Vijf vragen Aanslag Joods Museum

Advocaat verdachte aanslag Joods Museum zegt harde bewijzen te hebben voor zijn onschuld

Donderdag start het proces tegen de verdachten van de eerste IS-aanslag in Europa. Hoofdverdachte Mehdi Nemmouche staat samen met Nacer Bendrer (de vermoedelijke wapenleverancier) terecht voor de terreuraanslag in het Joods Museum in Brussel, op 24 mei 2014. Volgens zijn advocaat is hij echter onschuldig. Zes vragen over het proces.

Bloemen bij de ingang van het Joods Museum na de aanslag op 24 mei 2014. Beeld BELGA

Wat gebeurde er ook alweer tijdens die aanslag?

Op zaterdagmiddag, om 15.40 uur, stapte een man in donkere kleding met een baseballpetje op zijn hoofd het Joods Museum in de Brusselse Minimenstraat binnen. Hij had een tas om zijn schouder en nog een in zijn hand. Bij de ingang stond een Israëlisch echtpaar: Emanuel Riva (54) en zijn echtgenote Miriam Znaani (53). Ze keken aandachtig naar een aantal folders, en merkten niet dat de man een revolver uit zijn tas haalde. Het paar werd met twee nekschoten geëxecuteerd. Toen de dader verder liep, kwam een van de baliemedewerkers naar hem toe. Alexandre Strens (27) kreeg een kogel in zijn hoofd, en daarna probeerde hij ook op de vrouw achter de balie te vuren. Zijn wapen haperde. Kalm haalde de man een kalasjnikov uit een andere tas, en schoot ook Dominique Sabrier (60) neer. Zij overleed direct, Strens pas 12 dagen later.

Hoe is Nemmouche gevonden?

Na de schietpartij pakte de dader zijn wapens weer in, stapte naar buiten, en verdween in de zaterdagmiddagdrukte. Op vrijdag 30 mei bereikte een bus van Eurolines uit Amsterdam zijn eindpunt in Marseille. Drie douaniers deden een routinecontrole, en stuitten op een plastic tas die door niemand werd geclaimd. Er zat een kalasjnikov in, die was gewikkeld in een IS-vlag. Toen de passagiers werden gefouilleerd, werd bij een van hen een revolver in de binnenzak gevonden. Het was Mehdi Nemmouche. Op de kalasjnikov bleken zijn vingerafdrukken en zijn dna te zitten, en onderzoek wees uit dat deze wapens in het Joods Museum waren gebruikt. Op de laptop van Nemmouche stond een filmpje van deze wapens, en van de kleding die tijdens de aanslag door de dader werd gedragen. Een stem zei op de achtergrond: ‘Dit zijn de kleren en de wapens waarmee ik de aanslag in Brussel heb gepleegd. Ik ga deze stad in vuur en vlam zetten.’

Videobeeld van de aanslag in het Joods Museum. Beeld BELGA

Wat is er bekend over de verdachte?

Mehdi Nemmouche (33) werd geboren in het Noord-Franse Tourcoing, en werd kort na zijn geboorte opgenomen in een pleeggezin. Op 17-jarige leeftijd ging hij bij zijn oma wonen. Toen was Nemmouche al een bekende van justitie: hij werd verscheidene malen veroordeeld, onder meer voor diefstal en een gewapende roofoverval. Vermoedelijk radicaliseerde hij in de gevangenis. In 2012 trok Nemmouche, direct nadat hij vijf jaar in de cel had gezeten, naar Syrië, waar hij zich aansloot bij IS. Vier Franse journalisten die tussen juni 2013 en april 2014 door IS werden gegijzeld, met onder meer James Foley, de Amerikaan die later werd onthoofd, zeggen Nemmouche te kennen. Hij was een van hun bewakers; een sadist die regelmatig naar de gevangenis kwam om gijzelaars te martelen. ‘Soms zong hij’, zei radioreporter Didier Francois in een interview. ‘Meestal Aznavour. Heel vreemd. Hij kende heel dat repertoire.’ De journalisten behoren tot de 120 getuigen die op het proces zijn gedagvaard.

Waarom duurde het zo lang voordat de zaak voor de rechter kwam?

Het vooronderzoek van het Openbaar Ministerie vergt bij complexe zaken als deze veel voorbereiding. Het heeft niet geholpen dat Nemmouche, op advies van zijn advocaat, tegen zijn ondervragers heeft gezwegen. Hij zou, zoals advocaat Sébastien Courtoy ooit zei, alleen ‘ja’ hebben geantwoord op de vraag of hij Mehdi Nemmouche is.

Hij staat terecht voor een assisenhof. Wat is dat?

Een vorm van juryrechtspraak die in België wordt gebruikt bij zaken van moord en doodslag. Het hele onderzoek wordt mondeling in de rechtszaal gepresenteerd en een volksjury van twaalf man, geloot uit de bevolking, moet oordelen over schuld en straf. De ruim tweehonderd Brusselaars die voor deze jury in aanmerking kwamen, stonden niet te trappelen om deel te nemen. ‘Ik ben joods’, ‘Ik heb te veel verbeelding’, en ‘Het is te druk op mijn werk’ waren redenen die mensen opgaven in de hoop niet deel te hoeven nemen.

Gaat Nemmouche schuld bekennen?

Zeker niet. Volgens zijn advocaat Courtoy was er helemaal geen sprake van een aanslag in het Joods Museum, maar van een Palestijnse vergeldingsactie tegen de Mossad. Het echtpaar dat is omgekomen, zouden agenten van de Israëlische geheime dienst zijn geweest. De schoten zijn volgens Courtoy bovendien niet gelost door Nemmouche, en de advocaat belooft hiervoor met harde bewijzen te komen, zoals ‘dna, zoolafdrukken, camerabeelden en ook een aantal reizen’. ‘Het federaal parket maakt een monster van hem, en doet geloven alsof al is bewezen dat hij schuldig zou zijn, maar dat is duidelijk niet het geval.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.