InterviewKhalid Kasem

Advocaat Khalid Kasem werd beschuldigd van lekken naar handlangers van Ridouan T. Nu doet hij zijn verhaal

Khalid Kasem raakte in opspraak door beschuldigingen dat hij vertrouwelijke informatie uit strafdossiers heeft gelekt aan handlangers van Ridouan Taghi. ‘Ik zat alleen op mijn kantoor toen ik het las. De grond werd onder mijn voeten weggeslagen.’ Beeld Linelle Deunk
Khalid Kasem raakte in opspraak door beschuldigingen dat hij vertrouwelijke informatie uit strafdossiers heeft gelekt aan handlangers van Ridouan Taghi. ‘Ik zat alleen op mijn kantoor toen ik het las. De grond werd onder mijn voeten weggeslagen.’Beeld Linelle Deunk

De advocaat Khalid Kasem werd ervan verdacht informatie te hebben gelekt naar de organisatie van Ridouan T. Nu daarvoor geen bewijs is gevonden doet hij voor het eerst zijn verhaal. Het droevigst van de affaire vindt hij nog wel dat plotseling openlijk duidelijk werd hoeveel wantrouwen zijn afkomst oproept.

Het is zaterdag 30 mei, 9.07 uur, als Khalid Kasem het te kwaad krijgt aan de ontbijttafel. Hij is jarig, 42 jaar, en zijn drie kinderen hebben een verjaardagsontbijt gemaakt. Croissantjes, cadeautjes en een glas waterige jus d’orange. Door hen zelf geperst. ‘Omdat het wat weinig sap was, hadden ze er een scheut water bijgedaan.’

Eigenlijk zou deze verjaardag het begin van een prachtweek moeten worden – het begin van een nieuwe stap in zijn toch al opmerkelijke loopbaan. Eigenlijk zou hij komende week een contract tekenen bij BNNVara. Eigenlijk zou de advocaat het nieuwe programma De Vooravond gaan presenteren, de opvolger van De Wereld Draait Door. Eigenlijk zou hij een week later, op zaterdag 6 juni, zijn debuut maken als columnist in de Amsterdamse krant Het Parool. Hij heeft zijn eerste column al af, over hoe expats zijn woonwijk overnemen.

Maar Kasem realiseert zich dat zijn leven anders zal lopen, en dat door ‘al deze ongekend mooie kansen’ ongenadig een streep zal worden gezet. Want één dag voor zijn verjaardag publiceert het Algemeen Dagblad een artikel met de kop: ‘Politie en OM: Khalid Kasem lekte informatie naar de organisatie van Ridouan T.’ Volgens de krant zijn politie en justitie ervan overtuigd dat de raadsman geheime informatie doorgaf aan deze vermeende criminele organisatie. Een doodzonde voor een advocaat. De krant verwijst bovendien naar een ontsleuteld PGP-bericht dat in 2015 naar de cryptotelefoon van crimineel kopstuk Ridouan T. zou zijn verstuurd, en dat belastend zou zijn voor Kasem.

‘Ik zat alleen op mijn kantoor toen ik het vrijdag las. De grond werd onder mijn voeten weggeslagen. Mijn telefoon explodeerde, maar ik nam niemand meer op. Ik kom van ver. Alles wat ik had opgebouwd in al die jaren was in één keer weg – dat gevoel had ik. Ik heb voor me uit zitten staren. Gewoon verslagen.’

De volgende ochtend, tijdens het verjaardagsontbijt met zijn gezin, probeert hij dat gevoel te onderdrukken. Maar als Kasem zijn telefoon ziet oplichten, schieten de tranen in zijn ogen. Het is een berichtje van Peter R. de Vries.

‘Er komen snel weer betere tijden’, schrijft de voormalig directeur van het advocatenkantoor dat Kasem samen met De Vries’ zoon Royce runt. ‘We zullen je steunen, helpen en supporten. Ik vind het ongelooflijk rot en onrechtvaardig voor je. Stay strong, Khalid, fight back.’

‘Mijn zoon vroeg: Waarom huil je papa? Ik antwoordde snel: Omdat ik zo gelukkig met jullie ben.’

Nu, maanden later, vertelt raadsman Khalid Kasem kalm en bedachtzaam over het weekend waarin hij dacht: ik ben alles kwijtgeraakt. Voor het eerst doet hij zijn verhaal. De raadsman zit in zijn kantoor met uitzicht op de Arena. Het is een zakelijk ingerichte ruimte met weinig persoonlijke spullen – alleen een schilderij van voetballer Abdelhak Nouri hangt aan de muur. Dat kreeg hij van de familie Nouri. Kasem – die behalve advocaat ook schrijver en mental coach van topsporters is – staat hen als vertrouwenspersoon bij nadat de jonge voetballer in 2017 getroffen werd door hartfalen en hersenschade opliep.

‘Mijn voornemen is altijd geweest om mijn verhaal pas te doen als de deken zijn onderzoek had afgerond. Dat is het meest zorgvuldig, hij moest de ruimte krijgen om zijn werk goed te doen.’ Deze week liet de Amsterdamse deken – de toezichthouder op de advocatuur – weten dat het onderzoek naar de advocaat na acht maanden klaar is. Conclusie: er is geen bewijs waaruit blijkt dat Kasem informatie lekte naar de organisatie van Ridouan T.. Behalve het omstreden PGP-bericht is er niets dat daarop duidt. Daarmee is de zaak gesloten.

Wat vindt u van deze conclusie?

‘Ik weet dat ik niks onoorbaars heb gedaan. Maar het is wel een opluchting dat de deken het ook zo ziet. En tegelijkertijd voel ik ook veel frustratie: ik ben ten onrechte als een soort spion van Ridouan T. neergezet.’

Bent u niet bang dat het omstreden PGP-bericht dat wél naar u wijst, toch aan u blijft kleven?

‘Misschien, maar ik hoop dat mensen zullen denken: als de deken hem na lang en uitgebreid onderzoek heeft vrijgepleit, dan moeten we ervan uitgaan dat hij het niet heeft gedaan. Zo werkt ons rechtssysteem. Of mensen dat dan ook doen, weet ik niet.

‘Je kunt me naïef vinden, maar ik heb de stellige overtuiging dat het nu voorbij is en dat er niks meer is dat aan mij kleeft.’

Het bewuste PGP-bericht dook voor het eerst op in de media op 28 mei – al werd de naam van Kasem toen nog niet genoemd. Die dag schreef NRC dat de vermeende criminele organisatie van Ridouan T. in paniek raakte op 15 juli 2015 nadat die ochtend acht verdachten waren gearresteerd in het recherche-onderzoek 26Koper. Ze werden onder meer verdacht van het helen van gestolen auto’s en het voorbereiden van liquidaties. Kort na de aanhoudingen trof de recherche een gigantisch wapenarsenaal aan – het grootste dat ooit in Nederland is gevonden.

Inmiddels wordt de 26Koper-groep beschouwd als een van de moordcommando’s van Ridouan T., maar destijds had justitie hem nog niet in het vizier als cocaïnemiljonair en opdrachtgever van liquidaties. Ridouan T., die op dat moment in het buitenland verbleef, was bovendien zelf geen verdachte in het 26Koper-onderzoek. Toch blijkt uit de berichten die aan hem worden toegeschreven dat hij in de stress schiet na de arrestaties van zijn vermeende uitvoerders.

Al meteen op 15 juli 2015 stuurt T. het ene na het andere bericht op zijn cryptotelefoon naar bendeleden, aldus justitie. T. wil precies weten welke belastende informatie de politie heeft gevonden, en waar zijn uitvoerders van worden verdacht. In die tijd kan de recherche de versleutelde berichten nog niet kraken, en wanen de criminelen zich met hun Pretty Good Privacy-toestellen onbespied. Zo vraagt T. diezelfde avond om 20.17 uur aan een handlanger: ‘Weet advo al van wat ze verdacht worden, sir?’ Om anderhalf uur later nog eens te vragen: ‘Sir advo’s moeten nu toch weten wat de aanklacht is.’

Twee dagen later, op 17 juli 2015 om 16.03 uur, krijgt T. antwoord. In een bericht, dat door het OM wordt toegeschreven aan Zakaria el H., staat onder meer: ‘Salaam alikom sir. Ik heb net die man gesproken die devil helpt. Het broertje van Mussa. Hij zei tegen mij dat ze in maart zijn begonnen met dit onderzoek en het komt door die gestolen auto’s. Die jongens werden in de gaten gehouden.’

Oftewel: de afzender van dit bericht heeft iemand gesproken die hem voorzien heeft van gedetailleerde informatie uit het strafdossier 26Koper, waarin ‘Devil’ – volgens justitie de bijnaam van Werner E. – een van de verdachten is. Dat is saillant: die informatie had in het belang van het nog lopende rechercheonderzoek geheim moeten blijven. Om die reden zaten alle verdachten in het 26Koper-onderzoek in beperkingen. Dit betekent dat ze alleen contact mogen hebben met hun advocaat en niet met de buitenwereld. De raadslieden mogen in deze fase van het onderzoek ook met niemand communiceren over de zaak.

Wat dacht u toen u het eerste bericht in NRC zag?

‘Ik vond het gek en besefte: je zou wel eens kunnen denken dat ik dat ben. Ik ben de advocaat van Werner E. geweest, en mijn broer heet Musa – met één ‘s’ overigens.

‘Ik had het PGP-bericht zelf nog nooit gezien, niemand had me er ooit mee geconfronteerd. Daarom heb ik diezelfde avond een mailtje naar de deken gestuurd met de vraag of ik met spoed bij hem kon langskomen. Vrijdagochtend antwoordde de deken dat het aan het begin van de middag kon. Ik heb hem gezegd dat het bericht mij bevreemdde en verbaasde, en dat ik graag wilde dat dit zou worden uitgezocht voordat het een eigen leven zou gaan leiden. De deken antwoordde dat hij het nog even wilde aanzien.’

Terwijl Kasem dit gesprek voert, wordt zijn angst al realiteit. Na het gesprek met de deken ziet hij een bericht van twee AD-journalisten. Ze willen hem dringend spreken en vragen hem voor 15.30 uur hun vragen te beantwoorden. Want, stellen ze: ‘Wij gaan vanmiddag een artikel publiceren waarin wij op basis van politie- en justitiebronnen alsmede chatberichten uit het Marengo-dossier stellen dat jij in 2015 de beperkingen hebt geschonden en informatie uit 26Koper hebt gelekt.’

Wat deed u toen?

‘Hoe bewijs je in twee uur dat je vijf jaar geleden iets niet hebt gedaan? Hoe bewijs je überhaupt iets dat niet is gebeurd? Ik probeerde te achterhalen hoe het destijds precies is gegaan. Hoe lang ik Werner E. heb bijgestaan. En wanneer ik welke informatie kreeg.

‘Ik heb de journalisten om 15.15 uur geantwoord dat ik expliciet ontken dat ik hier iets mee te maken heb, dat het voor mij ook een raadsel is waar dit bericht vandaan komt en dat het uiten van lichtvaardige beschuldigingen enorme schade met zich mee zal brengen. Aan het eind van de middag publiceerden zij toch hun verhaal. Daarin werd ook gesteld dat het Openbaar Ministerie de Amsterdamse deken had geïnformeerd over deze vermeende misstanden. Dat klopte ook al niet, de deken was helemaal niet geïnformeerd door het OM.’

Hoe verklaart u het PGP-bericht uit 2015?

‘Ik kan het niet verklaren. Ik weet niet waarom iemand zoiets opschrijft.

‘Ik kan alleen maar speculeren. En dat doe ik liever niet: ik ben zelf in een lastig parket gekomen doordat mensen speculeerden.’

Vaststaat dat de gelekte informatie klopte en dat deze alleen afkomstig kan zijn van iemand die het dossier kende. Ook de deken is ervan overtuigd dat een advocaat het lek moet zijn geweest. Het ging op 17 juli 2015 nog om een klein groepje raadslieden.

‘Nuance is wel op zijn plaats. De informatie was niet alleen bekend bij advocaten. De kring die in die fase beschikking had over de informatie, was groter. Denk daarbij aan politie, justitie of de rechtspraak – hierover kan ik ook van alles speculeren, maar dat doe ik liever niet.’

Kent u Zakaria el H., degene die het bericht zou hebben geschreven?

‘Ik ken hem uit mijn jeugd, net zoals ik de verdachte Werner E. ook kende van vroeger. Werner E. zat op dezelfde voetbalclub, maar niet in hetzelfde team. Ik kende hem bovendien van het buiten voetballen en rondhangen, net als Zakaria.

‘Vroeger – toen we tieners waren – hingen we allemaal rond bij het troosteloze Cityplaza in Nieuwegein. Nieuwegein is niet zo’n grote stad. Dus dan ken je elkaar wel, maar ook weer niet heel goed. We hebben bovendien al jaren geen contact meer gehad. Ik ben in 2003 uit Nieuwegein vertrokken.

‘Dat is ook een van de dingen die me verbaast aan het PGP-bericht. Zakaria kent mij bij mijn voornaam, net als Ridouan T. Als dat bericht van hem afkomstig is, waarom schrijft hij dan niet gewoon: ik heb Khalid gesproken? Waarom gebruik je dan een cryptische omschrijving zoals ‘het broertje van Mussa’? Ook dat maakt het bericht vreemd en lastig te begrijpen.’

Hoe kent u Ridouan T.?

‘We waren klasgenoten op de lagere school. Ik kan je vertellen hoe goed ’ie kon knikkeren of voetballen. Maar verder eigenlijk niet. We gingen destijds goed met elkaar om. We waren kinderen, maar hij is verhuisd toen hij een jaar of 10, 11 was. Daarna hebben we weinig tot geen contact meer gehad.

‘Hier heb ik nooit een geheim van gemaakt, bij BNNVara had ik dit al voor de AD-publicatie gemeld. Sterker nog, ik heb het zelfs in het verleden aan een van de AD-journalisten verteld.

‘Als ik me goed herinner ben ik Ridouan T. later, in 2005 of 2006, op straat nog weleens tegengekomen, en hebben we even gekletst. Maar verder weet ik niks van hem. Hij is inmiddels in de beeldvorming larger than life geworden, een figuur van onmenselijke proporties bijna.’

Hoe lang heeft u Werner ‘Devil’ E. bijgestaan?

‘Eén dag. Ik had op woensdag 15 juli 2015 piket – dat betekent dat je als advocaat gebeld kunt worden om verdachten bij te staan die die dag zijn aangehouden. Ik werd gebeld voor twee zaken. Er was de melding van iemand die verdacht werd van brandstichting, een plofkraak en het voorbereiden van een moord. Die had ik ’s ochtends al bezocht.

‘En in de middag kreeg ik een piketmelding van Werner E.. Zijn zaak ging over wapens. Later bleek dat beide cliënten verdachten waren in 26Koper, maar dat linkte ik op die 15de juli nog niet aan elkaar.

‘De volgende dag kreeg ik het voorgeleidingsdossier – net als de zes, zeven advocaten van de andere verdachten. Dat was op een donderdag aan het eind van de middag. Toen ontdekte ik dat ik twee cliënten in dezelfde zaak had. Nog geen kwartier later kreeg ik een telefoontje van raadsman Leon van Kleef. Hij zei: ik heb het verzoek gekregen om de zaak van Werner E. over te nemen. Ik antwoordde: daar heb ik geen bezwaar tegen. Het bevrijdde mij van een lastig dilemma. Ik hoefde nu niet meer na te denken of ik beide verdachten in hetzelfde onderzoek kon bijstaan, of er geen tegenstrijdige belangen waren.’

Na het telefoontje van Van Kleef draagt Kasem de zaak van Werner E. meteen over, dit laat hij de rechtbank ook direct weten. ‘Dus op het moment dat aangenomen wordt dat Zakaria el H. het bericht over ‘de man die Devil helpt’ aan Ridouan T. stuurde, was ik al niet meer de advocaat van Werner E.’

Bovendien vindt hij nog iets vreemd. In het Marengo-dossier stelt het OM dat de criminele organisatie veel moeite doet om aan informatie over het rechercheonderzoek te komen. Volgens het OM zorgde Ridouan T. in 2015 vanuit het buitenland dat de 26Koper-verdachten ‘topadvo’s’ krijgen. ‘Het narratief van het OM is dat er advocaten moesten komen die wél informatie wilden verstrekken. Stel nou dat ik een waardevol lek zou zijn geweest, waarom werd mij dan gevraagd de zaak van Werner E. over te dragen?’

Denkt u dat uw opvolger het lek is?

‘Ik heb geen enkele reden om dat te veronderstellen.’

U heeft een broer die Musa heet. Volgens het proces-verbaal van de Landelijke Eenheid heeft hij een strafblad en zou hij een bijnaam hebben gehad: Bad Boy. Dat is opvallend, want Marengo-verdachten Ridouan T. en Mario R. waren in hun jonge jaren volgens de politie lid van de Bad Boys-groepering uit Nieuwegein.

‘Ik heb met verbazing de stukken gelezen over de Bad Boys. Ik ben opgegroeid in Nieuwegein en ik kende geen criminele jeugdgroepen destijds. Ik kende wel criminelen, en jongens die foute dingen deden.

‘En dat Musa een bijnaam zou hebben, had ik nog nooit eerder gehoord. Ik heb het idee dat het verhaal over de Bad Boys-bende een eigen leven is gaan leiden. Er waren jongens die een scheve schaats reden, maar de term criminele jeugdgroep vind ik echt zwaar overtrokken.’

Wat is Musa voor iemand?

‘Musa is anderhalf jaar ouder dan ik, we hingen in de jaren negentig vaak samen op straat rond. We hebben nog altijd een hechte band. Hij heeft zijn jeugdzondes achter zich gelaten, en werkt in het onderwijs.

‘En ja, hij is in zijn jeugd, net als ik en veel anderen, met politie in aanraking gekomen. Denk aan vechtpartijen.’

Is aan Zakaria el H., de veronderstelde afzender van het bericht, gevraagd waarom hij het destijds zo formuleerde?

‘De deken heeft beperkt inzicht gegeven in wat hij wel en niet heeft onderzocht, ook niet of hij Zakaria el H. heeft gesproken. Zijn geheimhouding staat dat in de weg. Hij heeft alleen laten weten dat hij betrokkenen heeft gesproken, stukken heeft bestudeerd en dat hij het OM heeft gevraagd zaken na te gaan.’

Wat heeft u gedaan om uw onschuld te bewijzen?

‘Ik heb de tijdlijn helder proberen te krijgen. Ik heb onder andere mijn telefoongegevens opgevraagd, maar die blijken niet zo lang te worden bewaard. Je probeert zoveel mogelijk houvast te vinden om jezelf vrij te pleiten.

‘Gelukkig werkt het systeem andersom: het OM moet zeggen op basis waarvan justitie die overtuiging heeft, en die overtuiging heb ik nog niet gehoord.’

Khalid Kasem:  ‘De aanklagers baseren zich alleen op dat ene PGP-bericht. En dat komt uit een proces-verbaal van 67 pagina’s, met daarin 450 berichten.’ Beeld Linelle Deunk
Khalid Kasem: ‘De aanklagers baseren zich alleen op dat ene PGP-bericht. En dat komt uit een proces-verbaal van 67 pagina’s, met daarin 450 berichten.’Beeld Linelle Deunk

Eind mei staat Kasem in de rechtszaal tegenover het AD. Want, stelt de advocaat, ‘het is onrechtmatig wat de krant op basis van anonieme bronnen heeft geschreven’. Hij eist een rectificatie. ‘Mijn advocaat heeft bij het OM navraag gedaan of justitie inderdaad die overtuiging heeft. Want als dat zo is, start je een strafrechtelijk onderzoek of dien je op zijn minst een klacht in bij de deken. Er loopt geen strafrechtelijk onderzoek tegen mij. En de recherche-officier heeft per mail, maar ook telefonisch kenbaar gemaakt dat er geen klacht tegen mij is ingediend.’

Dat lijkt echter haaks te staan op wat de aanklagers op de zitting van 11 augustus 2020 in het Marengo-proces stelden. Toen zeiden ze – zonder enig voorbehoud – dat uit het PGP-bericht blijkt dat Zakaria el H. in 2015 ‘langs mr. Kasem is gegaan en daar gehoord heeft hoe het onderzoek 26Koper is gestart, wat de aanleiding van het onderzoek is geweest en hoe de politie bij de boxen is gekomen’.

Op zitting was het OM wel stellig over uw rol als lekkende advocaat. Hoe kan dat?

‘De aanklagers baseren zich alleen op dat ene PGP-bericht. En dat komt uit een proces-verbaal van 67 pagina’s, met daarin 450 berichten. Van een van die 450 berichten zou je kunnen denken dat het over mij gaat, maar voor de rest komt mijn naam nergens in voor. De deken noemt dat zelfs een contra-indicatie voor de aanwijzing dat ik zou hebben gelekt.

‘Deze tekst van de aanklagers is dus niet gebaseerd op gedegen onderzoek en staat bol van aannames.

‘Na deze zitting heeft de recherche-officier mij opnieuw laten weten dat het OM geen klacht heeft ingediend, en ook uit het onderzoek van de deken is gekomen dat uit niets blijkt dat er contact is geweest tussen mij en Zakaria el H.

‘Later die dag heeft de persofficier op tv de uitlatingen bovendien afgezwakt en gezegd dat het OM vraagtekens heeft bij de rollen van sommige advocaten. Deze vraagtekens zijn voorgelegd aan de deken. Meer dan dat is het niet.’

Voor het eerst in het gesprek hapert de stem van Kasem. ‘Dit raakt me echt. Ik heb in mijn leven best wat tegenslagen moeten overwinnen. Maar dit is echt de buitencategorie. Het is ongelooflijk dat zulke vergaande conclusies worden getrokken.’

Kasem heeft het gevoel dat hij het slachtoffer is van ‘een soort guilt by association’, dat de puzzelstukjes als gevolg van zijn achtergrond ‘wel erg makkelijk worden ingevuld’.

En dat stemt hem misschien nog wel het droevigst in deze hele affaire. ‘Toen ik het goed deed, werd ik geprezen, maar er hoeft maar één suggestie te zijn dat er iets aan de hand is en je wordt aangevallen op je afkomst of je geloof. Op sociale media werden opmerkingen gemaakt als ‘Daarom moet je Marokkanen nooit zo’n positie geven’ en ‘dat is de reden waarom het verkeerd gaat met dit land’. De vermeende misstap heeft dan niks meer met jezelf te maken, maar wordt gezien als een logisch gevolg van waar je vandaan komt.’

Deze week nog zei Oscar Hammerstein, de voormalig anoniem advocaat van de kroongetuige in het Marengo-proces, in Op1 dat ‘van Kasem algemeen wordt aangenomen dat hij informatie verschaft aan Ridouan T.’ U werd neergezet als het hulpje van Ridouan T.

‘Wat hij zegt is vals en dwaas. Er zit hem kennelijk iets dwars waardoor hij venijnig uithaalt. (De verdediging van de kroongetuige is overgenomen door Kasems voormalig kantoorgenoot Peter R. de Vries, red.) Er loopt al een procedure over deze laster. Deze oprisping wordt daar aan toegevoegd.

‘Wat hij zegt is een leugen. Ik heb geen idee wat hem bezielt om zulke laster te verspreiden. Maar feit is dat zijn advocatenleven bol staat van de klachten, controverses en conflicten. Vorige week werd bekend dat hij met pensioen gaat, dat lijkt me een verstandige beslissing.’

De bedachtzame Khalid Kasem is het kind van een Marokkaanse gastarbeider. Zijn vader is in de jaren zestig naar Nederland gekomen, en belandt na enkele omzwervingen bij de Persil-fabriek in Nieuwegein. Hier zal hij tot zijn pensionering in ploegendiensten blijven werken. Na enkele jaren haalt vader Kasem zijn gezin naar Nederland. Khalid is de jongste en beschrijft zijn jeugd als fijn. Tot 1987. Dan overlijdt zijn moeder, Khalid is pas 9, en komt hij in een ‘vacuüm’ terecht. Zijn oudere broers en zussen hebben hun eigen leven, en zijn vader is veel aan het werk.

Haalt Kasem op de basisschool nog goede cijfers, daarna glijdt hij snel af. Op zijn 15de wordt hij van school gestuurd nadat hij via de regenpijp uit het straflokaal is ontsnapt. ‘Ik had maximale vrijheid en hing veel rond op straat. Daar kom je andere jongeren tegen die ook die vrijheid hebben, die ook niemand hebben die tegen hen zegt: om zeven uur moet je thuis zijn.’

Wat deed u op straat?

‘Voetballen.’

Van voetballen krijg je geen strafblad.

‘We vochten ook veel, tegen jongens uit andere wijken. Waarom? Uit stoerheid of territoriumdrift. Ik ben als minderjarige met justitie in aanraking geweest wegens mishandeling. En voor diefstal.’

Wat heeft u gestolen?

‘Spullen bij de Bart Smit, en cd’tjes bij de Free Record shop. Zo’n cd kostte toen wel 40 gulden. Ik denk dat het Happy Hardcore-cd’s waren, en ik ben een keer betrapt bij het stelen van zo’n top40-verzamel-cd.’ Lachend: ‘Het waren de jaren negentig, hè.’

Bent u ook betrokken geweest bij zwaardere misdrijven?

‘Nee, daarvoor had ik nog wel genoeg structuur thuis. Ik had oudere broers die via via hoorden wat ik uitspookte, of mij in een enkel geval kwamen ophalen van het politiebureau. En dan kreeg ik thuis echt wel te horen en te voelen dat ik niet het goede had gedaan.’

Uiteindelijk voltooit Kasem de moedermavo, en vervolgens een mbo-opleiding. ‘Met allemaal zesjes afgerond, en een zeven voor gym. Ik was nog slim genoeg om het minimale wel te doen, en alles met de hakken over de sloot te halen.’

Na de mbo volgt het ene na het andere jaarcontract. ‘Pas in 2002 werd ik serieuzer. Ik werkte toen bij ABN Amro op de hypotheekafdeling en mijn leidinggevende, Annemarie Jaarsma, vond dat ik het prima deed. Maar ze zei ook: Khalid, je vergooit je talenten. Ze adviseerde me een colloquium doctum te doen, een toelatingsexamen voor de universiteit.’

Hij schrijft zich in voor een toelatingsexamen bij de Universiteit van Amsterdam. Maar twijfelt tot het laatste moment. ‘Voor Engels en Nederlands hoefde ik me niet voor te bereiden. Maar voor het examen geschiedenis wel. En van dat boek had ik op de dag van de toelatingstoets nog geen letter gelezen. Ik was nog steeds in twijfel. Ga ik wel, ga ik niet?’ Maar hij gaat. ‘Ik dacht: ik kan vast wel gokken.’

Eenmaal op de UvA stapt hij een gele deur door waarop ‘geschiedenis’ staat. ‘Ik legde mijn identiteitskaart neer, maar mijn naam stond niet op de lijst. De surveillant schreef toch mijn naam op, en ik ging zitten. Ik wist echt helemaal niks. Geen enkel antwoord.’

Twee weken later wordt hij gebeld. ‘U heeft het niet gehaald’, hoort hij de mevrouw van de UvA zeggen. ‘Maar dat ligt niet aan u. U heeft geschiedenis voor psychologie-studenten gemaakt, en u had geschiedenis voor rechtsgeleerdheid moeten maken. Wij hebben u niet duidelijk genoeg uitgelegd in welke ruimte u had moeten zijn. U krijgt een herkansing.’

‘Toen dacht ik: dit moet voorbestemd zijn. Ik ben het boek wel gaan lezen. Van de 45 deelnemers haalden twee het examen. Ik was er één van.’

U zegt over uw herkansing: dit moet voorbestemd zijn. Wat zegt deze affaire dan?

‘Uiteindelijk kun je pas de stippen achteraf verbinden. Als je er middenin zit, is het moeilijk te begrijpen. Maar het helpt wel om het te relativeren. Dit is het lot, en het treft mij nu op deze manier. Ik moet ermee om zien te gaan. Misschien is er wel een reden voor.

‘Maar dat neemt niet weg dat het een heel lastige periode is geweest. Ook voor mijn familie. Zij waren bezorgd om mijn veiligheid. De vermeende organisatie van Ridouan T. heeft mogelijk vijanden die daar nog een appeltje mee hebben te schillen, en dan wil je niet ongefundeerd als verlengstuk worden neergezet.’

Inmiddels heeft het OM bekendgemaakt dat het meer advocaten – onder meer uit het Marengo-proces – verdenkt van het lekken van vertrouwelijke informatie. Wat betekent dat voor u?

‘Hierdoor ging de discussie niet meer alleen over ‘de exoot’ Kasem die de meest verschrikkelijke dingen zou hebben gedaan. Maar tegelijkertijd vind ik het niet prettig voor de andere advocaten. Want ook in hun zaken geldt dat het OM dit naar buiten bracht zonder hen eerst om weerwoord te vragen, en dat er vergaande conclusies worden getrokken op basis van PGP-berichten.’

Wat zijn de gevolgen van deze affaire voor u?

‘De beschuldiging was zo hard, zo op de man, en zo ongeclausuleerd. Dat heeft wel onherstelbare schade toegebracht. Ik heb als advocaat afgelopen jaren steeds minder strafrecht gedaan, en sta inmiddels veel bedrijven, ondernemers en bekende namen bij.

‘Er zijn cliënten geweest die zeggen: we maken even pas op de plaats. En dat begrijp ik ook wel. Na zo’n publicatie is het niet zo prettig om je te realiseren dat het om jouw advocaat gaat. Tegelijkertijd kwamen er ook steunbetuigingen binnen.

‘Hoe groot het effect precies is, is lastig te zeggen. Ik weet niet wat ik niet weet, en welke vervolgopdrachten ik niet heb gekregen. Maar ik constateer wel dat er minder opdrachten zijn.

‘Daarnaast vind ik het lastig om naar De Vooravond te kijken. Als ik het programma zie, denk ik: het is een gemiste kans. Ik had dat leuk gevonden, en ik zou het – net als de huidige presentatoren overigens – goed hebben gedaan.’

Khalid Kasem: ‘Het pijnlijk om je te realiseren dat je achtergrond kennelijk altijd als een zwaard boven je hoofd blijft hangen.’ Beeld Linelle Deunk
Khalid Kasem: ‘Het pijnlijk om je te realiseren dat je achtergrond kennelijk altijd als een zwaard boven je hoofd blijft hangen.’Beeld Linelle Deunk

Kasem noemt het cynisch – ‘meer dan cynisch zelfs’ – dat ‘je je nooit helemaal kunt ontworstelen aan de negatieve sentimenten die mensen rond je achtergrond hebben’. Sinds zijn studententijd houdt hij veel praatjes op scholen, voor ouders en jongeren, ‘om te laten zien dat dit juist wél mogelijk is. Ik hield jongens en meisjes altijd voor: denk nou niet dat, omdat je een slechte start hebt gehad, je ook een slechte finish zult hebben. Je wilt niet weten hoe vaak ik dit verhaal in aula’s en klaslokalen heb gehouden, en kinderen heb verteld dat ze echt van een dubbeltje in een kwartje kunnen veranderen.

‘En dan is het pijnlijk om je te realiseren dat je achtergrond kennelijk altijd als een zwaard boven je hoofd blijft hangen.’

Kunt u nu nog voor zo’n zaal staan?

‘Ik krijg de verzoeken nog steeds. Afgelopen tijd ben ik er niet op ingegaan. Dat heeft ook te maken met corona. Ik hoop dat ik het verhaal straks nog steeds kan vertellen. Dan zal ik de kinderen ook vertellen dat ze altijd met tegenslag te maken kunnen krijgen, en zeggen: kijk naar mijn verhaal. Ik dacht dat ik er was, maar werd op een ongekende manier naar beneden getrokken. Maar let wel: dat kun je ook weer te boven komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden