Advocaat van de haantjes

Bij sommige zaken zijn ze niet van de buis te slaan, bij andere zie je ze weer zelden - wat is de mediastrategie van advocaten? Kuijpers, Spong, Korvinus en Weski leggen uit.

'Het zit er voorlopig op. U heeft al vrijetijdskleding aan', klinkt het karakteristieke spervuur aan observaties uit de mond van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door. 'Vanavond een whisky, zo rond een uurtje of elf?', wil de presentator vervolgens weten.


Het is vrijdag 20 april, de datum van de slotdag in de Amsterdamse zedenzaak. Tegenover Van Nieuwkerk zit Richard Korver, de advocaat van de slachtoffers. Het zijn drukke tijden voor hem geweest, constateert de presentator al aan het begin van het gesprek: 'Het was een lange rit. U heeft veel het woord gevoerd, bij ons aan tafel en aan andere tafels.'


Op radio, tv en in de schrijvende pers sprak Korver onvermoeibaar over het leed van de ouders en slachtoffers. Alleen al bij DWDD en Pauw & Witteman schoof hij de afgelopen drie maanden zes keer aan. In die mediaoptredens bepleitte hij vooral de menselijke kant van de zaak, en plaatste deze tegenover de juridische benadering van de advocaten van Robert M.


Die advocaten van Robert M., Tjalling van der Goot en Wim Anker van advocatenkantoor Anker & Anker, lieten in dezelfde periode slechts één keer van zich horen, ook op 20 april. Toen schoof Van der Goot aan bij P&W om zijn commentaar op de laatste zittingsdag te geven.


Televisiekijkers zagen Korver dus veel vaker dan de verdedigers van Robert M. Dat roept de vraag op waarom sommige advocaten wel, en andere nauwelijks zichtbaar zijn.


Voor de advocaten van Robert M. is het een bewuste keuze zo min mogelijk in de media te verschijnen: het kantoor wil weinig publiciteit zolang de zaak onder de rechter is. 'Het proces moet in de rechtszaal gevoerd worden, niet bij P&W', zegt Van der Goot. Het verschil in aantal mediaoptredens komt dus voort uit de strategische of principiële keuzes die advocaten maken.


Die keuzes komen niet altijd overeen met de wensen van cliënten. Zo benaderde Geert Wilders het advocatenkantoor Anker & Anker voor de verdediging in zijn proces. Al na het eerste gesprek liep het mis. 'Hij gaf aan dat enige toeters en bellen wenselijk waren', zei Wim Anker twee jaar geleden in de Volkskrant. Toen het kantoor vervolgens aangaf niet zo veel te zien in groot spektakel, stapte Wilders naar Bram Moszkowicz, de raadsman die niet vies is van wat show.


Naar de redenen van Korver om veelvuldig aan te schuiven, is het gissen. Hij wil niet meewerken aan het artikel. 'Ik begrijp dat u het een interessant onderwerp vindt', zegt hij per telefoon. 'Maar ik heb geen zin mijn mediastrategie uit de doeken te doen. Het dient mijn zaak niet, het is iets tussen mij en mijn cliënten.'


Korver is niet de enige advocaat die veel op tv te zien is. De afgelopen maanden schoven ook Bram Moszkowicz, Theo Hiddema, Lucy Oldenburg, Bénédicte Ficq, Geert Jan Knoops, Jan Hein Kuijpers en Gerard Spong een of meerdere keren aan bij P&W en DWDD.


Advocaten zijn dus graag geziene tafelgasten. Dat was niet altijd zo, zegt Henny Sackers, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. 'Het speelt sinds tien of vijftien jaar, dus het is een betrekkelijk jong verschijnsel. Begin jaren negentig stapten advocaten zelden naar de pers. De Orde van Advocaten had het beleid geen pers te woord te staan, tenzij er nadrukkelijke toestemming was van de cliënt. Dat gebeurde alleen in uiterste gevallen.'


Advocaten werden mediapersoonlijkheden door de opkomst van commerciële televisie, stelt Sackers. 'De publieke omroep had aanvankelijk het monopolie op dit soort nieuws. Daar kwamen de commerciëlen bij, met programma's zoals die van Peter R. de Vries. Zo kwam het strafrecht de huiskamer binnen.' Grote drugs-, fraude- en moordzaken spreken bij het grote publiek tot de verbeelding, denkt de hoogleraar. 'Veel meer dan een complexe erfrechtszaak.'


Inez Weski, strafrechtadvocaat, voegt daar aan toe: 'Mensen willen andermans leed graag horen. We leven in een emotioneel tijdperk. Daar is de populariteit van het strafrecht een exponent van.'


Het voorbeeld van Richard Korver versus Anker & Anker laat zien dat advocaten verschillende afwegingen maken als het op mediastrategie aankomt. Dát de mediastrategie tegenwoordig een belangrijk onderdeel van het werk vormt, is onomstreden. 'Je bent een slechte advocaat als je er niet over nadenkt', zegt Gerben Kor, advocaat en schrijver van het boek Medialisering van recht. 'Het is belangrijk om het uitvoerig met je cliënt te bespreken, zo vroeg mogelijk', vindt ook Gerard Spong.


Advocaten van verdachten doen er verstandig aan zo weinig mogelijk in de media te komen, is de consensus onder de raadslieden. Verdachten willen überhaupt liever geen publiciteit, maar soms is daar weinig aan te doen: dan is de zaak zo groot of de verdachte zo bekend dat media zelf de zaak opzoeken.


Door in dat geval de publiciteit alsnog te mijden, hopen advocaten op strafvermindering. Veel media-aandacht kan ertoe leiden dat een rechter een lagere straf oplegt.Die plaatst daar wel een belangrijke kanttekening bij: de publiciteit mag niet zelf gezocht zijn. Voor verdachten van advocaten die avond na avond aanschuiven bij DWDD gaat het argument 'trial by media' niet op. Het wekt dus geen verbazing dat de advocaten van Robert M., nauwelijks te zien, de overweldigende media-aandacht als argument voor strafvermindering aanvoeren.


Dat rechters niet altijd gevoelig zijn voor dit strafverminderingsargument, bleek afgelopen week in de zaak tegen verslavingsdeskundige Keith Bakker. De rechter erkende dat Bakker werd overspoeld door media-aandacht, maar vond dat Bakker dat als Bekende Nederlander had kunnen weten. Spong noemt deze redenatie 'opvallend' en 'zeer aanvechtbaar'.


Zoeken advocaten wel zelf de kranten en televisieprogramma's op, dan is dat om het bezoedelde beeld van de verdachte bij te stellen. Het is een verdedigingsplicht, benadrukt Spong, omdat het OM burgers actief moet informeren over vervolgingen. 'Als het OM fors uitpakt, moet je wel tegenwicht bieden', vindt strafrechtadvocaat Cees Korvinus. Daarin staat hij niet alleen: 'Ik zoek de media op als de balans zoek is', zegt ook Jan Hein Kuijpers, die als advocaat Willem Holleeder verdedigde. 'Heel Nederland zag Holleeder als een monster, de allergevaarlijkste boef van het land. Dat beeld heb ik gekanteld door in de media te benadrukken dat hij eerder een straatschoffie is.'


Om het imago bij te stellen, brengen sommige advocaten journalisten in contact met verdachten. Inez Weski tipt journalisten weleens voor een zaak. 'Bij het lezen van het dossier voel ik: something is rotten. Vaak is de grondslag voor verdenking niet juist tot stand gekomen. Het mag niet de doofpot in, vind ik dan. Door een journalist erop te wijzen, probeer ik iets de procedure in te worstelen.'


Jan Hein Kuijpers heeft journalisten weleens geheime getuigenverklaringen laten lezen, omdat hij vond dat het OM zijn cliënt Marcel K., de vermeende boekhouder Van Holleeder, te veel in verband bracht met liquidaties. Advocaten mogen het dossier niet doorspelen aan derden, maar de cliënt mag dat wel. Spoort Kuijpers zijn cliënten dan aan? 'Misschien wel', lacht hij.


Begrijpelijk en goed in het kader van de transparantie, maar niet altijd verstandig, vindt hoogleraar Sackers. 'De rechter-commissaris beslist welke stukken advocaten krijgen. Als ik zou weten dat een advocaat in een vorig proces stukken heeft doorgespeeld, zou ik daar terughoudender in zijn.'


Het verbeteren van het imago van de verdachte is niet alleen gericht op de publieke opinie, maar ook op de rechter. Die leest immers ook kranten en kijkt naar P&W, benadrukken de advocaten. Toch denken zij dat het mediagebruik van rechters meer in het nadeel van verdachten is. 'Het OM doet vaak alsof het de belangrijkste vangst aller tijden heeft', zegt Weski. 'Daardoor wordt iemand heel groot in het publieke debat. Durf als rechter iemand dan nog maar vrij te spreken.' De kans bestaat dat rechters zich door media-aandacht laten beïnvloeden, zegt ook Van der Goot. 'Je verwacht dat ze een professionele afweging maken. Maar het zijn ook mensen van vlees en bloed.'


Cees Korvinus vindt het daarom goed dat je Richard Korver veel op televisie zag: 'Het verhaal moet verteld worden, het leed van de slachtoffers is te groot.' Gerben Kor zet er juist vraagtekens bij: 'Hoe goed is het voor ouders en kinderen dat een advocaat zich veelvuldig op de borst klopt?' Kor suggereert dat de advocaat misschien andere motieven heeft. 'Het slachtofferrecht is een niche. Dan is het handig als je een bekende naam hebt.'


De naamsbekendheid als motief voor mediaoptredens: iedere advocaat noemt het, maar niemand zegt het zelf in te zetten. Het is duidelijk een taboe, misschien afkomstig uit de tijd dat advocaten geen reclame mochten maken. Toch zien we advocaten niet alleen met uitgestreken gezicht bij P&W, maar ook in goedbekeken programma's die zeker onder het kopje 'entertainment' geschaard kunnen worden.


Er zijn grenzen, benadrukken allen. Zo werd Spong gevraagd voor DePelgrimscode en bedankte vriendelijk. Weski gaat heel soms op een uitnodiging in, als ze de presentatoren 'wel aardig' vindt, zoals laatst bij Dit was het nieuws. Ze wil dan niet over persoonlijke zaken praten en levert een voorwaardenlijst in. Daarop staat bijvoorbeeld dat ze niet wil eten in beeld. 'Je moet echt oppassen met veel tv-optredens', zegt Jan Hein Kuijpers, die onlangs wel een rolletje in de film De bende van Oss speelde. 'Je loopt het gevaar dat ze je niet meer serieus nemen. Dat is vooral schadelijk bij partijen in het proces. Je wilt niet dat een rechter denkt: daar heb je die kerel van Lingo weer.'


De zaak-Robert M

Richard Korver, de advocaat van de slachtoffers in de Amsterdamse zedenzaak, verscheen in drie maanden tijd zes keer bij alleen al DWDD en Pauw & Witteman. De advocaten van verdachte Robert M., Tjalling van der Goot en Wim Anker van advocatenkantoor Anker & Anker, lieten in dezelfde periode slechts één keer van zich horen. Toen schoof Van der Goot aan bij P&W om zijn commentaar op de laatste zittingsdag te geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden