Advocaat-Generaal: Zes van Breda zijn mogelijk toch onschuldig

De 'Zes van Breda', die na herziening van hun strafzaak opnieuw voor moord werden veroordeeld, zijn mogelijk toch onschuldig. Dat is de conclusie van de advocaat-generaal van de Hoge Raad. Die conclusie is doorgaans leidend voor de Hoge Raad, die op 19 december oordeelt of deze zaak moet worden overgedaan.

Rechtbanktekening van de zitting in 2015. Foto anp

De 'Zes van Breda', die na herziening van hun strafzaak opnieuw voor moord werden veroordeeld, zijn mogelijk toch onschuldig. Dat is de conclusie van de advocaat-generaal van de Hoge Raad. Die conclusie is doorgaans leidend voor de Hoge Raad, die op 19 december oordeelt of deze zaak moet worden overgedaan.

De 'Zes van Breda' ontkennen dat ze in 1993 eigenares 'oma Mok' van Chinees restaurant Peacock in Breda hebben vermoord. De vrouw werd gewurgd, een gokkast was leeggehaald, haar juwelen zijn gestolen. Drie vrouwen en drie mannen, allen rond de 20 jaar, werden opgepakt en na bekentenissen veroordeeld. Zij hebben straffen tot 10 jaar uitgezeten. Fysiek bewijs is nooit gevonden.

De bekentenissen zouden onder grote druk van de politie zijn afgedwongen. Zo kreeg een van de vrouwen geen maandverband als ze niet met het onderzoek meewerkte, kreeg een tweede bevroren brood te eten en werd de derde niet geloofd toen ze zei dat ze zwanger was. Verbalisanten gingen opzettelijk in haar buurt eten waarvan ze misselijk zei te worden. Ze kreeg een miskraam in detentie.

In 2012 bleek dat ontlastend bewijs aan de rechters is onthouden. Twee getuigen die in de nacht van de moord urenlang in het bushokje tegenover het Chinees restaurant zaten te kletsen, hebben destijds bij de politie verklaard dat hun 'niets bijzonders is opgevallen'. Die verklaring stond haaks op de vechtpartij die zich buiten en binnen zou hebben voorgedaan, en op het wachten van vrouwen in een auto bij het restaurant. Maar die verklaring bleef buiten het strafdossier. Hadden de rechters dit geweten, dan hadden ze de zes verdachten mogelijk niet veroordeeld, stelt de Hoge Raad.

Dus werd een verzoek tot herziening in dat jaar toegewezen, waarna het leek alsof hier sprake was van de grootste gerechtelijke dwaling uit de Nederlandse geschiedenis. Maar het hof in Den Haag, dat de zaak in 2015 de zaak behandelde, veroordeelde het zestal opnieuw.

Advocaat Knoops van de 'Zes van Breda' heeft tegen die nieuwe veroordeling, met succes, een cassatieberoep ingesteld. Volgens advocaat-generaal Hartevelt is de eerdere twijfel aan de schuld van de zes veroordeelden 'niet weggenomen' en hebben de zes mogelijk ten onrechte jarenlang gevangen gezeten.

Het bewijs in deze zaken berust alleen op verklaringen van de drie vrouwelijke verdachten, die zouden zijn afgedwongen en die zij later hebben ingetrokken. Ondersteunend bewijs ontbreekt, stelt de advocaat-generaal, terwijl er juist wel aanwijzingen zijn dat hun verklaringen niet kunnen kloppen. Het hof in Den Haag oordeelde echter dat die verklaringen door nieuw onderzoek onvoldoende werden bevestigd. Volgens de advocaat-generaal is dat geen reden om die verklaringen te negeren.


Ook is er een bloeddruppel gevonden in het restaurant die niet van een van de zes verdachten kan zijn, maar volgens dna-onderzoek hoort bij een (onbekende) persoon van Aziatisch-Oceanische afkomst. Het hof Den Haag beredeneert volgens de advocaat-generaal op ondeugdelijke gronden dat deze bloeddruppel niets met het delict te maken kan hebben.

Advocaat Knoops is blij met de conclusie. 'Het Hof Den Haag heeft, zoals wij in cassatie hebben aangetoond, volkomen genegeerd dat de bekentenissen van de vrouwen niet kloppen. Het Hof legt ontlastend forensisch bewijs juist uit alsof het belastend is. Het is van groot belang voor de rechtsstaat en voor het leven van onze cliënten dat een ander hof opnieuw, en ditmaal beter, naar de zaak kijkt.'

Als de Hoge Raad in december het advies van de advocaat-generaal volgt, zal deze zaak opnieuw worden overgedaan, bij een ander hof dan dat in Den Haag. Dan zal alsnog blijken of hier sprake is van een gerechtelijke dwaling. Eerdere bekende gerechtelijke dwalingen zijn die van bejaardenverzorgster Ina Post (1984), de Puttense Moordzaak (1994), de Schiedammer Parkmoord (2000) en die van verpleegkundige Lucia de Berk (2003). Alle deze verdachten werden vrijgesproken nadat zij jarenlange celstraffen hadden uitgezeten.

Het Hof in Den Haag laat weten niet op de conclusie van de advocaat-generaal te mogen reageren. 'Dat is geen onwil, maar dat mag niet omdat de zaak nog onder de rechter is', aldus een persraadsheer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.