Adriaen Willaert

Pop ****


The xx


Coexist XL Recordings/Beggars


Een van de wonderlijkste Britse debuutalbums van de laatste jaren kwam in 2009 van The xx. Een trio bestaande uit vocalisten Romy Madley-Croft en Oliver Sim en multi-instrumentalist Jamie Smith. Donkere kale beats, spaarzame melodielijnen en sombere melancholieke zang die samen een nieuw geluid opleverden. Invloeden van The Cure en Massive Attack tot dubstep klonken in de liedjes die op een knappe manier wisten te beklijven.


The xx groeide ermee uit tot een van de hipste nieuwe popbands maar liet zich niet gek maken.


Pas nu verschijnt opvolger Coexist en die laat vooral een band horen die alles wat zijn debuut zo mooi maakte, extra heeft verfijnd. De beats zijn net iets dieper, de zang klinkt zelfverzekerder en Jamie Smith toont in zijn productie net iets meer lef. Prachtig broeierige muziek, met soms een luchtig uitstapje naar disco, maar uitbundig wordt het nergens.


Gijsbert Kamer


pop


***


David Byrne & St. Vincent


David Byrne heeft in het verleden al met veel artiesten samen­gewerkt. Niet alleen met de meer voor de hand liggende zoals Talking Heads-producer Brian Eno, maar ook met danceproducer Fat Boy Slim of indie-band Dirty Projectors. Zijn nieuwste partner heet Annie Clark, beter bekend onder de naam St.¿Vincent.


Net als Byrne verwerkt ze in haar eigen muziek veel invloeden en houdt ze ervan te stoeien met minder voor de hand liggende ritmes en arrangementen. Het meest opvallend aan Love This Giant is de nadrukkelijke aanwezigheid van blazers, die mooi samengaan met de zeer aan elkaar gewaagde zang van Clark en Byrne. Maar soms bekruipt je het gevoel dat het tweetal wat al te nadrukkelijk de moeilijke weg zoekt. Al is The One Who Broke Your Heart, waarop het duo met de blazers van de New Yorkse Dap-Kings en Antibalas te horen is, een ijzersterk nummer, dat even de Talking Heads in herinnering roept. GK


pop


***


Divine Fits


A Thing Called Divine Fits Epitaph


Altijd goed om weer eens de stem van Britt Daniel te horen, voorman van het onvolprezen Spoon. Met zijn eigen band heeft hij blijkbaar even pauze genomen om de samenwerking aan te gaan met leden van twee andere gitaarbands, Dan Boeck­ner van Wolf Parade en Sam Brown van New Bomb Turks.


Het resultaat is een bij vlagen sterk album, waarop een paar zeer Spoon-waardige nummers staan, zoals Flaggin A Ride en het lekker groovy Would That Not Be Nice. Maar helaas ook wat liedjes die je snel weer vergeet.


Goed gedaan is echter wel weer de cover van Shivers van The Birthday Party uit 1978. Britt Daniel klinkt geen moment als Nick Cave, maar het werkt wel. Dankzij de overigens op het hele album fraaie productie voel je eenzelfde soort ingehouden agressie als in het orgineel. GK


DANCE


****


Deadbeat


Eight BLKRTZ


De release van de track Lazy Jane eerder dit voorjaar deed al vermoeden dat Deadbeat nieuwe gronden verkent. De Canadees Scott Monteith maakt als Deadbeat producties waar traditionele dub en techno samenkomen. Maar de acht tracks op Eight, zijn achtste album, zullen voor liefhebbers van zijn hypnotiserende, lome dubtechno even wennen zijn. Niet dat de koers dramatisch anders is, maar zijn bekende, verzonken dub is minder leidend doordat zwaardere minimale techno-invloeden uit zijn huidige woonplaats Berlijn meer ruimte hebben gekregen. Daarbij heeft de Canadees deels samengewerkt met landgenoten Mathew Jonson en Danuel Tate en de Chileen Dandy Jack, allen afkomstig uit de technohoek. Eight is een aangename kennismaking met de rauwere en intensere technokant van Deadbeat. Het tempo is gevarieerder: het gaspedaal wordt regelmatig wat dieper ingedrukt. Op Eight is Deadbeat nadrukkelijker aanwezig en richt zi­ch speels meer op de voeten dan op het hoofd - een koersverschuiving die heel goed uitpakt.


Sasja Kooistra


HEAVY


****


Nihill


Verdonkermaan Hydra Head/ Suburban


De Amerikaanse muzieksite Pitchfork bespreekt niet vaak een plaat van een Nederlands bandje. De score van 7,5 die vorige week ineens werd toegekend aan de Tilburgse blackmetalband Nihill, is daarom verheugend, maar ook zeer terecht. De plaat met de prachtige titel Verdonkermaan is een intense en akelig oprechte satanische belevenis, waarmee we ineens een stevig monument hebben geplaatst in het zwartste metallandschap .


Overdonderend en ronduit afschuwwekkend is het eerste, uitgesponnen herriestuk Vuur: The Deathwind Of Ressurection. De bulderende vocalen van Michiel Eikenaar zijn bruut en overtuigend, lijken te komen aanrollen door een metrotunnel, vóór de snerpende gitaarpartijen en doorratelende drums uit. Curieus in de black metal: Eikenaar is te verstaan. Hij heeft uiteraard weinig opbeurends te melden. Dan een verrassing. Op Spiral: The Tail Eater neemt Nihill gas terug en stelt orde op zaken, in een trage doodsmars met een fraai rollende bas.


De volhouder wordt beloond met de laatste twee aan elkaar geklonken nummers. Gnosis Pt. IV is een ambient stuk waarin de duivel zelve ons met gespleten tong toelispelt. De botte afrekening volgt in Trauma: Crushing Serpens Mercuriales, weer zo'n fraai gedragen doomlied waarin de luisteraar geen kiertje licht meer wordt gegund. Nihilisme van de meest verleidelijke soort.


Robert van Gijssel


klassiek


****


Adriaen Willaert


Capilla Flamenca Ricercar


De spots staan dit jaar op Debussy, of Diepenbrock, of John Cage. Je zou bijna vergeten dat het ook een Adriaen Willaertjaar is. 450 jaar geleden stierf de Vlaamse renaissancecomponist die de muziekgeschiedenis een belangrijke duw vooruit zou geven. Lang voordat Monteverdi zijn beroemde Mariavespers schreef, trok Willaert (ca. 1490-1562) eerst naar Parijs en vervolgens naar Venetië, werd daar maestro di cappella aan de San Marco en schreef voor die kerk zijn Vespro della Madonna.


Met die compositie als uitgangspunt heeft het Vlaamse ensemble Capilla Flamenca een cd gemaakt die je geleidelijk inwijdt in de muziek van Willaert.


Dat is geen overbodige luxe. Willaert vereist oefening, ook voor een ervaren luisteraar. Het Gregoriaans waarmee de cd begint is in zijn eenvoud direct toegankelijk, maar Willaert gaat verder, tot een dicht vlechtwerk van soms wel acht stemmen. Net als in de 16de eeuw wordt het zingen afgewisseld met orgelspel - ontspanning tussen de uitdagende vocale lijnen.


Biëlla Luttmer


KLASSIEK ****


schubert


Marc Minkowski Naïve


Met paukengeroffel begint Schubert aan zijn eerste symfonie. Hij is dan 16 en stroomt zo te horen over van lef. En ook in zijn Tweede en Derde is hij niet te stuiten in zijn drang de wereld te veroveren. Terecht hebben Marc Minkowski en Les musiciens du Louvre Grenoble niet alleen de beroemde 'Tragische', de 'Unvollendete' en de 'Grote' symfonie op cd gezet maar ook de symfonieën die hij als tiener schreef.


Minkowski heeft er maatwerk van gemaakt. Voor de vroege symfonieën kiest hij een kleine bezetting van historische instrumenten waardoor ze licht en lenig klinken. In de 'Grote' symfonie ziet hij een klankverwantschap met de Schöpfung van Haydn, en de Negende van Beethoven. Daarom heeft hij de contrabasgroep iets groter gemaakt en de fluiten en hobo's in de hoogte verdubbeld.


Bij de klarinetten en fagotten zet hij juist de diepte sterker aan. Zo ontstaat een ruime, orgelende klank - Minkowski's persoonlijke, onweerstaanbare visie op Schubert.BL


KLASSIEK


****


Beethoven


Harmonia Mundi Harmonia Mundi


Moto perpetuo heet de nieuwe cd van het Spaanse klavierfenomeen Javier Perianes. We kennen hem van muziek van zijn landgenoten Mompou, De Falla en Mozarts tijdgenoot ­Manuel Blasco de Nebra, en van korte werken van Schubert. Op zijn nieuwste cd houdt hij een viertal pianosonates van Beethoven op een bijzondere manier tegen het licht. Hij zoomt in op Beethovens experimenten met het perpetuum mobile, de beweging van snelle noten waaraan geen einde lijkt te komen. Minstens vier van Beethovens klaviersonates (op. 12, 17, 22 en 27) sluiten af met die doorgaande stroom van klanken - ieder op zijn eigen manier.


Het is een belevenis te horen hoe Perianes een evenwicht vindt tussen consequent vormbewustzijn en een klankgevoel dat bij elke noot laat horen hoe groot zijn verbeelding is - in de perpetuum mobiles én in de andere delen. BL


JAZZ ****


Arnaldo Antunes


A curva da cintura, Mali - Brasil


Mais Um Discos


Dat er tussen de Amerika's en Afrika diepe, transatlantische kabels liggen, is misschien wel het duidelijkst hoorbaar. Deze 'afro-latin' muziekgeschiedenis is in de jazz evident, maar de laatste decennia komt er ook steeds meer aandacht voor de zusjes van de jazz in dat verhaal: salsa, soukous, afropop en ontelbare andere subgenres die niet hadden kunnen bestaan zonder het tragische eerste hoofdstuk: slavernij.


Van deze cultuurhistorische boom viel onlangs weer een prachtige vrucht, een kruisbestuiving tussen Mali en Brazilië. Op A curva da cintura zoekt en vindt de Malinese kora­speler Toumani Diabaté melodisch de ruimte binnen het pop-georiënteerde raamwerk van twee hier onbekende Brazilianen: Antunes en Scandurra.


De plaat mag gelden als de geslaagde opvolger van Tribalistas (Antunes met Carlinhos Brown en Marisa Monte, uit 2002), waar de laagfrequente bromstem van Antunes al even indrukwekkend kippevel veroorzaakte. Ondefinieerbare, schitterende muziek uit het schemergebied tussen Beatles-pop, Braziliaanse blues en Malinese griot muziek.


Jaïr Tchong


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden