Column

'Advocaten mogen best liegen. En soms moeten ze het'

De rechtspraak is niet gebaseerd op het ethische principe van wederkerigheid, maar op het retorische principe van antagonisme, schrijft columnist Jean Wagemans. 'De strijdende partijen belichten elk hun eigen kant van de zaak en ze worden geloofd totdat hun beweringen worden weersproken.'

OPINIE - Jean Wagemans
null Beeld anp
Beeld anp

Mogen advocaten liegen? In een opiniestuk in de NRC van afgelopen vrijdag gaf Bart Heyning, die het eerbiedwaardige beroep van advocaat zelf heeft uitgeoefend, een negatief antwoord op deze vraag. Als op het plegen van bedrog vier jaar gevangenisstraf staat, zo vraagt hij zich retorisch af, waarom zou een liegende advocaat dan vrijuit gaan?

Heyning reageerde op een uitspraak van Germ Kemper, de voormalige deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten. Die had in het televisieprogramma Zembla gezegd dat wat een advocaat beweert, niet waar hoeft te zijn.

Vervalsing
Volgens Heyning wordt de opvatting van Kemper door veel advocaten gedeeld. Als voorbeeld noemt hij een situatie waarin een cliënt een document heeft vervalst, en de advocaat daarvan op de hoogte is. Gevraagd naar wat zij in zo'n situatie zouden doen, antwoorden de meeste advocaten dat zij de rechtbank niet van dit bedrog op de hoogte zouden stellen. Tegelijkertijd vinden ze het wel verwerpelijk wanneer de tegenpartij op deze manier een zaak probeert te winnen.

Volgens Heyning meet de beroepsgroep hier met twee maten. Hij vindt dat advocaten niet mee horen te gaan in de leugens van hun cliënten, maar zich dienen te houden aan het ethisch principe van wederkerigheid. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Antagonisme
Hij ziet daarbij een belangrijk punt over het hoofd. De rechtspraak is niet gebaseerd op het ethische principe van wederkerigheid, maar op het retorische principe van antagonisme. De strijdende partijen belichten elk hun eigen kant van de zaak en ze worden geloofd totdat hun beweringen worden weersproken.

In zijn boek over de retorica zegt de filosoof Aristoteles hierover het volgende: 'Het nut van de retorica berust op het feit dat waarheid en recht van nature sterker zijn dan hun tegendelen: wanneer de uitspraak van een jury niet uitvalt zoals het zou moeten, dan heeft de spreker deze nederlaag dus noodzakelijkerwijs aan zichzelf te wijten.'

Dus als één van de partijen een document heeft vervalst en er komt daardoor een verkeerde uitspraak tot stand, dan is dat niet zozeer de schuld van de bedriegende partij, maar van de bedrogen partij. Die heeft dan immers onvoldoende zijn best gedaan om de rechter te doen twijfelen aan de echtheid van het document.

En als één van de partijen met het vervalsen van een document kan voorkomen dat er een verkeerde uitspraak tot stand komt? Dan zorgt het bedrog voor een eerlijke rechtsbedeling.

Advocaten mogen dus best liegen. En soms moeten ze het.

Jean Wagemans is filosoof en universitair docent argumentatietheorie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden