Interview Dönermoorden

Advocaat Mehmet Daimagüler over de bittere nasmaak van de dönermoorden

‘De Duitse staat is medeschuldig aan racistische moorden’

Het institutionele racisme bij de Duitse overheid is er mede oorzaak van dat de extreem-rechse NSU in de jaren 2000 tot 2007 negen Turkse migranten heeft kunnen doden, stelt advocaat Mehmet Daimagüler.

Mehmet Daimagüler Beeld D.ROSENTHAL

Op het podium van een cultureel centrum in de Berlijnse wijk Kreuzberg staan twee banieren van Amnesty International. Daartussen spreekt een amateur-actrice de laatste regels uit van een monoloog: ‘Het enige wat ik wilde, was dat de moordenaars werden gevonden!’

Ze speelde de rol van Adile Şimşek, dochter van het eerste slachtoffer van de Nationalsozialistische Untergrund (NSU), de extreem-rechtse terreurgroep die tussen 2000 en 2007 kriskras door Duitsland negen immigranten doodschoot. Iemand van de organisatie onderbreekt het applaus om te vragen of iedereen wat wil opschuiven, zodat er nog meer mensen bij passen.

Slachtofferadvocaat

Zij komen speciaal voor de hoofdgast: Mehmet Daimagüler (50), slachtofferadvocaat in het NSU-proces. Om twee minuten over acht komt hij binnen, op een drafje. Hij zweet, ondanks de sneeuw buiten – het is begin februari.

In zijn witte polo met het standsbewuste krokodilletje staat Daimagüler even later te knipperen tegen het toneellicht. Tussen het gezelschap van alternatieve, donkergeklede twintigers lijkt de advocaat wat verdwaald. Alsof hij op weg van kantoor naar de tennisclub per ongeluk terechtkwam in dit zaaltje waar iedereen aan flesjes biologische frisdrank lurkt.

De tien mensen die tussen 2000 en 2007 door de extreem-rechtse terreurgroep Nationalsozialistische Untergrund (NSU) werden doodgeschoten: negen Turkse immigranten en een Duitse politieagent (rechts boven). Beeld AP

Mehmet Daimagüler klemt zijn handen krachtig om de zijkanten van het katheder, dankt voor de grote opkomst en steekt van wal. In het uur dat volgt loodst hij zijn publiek door zijn visie op het NSU-proces, een van de grootste en gevoeligste rechtszaken uit de naoorlogse Duitse geschiedenis, die op 6 mei haar vijfde verjaardag viert.

Institutioneel racisme 

Daimagüler vertelt, niet luid maar wel duidelijk, hoe het proces zijn blik op zijn land veranderde, hoe hij tien jaar geleden nooit had gedacht had dat hij in dit soort zaaltjes zou staan om ‘institutioneel racisme bij de Duitse overheid’ aan de kaak te stellen.

Zeuren over racisme, dat deed je niet als succesvolle zoon van Turkse gastarbeiders, vond hij toen. Nu ziet hij dat hij met die houding bijdroeg aan een ‘falend systeem.’ Bij die laatste woorden verheft hij zijn stem. Mehmet Daimagüler is een man als een snelkookpan. Hij blaast zijn stoom gecontroleerd af, maar de druk is op elk moment voelbaar.

Beate Zschäpe in de rechtbank in 2013. Beeld Getty

Megafoon van het onbehagen

‘Ik vond racisme een thema voor losers’, zegt Daimagüler ook twee maanden later in café Einstein in Berlijn, een horeca-instituut van het tijdloze soort, waar de obers even onberispelijk gekleed gaan als de advocaat. Hij drinkt latte macchiato, vertelt dat hij ooit een cursus Nederlands heeft gedaan, ‘makkelijker dan Duits’ en kijkt op zijn horloge. Anderhalf uur nog tot zijn volgende afspraak. Deze maandagmiddag was de eerste van de twee gaten die Daimagüler tussen begin maart en begin mei in zijn agenda kon vinden.

Als hij niet in de proceszaal in München moet zijn, geeft hij lezingen. Morgen spreekt hij op een paar scholen in Thüringen. ‘Scholieren, dat is altijd spannend, die kun je tot een échte discussie verleiden. En Thüringen, daar komen de NSU-moordenaars vandaan, daar wordt veel weggekeken als het om neonazis gaat.’

Strikt genomen is Mehmet Daimagüler maar één stem in het koor van 62 slachtofferadvocaten, maar hij werd in de afgelopen vijf jaar de megafoon van het onbehagen over het inhoudelijke verloop van het proces. Hij zat in elke denkbare Duitse talkshow en gaf zijn eind vorig jaar gehouden slotpleidooi uit als boek, getiteld Verontwaardiging is niet genoeg, onze staat heeft gefaald.

Politicus

De advocatuur was eigenlijk nooit zijn plan. Daimagüler wilde politicus worden. Als jonge twintiger zat hij al in het landelijke partijbestuur van de liberale FDP en assisteerde hij in het parlement de toenmalige partijleider Guido Westerwelle.

Ambitieus was Daimagüler al op de basisschool in Siegen, Noordrijn-Westfalen, waar de meester hem inwreef dat hij het dromen beter kon laten, want ‘een Turkenjongen hoort niet thuis op het gymnasium.’ Via een omweg belandde hij daar toch, geholpen door een ijverige bijlesbuurvrouw. Daarna studeerde hij in Bonn en Harvard, raakte ergens onderweg goed bevriend met Friso van Oranje. ‘Zijn lot is tragisch’, zegt Daimagüler. En dan: ‘Friso leerde mij wel mijn lievelingswoord aller tijden: mierenneuker!’

Een mierenneuker, dat was precies wat hij als jonge, veelbelovende politicus niet wilde zijn, de reden dat hij het onderwerp racisme links liet liggen ‘Guido Westerwelle zei altijd: Met gedoe over buitenlanders maak je geen carrière.’ Uiteindelijk besloot hij de politiek vaarwel te zeggen uit onvrede over de koers van zijn partij. Te conservatief, niet liberaal genoeg.

Mysterieuze moorden

Het was in 2007, de tijd dat heel Duitsland giste naar het brein achter de mysterieuze moorden, allemaal gepleegd met dezelfde Ceska 83, een semi-automatisch pistool van Tsjechische makelij. Politie en justitie gingen uit van afrekeningen in het ‘Turkse maffiamilieu’, iets met drugs. De naam van de landelijke onderzoekscommissie, ‘Bosporus’ liet ook weinig ruimte voor een andere interpretatie. De media spraken van ‘de dönermoorden.’

Hoofdverdachten Uwe Mundlos (links), Beate Zschäpe en Uwe Böhnhardt op een ongedateerde foto. Beeld Reuters

In de rechercheprotocollen van de politie in Baden-Württemberg uit die tijd duikt de volgende overpeinzing op: ‘Uit het gegeven dat in onze cultuur op moord een groot taboe rust, valt af te leiden dat we de dader op grond van zijn gedrag buiten het normen- en waardensysteem van ons land moeten zoeken.’ Over een van de slachtoffers vermeldde de politie in Hamburg: ‘Hij gedroeg zich als een normale Turkse man, gepassioneerd, zeer energiek en dominant.’ De familieleden van de slachtoffers werden als verdachten behandeld, sommigen werden geschaduwd, hun telefoongesprekken werden afgetapt.

Volgde u het nieuws over de moorden destijds eigenlijk?

‘Met mijn Turks-Duitse vrienden sprak ik regelmatig over die moorden. We speculeerden ook over een racistisch motief, over neonazi’s. Maar als politicus heb ik er nooit iets over gezegd, ook omdat ik soms bang was dat het tóch waar was van die Turkse maffia.’

In uw boek schrijft u dat u altijd dacht dat institutioneel racisme in Duitsland niet bestond. Hoe is dat mogelijk? In uw lezingen vertelt u dat u steeds weer racistisch werd bejegend, niet alleen door die basisschoolleraar, ook door instanties. Zoals de keer dat er bij uw buurvrouw was ingebroken en u gehoord werd als getuige, maar door de politie uiteindelijk als verdachte werd aangemerkt omdat er in de buurt ‘Turkse inbrekersbendes’ actief zouden zijn.

‘Ik dacht na elke keer dat het toeval was, een incident. Ik wilde niet dat het waar was. Ik wilde vertrouwen hebben in Duitsland, in de rechtsstaat. Dat was ook een van de redenen dat ik me in mijn werk als strafpleiter de eerste jaren verre hield van het thema. Wat ik privé meemaak, daarmee wil ik professioneel niet ook nog te maken hebben, dacht ik. Nu zie ik in dat deze houding verkeerd was.’

De politie loste de NSU-moorden nooit op. Het zou duren tot november 2011 voor de NSU zichzelf bekendmaakte met een dvd, verstuurd aan grote Duitse media. In een lugubere compilatie van tekenfilmpjes van de Pink Panther en beelden van de slachtoffers vlak voor of vlak na hun dood, legt de NSU uit hoe het zit.

Nazifantasieën

De terreurgroep bestond voor zover bekend uit slechts drie personen, twee mannen en een vrouw. De mannen, Uwe Böhnhardt en Uwe Mundlos, beroofden zich in november 2011 van het leven. De vrouw, Beate Zschäpe (43), stak daarop het huis in brand waarin zij drieën onder valse namen hadden gewoond, verstuurde de dvd’s en gaf zichzelf kort daarna aan bij de politie.

Böhnhardt (1977) en Mundlos (1973) waren al actief in de skinheadscene in de DDR. Zschäpe leerde hen begin jaren negentig kennen in een jeugdhonk, waar jonge Oost-Duitsers hun nazifantasieën uitleefden onder toeziend oog van sociaal werkers, zoals te zien is in de Duitse tv-film Mitten in Deutschland: NSU, in Nederland op Netflix te bekijken. Eerst werd ze verliefd op Mundlos. Later had ze een relatie met Böhnhardt. Het trio werd al sinds 1998 gezocht door de politie vanwege criminele activiteiten.

Het OM klaagde Beate Zschäpe aan voor medeplichtigheid aan tien moorden, negen op migranten en één op een vrouwelijke politieagent, twee bomaanslagen, in Keulen en in Hamburg, veertien bankovervallen en brandstichting. Ook vier vermeende helpers van de NSU, mannen uit de Oost-Duitse neonazi-scene, staan terecht.

Een paar maanden nadat de NSU zichzelf bekend heeft gemaakt, krijgt Daimagüler een telefoontje van de dochter van een van de slachtoffers. Haar vader, kleermaker Abdurrahim Özüdoğru uit Nürnberg, was op 13 juni 2001 doodgeschoten in zijn zaak. Zijn dochter vroeg Daimagüler of hij de familie wilde vertegenwoordigen in het NSU proces. Hij twijfelde. ‘Ik wist niet of ik zo’n grote maatschappelijke verantwoordelijkheid wel wilde nemen.’

Na een paar dagen denken besloot hij dat hij er zich niet aan wilde onttrekken. Inmiddels is hij ook advocaat van de dochter van İsmail Yaşar die vier jaar later, op 5 juni 2005, in dezelfde stad werd neergeschoten in zijn snackbar.

Een van de mannen die ervan worden verdacht de NSU te hebben geholpen. Beeld Getty

Tijdens de tot nu toe 418 procesdagen heeft Beate Zschäpe zich nooit tot de nabestaanden gericht, hen zelfs nooit aangekeken. Sowieso sprak Zschäpe de afgelopen vijf jaar slechts één keer zelf. Ze vertelde toen dat ze afstand had genomen van het ‘nationalistische gedachtengoed’. Van alle beschuldigingen heeft ze alleen brandstichting bekend. Van de moorden hoorde ze pas achteraf, beweren haar vijf advocaten.

Wat is de eerste gedachte die u te binnen schiet als u aan de volgende procesdagen in München denkt?

‘Fuck. Ik wil niet meer.’

Het einde van het proces komt in zicht, tussen eind mei en het najaar spreekt de rechter zijn vonnis uit, is de verwachting. De eis tegen Beate Zschäpe is levenslang en gezien de grote hoeveelheid bewijsmateriaal lijkt het aannemelijk dat ze wordt veroordeeld. Waarom bent u zo ontevreden?

‘Elke procesdag die nog komt is er een te veel. Ik kan die vrouw niet meer zien. Ik kan die sfeer niet meer verdragen. Weet u, als dit proces nog tot inzichten zou leiden, als er nieuwe feiten boven tafel zouden komen, dan had het wat mij betreft nog wel drie jaar mogen duren!

‘Maar de afgelopen twee jaar zijn we geen centimeter opgeschoten, de verdediging heeft alleen maar vertragingstrucs uitgehaald. We weten dat de belangrijkste vragen onbeantwoord zullen blijven omdat Zschäpe niet praat én omdat het OM het niet wil hebben over de vraag of de staat medeschuldig is. Waarom zitten we daar dan nog?’

Blunders

Het gaat hem niet in de eerste plaats om de bestraffing van Beate Zschäpe. Daimagüler wil vooral dat de overheid haar schuld erkent. Dat politie en justitie bij het oplossen van de seriemoorden grote blunders hebben begaan, wordt door bijna niemand betwist. Zo zijn er voor aanvang van het proces in verschillende deelstaten honderden dossiers over de NSU vernietigd, vermoedelijk omdat daar informatie in stond over betaalde informanten in de extreem-rechtse scene.

Een van die informanten was zelfs ter plaatse bij een moord die de NSU pleegde. In plaats van zich bij de politie te melden als getuige, dook hij jarenlang onder. En hoe konden Böhnhardt, Mundlos en Zschäpe eigenlijk zelf zo lang onderduiken – hield de geheime dienst in Thüringen hun de hand boven het hoofd? Het is niet bewezen.

Daimagüler en andere slachtofferadvocaten hadden daarom graag gezien dat het proces zich zou richten op het beantwoorden van de vraag of er binnen Duitse overheidsinstanties sprake is van institutioneel racisme, en misschien zelfs van sympathie voor neonazi’s. Het OM, de hoofdaanklager, wil dat niet en verwijt hun de zaak te veel in het politieke te willen trekken.

Is de belangrijkste opgave van het NSU-proces niet het nagaan van de schuld van de aangeklaagden, zoals dat de afgelopen vijf jaar is geprobeerd?

‘Nee. Het bestaansrecht van het strafrecht is het herstellen van de ‘rechtsvrede’ en het oordeel is in feite niets meer dan een middel om dat doel te bereiken. Deze gedachtengang voert terug naar de politiek-filosofische theorieën van Thomas Hobbes en John Locke, naar de basis van ons maatschappelijk verdrag. Als de staat heeft gefaald in het beschermen van haar burgers moet de reden van dat falen in een proces worden achterhaald. Daar moet de staat zelf aan meewerken.’

Op welke vragen hadden uw cliënten gehoopt antwoord te krijgen?

‘De allerbelangrijkste vraag voor de nabestaanden was: waarom, van alle immigranten, juist mijn echtgenoot, vader of broer? Hoe koos de NSU zijn slachtoffers uit? Hoe groot was het netwerk van de NSU, wie tipte hen? Mijn cliënten vragen zich nog steeds af of die ene buurman die ze altijd zo vriendelijk groeten misschien heimelijk het doodvonnis van hun familielid heeft getekend. Ik ben er zeker van dat Zschäpe het antwoord op die vragen kent.

‘De tweede belangrijke vraag is waarom de staat mijn cliënten behandelde als verdachten en uithoorde over vermeende drugsdeals waarin hun vermoorde familielid verwikkeld zou zijn geweest, in plaats van hen bij te staan en te beschermen.’

U heeft zich in de rechtszaal vaak kwaad gemaakt. Op welk moment in de afgelopen vijf jaar was uw woede het grootst?

‘Tijdens de verklaringen van getuigen uit het Oost-Duitse rechtse milieu. Ik was de doldrieste leugens van die mensen zo zat. Vroeg de rechter zo’n buurman naar z’n politieke voorkeur, antwoordde die man ‘heel normaal’. Hij sprak met Mundlos en Böhnhardt nooit over politiek, zei hij. Om dan later terloops te laten vallen dat het ‘onder Hitler nog niet zo slecht was’.

Een andere medeverdachte. Beeld EPA

‘Ze zaten met die buren vaak in de ‘partykelder’ onder hun huis. ‘Bij ons in het Oosten zitten buren nog gezellig bij elkaar’, zegt zo’n buurman met zo’n bokkig gezicht. Van die partykelder zijn foto’s, foto’s waarop duidelijk een portret van Hitler te zien is. Vraagt een collega-advocaat: ‘Wat deed dat portret daar?’ Zegt die buurman: ‘Dat is toch niet verboden.’ Vraag ik: ‘Verboden of niet, het ging toch nooit over politiek?’ Zegt hij dat Hitler daar hing als nagedachtenis aan een andere buurman, die dood was. Vraag ik: ‘Waarom hangt u dan Hitler op en geen foto van die buurman zelf?’ ‘Gaat u niets aan’, zegt hij. En zo ging het dagen, weken.

‘Een van de medeaangeklaagden, André Eminger, heeft zijn overhemd altijd zo ver opengeknoopt dat de bovenkant van zijn tatoeage zichtbaar is. ‘Die Jew Die’, staat er op zijn borst. Sterf Jood Sterf. Ik maak me steeds kwaad over dat Engels. Waarom Engels? Hij is toch een verdomde nazi?’

Het NSU-proces legt volgens Daimagüler ook op pijnlijke wijze de nog steeds bestaande verschillen tussen Oost-en West-Duitsland bloot. ‘Daar zitten vijf Oost-Duitse aangeklaagden tegenover minstens twintig advocaten met Turks-Duitse wortels, veel scherper krijg je het plaatje niet.’

Dat de voedingsbodem voor extreem-rechts gedachtengoed in het oosten van het land vruchtbaarder is, bewijzen stapels rapporten van de binnenlandse veiligheidsdienst. De oorzaken daarvoor zijn diffuus en tot bepaalde hoogte ondoorgrondelijk.

Daimagüler vindt dat de West-Duitse politiek een deel van de schuld draagt. ‘Bondskanselier Kohl heeft na de Duitse eenwording niet gezegd: dit zijn onze gastarbeiders uit Turkije, zij horen ook bij Duitsland. In plaats daarvan werd in de vroege jaren negentig veel gesproken over het ‘Turkenprobleem’. En op dat moment, het moment dat jonge Oost-Duitsers alle maatschappelijke oriëntatie waren verloren, moeten sommigen hebben bedacht dat ze het op één gebied toch beter deden dan het westen. Ze hadden minder buitenlanders.’

In de meeste Europese landen schrikken overheden de afgelopen jaren van de groei van het aantal racistische en antisemitische incidenten. Heeft u het idee dat dit onderwerp bij de Duitse overheid en politiek nog zwaarder op de maag ligt dan anders, vanwege het verleden?

‘De meeste Duitsers zijn natuurlijk tegen racisme, seksisme, antisemitisme – tenminste, zolang de discussie abstract is. Zodra er een concreet voorbeeld is, beginnen mensen te sussen dat het niet zo bedoeld was, een foutje was. Dat mechanisme zie ik hier in Duitsland bijzonder sterk en dat heeft, vermoed ik, met het verleden te maken.

Het West-Duitse narratief is immers: wij hebben schuld bekend, met onze Vergangenheitsbewältigung, we hebben van het verleden geleerd, zullen nooit meer dezelfde fout maken. Het Oost-Duitse narratief was: wij zijn een antifascistische staat. Conclusie in beide gevallen: bij ons worden, in elk geval op institutioneel niveau, geen mensenrechten geschonden. Als dat dan toch zo blijkt te zijn, is het een inbreuk op het Duitse zelfbegrip.

De Duitse staat heeft dan wel geen schuldbekentenis afgelegd, maar het proces heeft veel losgemaakt. Kijk alleen naar de recente bioscoopfilm van Fatih Akin over de NSU, Aus dem Nichts, geschreven vanuit het perspectief van een fictieve nabestaande, en genoemd als kanshebber voor een Oscar voor de beste niet-Engelstalige film.

‘De grote resonantie van het proces in de maatschappij vind ik hoopvol, ja. Er wordt veel over gediscussieerd, niet alleen onder journalisten, ook op universiteiten, ik spreek vaak op scholen, er zijn studievakken over de NSU, proefschriften, hele bibliotheekafdelingen. Dat is hoopvol, dat sterkt mijn geloof in mijn land, in de rechtsstaat. In mijn hoofd bereid ik alvast een vervolgproces voor.’

Na dit NSU-proces, wil Mehmet Daimagüler nog een NSU-proces, waarbij niet Beate Zschäpe, maar de Duitse staat in de beklaagdenbank zit. Vanwege de gemaakte blunders, maar vooral om uit te zoeken in hoeverre overheden informanten uit de neonazi-scene een hand boven het hoofd hebben gehouden, en waarom politie en justitie zo lang uitgingen van buitenlandse daders. Om na te gaan in hoeverre daarbij vooroordelen en racisme een rol hebben gespeeld. 

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de film Aus dem Nichts was genomineerd voor een Oscar voor beste buitenlandse film. Dat klopt niet. Hij stond op de groslijst voor beste niet-Engelstalige film. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.