Nieuws Politie

Adviseur stapt op wegens discriminatie bij politie

Een adviseur van de Nationale Politie heeft zijn medewerking aan het korps opgezegd omdat hij vindt dat de leiding te weinig actie onderneemt tegen de intimidatie van homo’s, moslims en vrouwen binnen de politie. De korpsleiding predikt diversiteit, aldus adviseur Carel Boers, maar kijkt vervolgens de andere kant op als minderheidsgroepen worden geconfronteerd met pesterijen en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag.

Een politieagent op straat naast een politieauto. Beeld ANP XTRA

De Nationale Politie worstelt al jaren met het vraagstuk van diversiteit. De leiding wil meer vrouwen, homo’s en mensen met een migratieachtergrond binnenhalen, zodat het korps een adequate weerspiegeling van de samenleving vormt. In de dagelijkse praktijk worden mensen die ‘anders’ zijn lang niet altijd geaccepteerd. In 2017 publiceerde de politiedenktank Pharresia een zwartboek met voorbeelden van discriminatie. Zo kreeg een zwarte agent van een collega te horen: ‘Wie is die zwarte? Die hoort in het arrestantenhok.’

Carel Boers was meer dan tien jaar aan de Nationale Politie verbonden. Hij coachte onder meer toptalenten in het kader van een leiderschapsprogramma. In dat kader stond hij ook een aantal mensen bij die het slachtoffer werden van (seksueel) intimiderend, discriminerend of anderszins grensoverschrijdend gedrag. Wat hij daarbij meemaakte ‘gaat ieder voorstellingsvermogen te boven’, aldus Boers. Wie tegen de heersende cultuur in gaat, wordt niet geaccepteerd, vervolgens zelf tot probleemgeval gemaakt en systematisch beschadigd, aldus Boers.

Grensoverschrijdend taalgebruik is heel gewoon bij de politie, schrijft hij in zijn afscheidsbrief, die zaterdag via NRC Handelsblad uitlekte. In onderlinge communicatie worden burgers omschreven als ‘kankermongolen, kankerlijer, pauperallochtonen, kankervolk, kutvolk en kutafrikanen’. Omdat de leiding hier onvoldoende tegen optreedt, ontstaat ruimte voor een ‘formeel en informeel leiderschap dat moreel en ethisch ontspoord is’, aldus Boers. Op het bureau geldt vaak het recht van de sterkste en degene met de grootste mond. Daardoor ontstaat een druk om te ‘moeten voldoen aan de norm die gesteld wordt door de hetero, blanke, mannelijke, oudere of andere ‘meerderheid’. Het gevolg hiervan is dat politiemensen zich binnen vaak veel onveiliger voelen dan bij de uitoefening van hun taken buiten’, schrijft Boers.

In een reactie op de brief van Boers erkent Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie, het probleem. De politie heeft een cultuur van loyaliteit en collegialiteit die ook een keerzijde heeft, aldus Akerboom. In zo’n cultuur is het moeilijk kritiek leveren. ‘Je schikt naar de dominante norm’, aldus Akerboom. Die norm moet worden doorbroken, omdat er binnen het korps ‘helaas nog niet overal sprake is van een veilige en inclusieve werkcultuur’.

Volgens Akerboom zijn er vier onderzoeken naar dit thema gedaan. Daaruit zou blijken dat 1 procent van de politiemedewerkers regelmatig last heeft van discriminatie. Nog eens 4 tot 6 procent zou er een enkele keer mee te maken hebben gehad. In grofweg de helft van de gevallen was de schuldige een collega, in de andere helft een leidinggevende.

In een blog voor het politiepersoneel zegt Akerboom dat er ‘genoeg te doen is’, maar ‘ook al veel gedaan’. Akerboom: ‘Bij de instroom van nieuwe collega’s wordt vol ingezet op diversiteit. Qua achtergrond, opleiding en cultuur. En op het gebied van vrouwelijk leiderschap. 42 Procent van de politietop is vrouw, dit jaar is 54,5 procent van de nieuw benoemde sectorhoofden vrouw en voor de benoemingen van teamchefs is dat 53,8 procent.’

Begin 2017 zei Akerboom dat 25 procent van de nieuwe agenten een migratieachtergrond zou moeten hebben. Uiteindelijk had dat jaar 29 procent van de nieuwe agenten een migratieachtergrond, van wie bijna 20 procent een niet-westerse achtergrond.

Voor de opgestapte adviseur Carel Boers is de vorming van de Nationale Politie in 2013 een belangrijke oorzaak voor de problemen. Destijds werden 25 regiokorpsen en 1 landelijk korps samengevoegd tot één grote organisatie met 60 duizend werknemers en een korpsleiding die volgens Boers op grote afstand in Den Haag zit en conflicten mijdt. ‘Tot een jaar geleden heb ik gedacht dat de top wél van goede wil was’, schrijft de opgestapte adviseur. ‘Doe opvatting heb ik na wat ik gezien heb zeker niet meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden