: de eigen kinderen.

Dutroux betrad het erf van de Belgen en daarmee haalde hij zich de woede van iedereen op de hals. In het kielzog van die volkswoede heeft het onderzoek naar de moord op André Cools ook een nieuwe impuls gekregen. Na jaren van polarisatie zijn de Walen en Vlamingen het weer ergens over eens: dat het dralen en falen van de Belgische politie en justitie nu maar eens tot op het bot ontleed moet worden.

ZONDER een gevoel van rechtszekerheid en een vertrouwen in personen die de belangrijkste maatschappelijke en politieke instituties bevolken, zal er in België nooit sprake zijn van een nationale identiteit. Voor de onkreukbare Belgische politici en magistraten, die er natuurlijk ook zijn, is deze stemming een buitenkans.

In dit klimaat kunnen volksvertegenwoordigers de politieke benoemingen in het ambtenarenkorps, bij politie en justitie met recht ter discussie stellen. En zo zou de nasleep van de vreselijke affaire-Dutroux nog wel eens heel louterend kunnen werken voor de publieke moraal in België.

Will Tinnemans is journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden