ADMIRALENGRACHT

Een buurt loopt geleidelijk uit, zij gaat langzaam over in een andere buurt. De vervreemding zet al vrij snel na het eigen huis in....

Veel dichter bij mijn huis lag een veel simpeler scheiding: de brug tussen de Admiraal de Ruyterweg en de De Clercqstraat. De brug verbond nieuw met oud. De brug overgaan, was ook een andere tijd binnengaan. En als je doorliep, werd de tijd steeds ouder. Ik geloof dat ik door die brug mijn eerste historisch besef heb gekregen.

Als ik vanuit mijn huis de Chasséstraat uitliep naar de rechterzijde, bleef ik op eigen grond. Tot de hoek van een zijstraat die Van Kinsbergenstraat heette. Als een soort grenspaal stond op de hoek een rode brandmelder. Als ik overstak en doorliep in het tweede deel van mijn straat, kwam ik op vreemd gebied. Maar als ik rechtsaf sloeg, hield ik nog enige tijd mijn buurtgevoel. Ik passeerde de Van Speijkstraat, die een steeds meer wijkende vertrouwelijkheid had. De paar jaar dat ik daar had gewoond, raakten steeds verder weg. (In mijn dromen komt hij zo nu en dan terug, maar het stukje waar wij woonden, is dan helemaal veranderd, in een grote betonnen wand, waarin ik vergeefs de deur zoek.)

Ik liep door en dan passeerde ik de Witte de Withstraat, een wonderlijke straat, want in mijn herinnering was de linkerkant veel donkerder dan de rechter. (Het kruispunt leverde overigens een wonderlijke vierhoek op: aan de ene zijde een klein hoekig kerkje van de Hersteld Apostolische Gemeente, aan de overzijde daarvan een dansschool, die ook nog 'Hoezee' heette. De twee andere hoeken waren bezet door een fruithandel en een kruidenierswinkel die 'Vana' heette.) Stak ik de Witte de Withstraat over, dan zette de vervreemding helemaal in. Ik naderde een andere wereld. Aan het einde van het laatste stukje Van Kinsbergenstraat lag een zeer diepgaande scheidslijn: de Admiralengracht. Een smal bruggetje, dat 'het groene bruggetje' heette en zo bleef heten toen het al geen bruggetje meer was en nog langer niet meer groen, ging over de gracht heen. Over het bruggetje begon een heel andere wereld.

Ik heb de Admiralengracht zes jaar lang vier keer per dag overgestoken, want in de andere wereld lag mijn lagere school. (Zoals ik daarna zes jaar lang de Overtoom moest oversteken, want aan gene zijde lag mijn middelbare school.) Zes jaar lang die lichte vervreemding, de moedige stap over de brug en je wagen in een vreemd gebied. Maar er was één geluk: de Admiralengracht, want daar kreeg de wereld even enige weidsheid.

De gracht, waarlangs geen bomen stonden, waardoor hij heel licht leek, was vrij lang. Hij lag diep, beneden het waterpeil van andere vaarten in de buurt. Tuinders die met kleine bootjes van buiten naar de Centrale Markthallen gingen, moesten met hun bootje in een eind verder gelegen hijsinstalletie, een soort luchtsluis, die hen in het hogere water bracht. Van het water tot de straat liep een hoge beschoeiing, met gras begroeid. Dat gaf die gracht iets parkachtigs. 'Admiralenkade' was mooier geweest.

Op de top van het boogbruggetje kon ik naar twee kanten ver weg kijken. De huizen aan beide zijden lagen ver van elkaar. Het was er ruim. Een deel van de huizen was bovendien in beige gekleurde baksteen gebouwd - onze straat in een steen van ontmoedigend grijs - waardoor alles niet alleen nieuw, maar ook wat zonnig leek. In de winter was de Admiralengracht een schitterende ijsbaan. Ik vond het rechtvaardig dat de enige jongen uit mijn klas die indrukwekkend mooi en snel kon schaatsen - hoe heb ik hem daarom bewonderd - op de Admiralengracht woonde. Ik realiseer me nu dat ik zelfs zijn huisnummer nog heb onthouden.

De overzijde is zes jaar vreemd gebied gebleven. Meteen ter rechterzijde stonden aan de gracht drie schoolgebouwen; zij leken de macht van het openbaar onderwijs, dat hier heerste, aan te geven. Ik kwam tussen de heidenen. De scholen die dwars op de gracht stonden, liepen door tot een plein dat Balboaplein heette. In het midden daarvan was een sportveld, waarop vooral gekorfbald werd (een gemengde sport en dus ook heidens). In een hoekje van het Balboaplein lag het roomse schoolgebouw, genoemd naar de jeugdheilige Tarcisius, waar ik de eerste drie jaren doorbracht.

Alle scholen in de buurt begonnen om negen uur; wij om kwart voor negen. We gingen natuurlijk ook een kwartier eerder uit. 's Middags ook dat kwartier tijdsverschil. Het was bedoeld - zo gevaarlijk was de macht van de onchristelijke wereld - om ons van de heidenen gescheiden te houden. Vanaf de vierde klas was de school in een doodlopend stukje van de Cabralstraat gevestigd. In de buurt heersten de jaren dertig met heel harde hand.

Vrijwel meteen na 15 mei 1940 werden de drie openbare scholen door de Duitsers bezet; het korfbalveld werd een exercitieterrein. De vreemde buurt werd nu vijandelijk gebied.

Maar ik kon er twee keer per dag weer uit. Daar was in de verte het bruggetje en het geluk van de Admiralengracht. Het bruggetje over en ik was weer in mijn buurt. De Van Kinsbergenstraat was de weg naar Rome; ik verliet de heidense wereld en kwam weer thuis in de straat waar de grote katholieke kerk de zekerheid van alle eeuwen leek te zijn, in haar uitgestrektheid ook een teken dat we eens de hele heidense omgeving zouden bekeren. Johannes de Doper zou bij het groene bruggetje staan, aan de Admiralengracht, de Jordaan van Amsterdam-West.

De grote toekomst van het Balboaplein lag nog ver. Jaren later zouden Gullit en Rijkaard er op straat voetballen. De vroeger verveloze huizen - ook van binnen, de deuren stonden vaak open en je keek het naakte trappenhuis binnen - moeten ervan opgeknapt zijn. Wat ik me altijd heb afgevraagd: hoe zagen de bewoners van het Balboaplein en omliggende straten de buurt aan onze kant van het groene bruggetje? Een roooms getto? Jan Blokker die in de Van Kinsbergenstraat woonde, op de grens van geloof en ongeloof, rook er in zijn jeugd overal de roomsigheid. Zijn neus werd zijn geheugen. Maar hoe zag hij de Admiralengracht?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.