nieuws Hoger Onderwijs

Adviescommissie-Van Rijn: meer geld naar technische universiteiten, ten koste van algemene universiteiten

Om de capaciteit van bèta- en techniekstudies te vergroten moet er geld van algemene universiteiten naar technische universiteiten worden overgeheveld. Dat adviseert de commissie-Van Rijn in een woensdagochtend verschenen rapport. De maatregel moet volgend jaar al ingaan.

Het quantumcomputerlab in het Technische Natuurkundegebouw op de campus van de TU Delft. Beeld de Volkskrant / Freek van den Bergh

Technische opleidingen groeien de laatste jaren hard en er is op de arbeidsmarkt grote behoefte aan technici, maar de financiering blijft achter. Op sommige studies is daarom een studentenstop ingevoerd. Een commissie onder leiding van de oud-staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn (PvdA) onderzocht in opdracht van minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs) de bekostiging van universiteiten.

De commissie keek onder meer naar ‘knelpunten in de bekostiging’ van het bèta - en technisch onderwijs, de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en perverse prikkels in de bekostiging. En dat alles budgetneutraal: er komt onder dit kabinet niet structureel extra geld bij voor het hoger onderwijs.

Herverdeling

De opvallendste aanbeveling van de commissie is om vanaf volgend jaar geld te herverdelen over de universiteiten. In totaal gaat het om een bedrag van naar schatting 70 miljoen euro. De maatregel pakt verschillend uit per universiteit, omdat het aantal technische opleidingen sterk uiteenloopt. De vier technische universiteiten zouden er 6,6 procent op vooruit gaan, terwijl de Erasmus Universiteit, Universiteit Tilburg en de Universiteit Maastricht er naar schatting 4,8 procent op achteruit gaan.

Technische universiteiten klagen al langer dat de financiering achterblijft bij de harde groei die zij doormaken. Sommige studies zijn de laatste jaren zo hard gegroeid dat ze noodgedwongen een numerus fixus hebben ingevoerd. Volgens de commissie-Van Rijn is het van ‘groot maatschappelijk belang’ dat de capaciteit van bèta- en techniekopleidingen beter aansluit bij de arbeidsmarkt.

De VSNU, de koepelorganisatie van universiteiten, laat in een reactie weten 'zeer bezorgd te zijn’ over dit onderdeel van het advies de commissie. ‘Deze herverdeling laat de werkdruk verder oplopen en zal de hoge kwaliteit van onderwijs en onderzoek schaden.’  

D66-Kamerlid Paul van Meenen pleit er daarom voor om extra geld uit te trekken voor techniek- en bètastudies. ‘Als er meer geld nodig is voor de bètastudies, dan mag dat niet ten koste gaan van andere studies.’ Ook SP-Kamerlid Frank Futselaar vindt dat er extra geld voor technische universiteiten nodig is. ‘Wat Van Rijn nu vooral doet, is het herverdelen van de schaarste. Maar bij veel niet-technische opleidingen is de werkdruk al zo groot dat een extra klap weleens fataal kan zijn. Het advies van de Commissie Van Rijn zal desastreuze gevolgen hebben als deze niet gepaard gaat met extra geld.’

Overmatige groeiprikkel

De commissie hekelt in het rapport de bekostiging van universiteiten en hogescholen op basis van aantallen studenten. Tussen 2006 en 2018 nam het totaal aantal studenten in het hoger onderwijs toe met 30 procent: in het wetenschappelijk onderwijs (wo) met 41 procent, in het hoger beroepsonderwijs (hbo) met 24 procent. De groei komt voor bijna eenderde door de toestroom van buitenlandse studenten.

‘Dit is een pervers mechanisme geworden’, schrijft de commissie. Zij beveelt aan: ‘Reduceer onmiddellijk de overmatige groeiprikkel in het stelsel die voortvloeit uit de studentgebonden bekostiging en breng meer stabiliteit in de onderwijsbekostiging van universiteiten en hogescholen.’

Niet meer van deze tijd

Ook signaleert de commissie dat ‘de competitie in het wetenschappelijk onderzoek is doorgeschoten’. Onderzoekers proberen zoveel mogelijk tijdelijke onderzoeksmiddelen te verwerven en besteden veel energie aan het formuleren van nieuwe aanvragen. Dat kost veel tijd en botst met de stijgende studentenaantallen, die juist tijd en aandacht voor onderwijs vereisen.

Het geheel van de bekostiging van onderwijs en onderzoek is volgens de commissie niet meer van deze tijd. Door een gebrek aan transparantie is het verdelen van de beschikbare middelen ‘sturen in de mist’. Nader onderzoek zou moeten leiden tot een herijking van het beschikbare budget. Tegelijkertijd zet de commissie vraagtekens bij de ‘zeer hoge reserves’ die instellingen voor hoger onderwijs aanhouden. Er zou een bovengrens moeten komen aan de hoeveelheid geld die ‘op de plank’ wordt gehouden, om te voorkomen ‘dat publiek geld voor onderwijs en onderzoek te lang onbesteed blijft.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.