Ademloos lezen over de kleine boot die wint

Aan sommige boeken van je jeugd bewaar je een onuitwisbare herinnering. Maar valt de magie van toen nu nog te begrijpen?...

Bert Wagendorp

‘Nog enkele honderden meters scheidden hen van de eindstreep. De Louella lag nu angstig dichtbij en nog steeds schoof het schip verder naar voren. (...) De Amerikaan ging de Passaat voorbij maar op dat moment was het Nederlandse schip de eindstreep al over In de cockpit van de Passaat vielen de bemanningsleden elkaar langdurig om de hals terwijl mevrouw Albada het een ogenblik met haar zenuwen te kwaad kreeg.’

Geen wonder! De Passaat, het kleinste van alle deelnemende schepen, heeft zojuist de Daily Mail-zeilrace rond de wereld gewonnen: mág je dan even ontroerd zijn? Ik moest ook even iets wegslikken.

Voor de wind rond de wereld van Constant Butner verscheen in 1963, toen er nog familie Albada’s waren die de boel de boel lieten en onbekommerd het zeegat uitzeilden. Mevrouw Albada bestierde de kombuis, meneer Albada was de kapitein en de kinderen Liz (net haar mulodiploma behaald) en Jan Albada (fijne knul, klaar met de HBS) waren de gedroomde broer en zus.

En maar avonturen beleven. Het begint al met Geurt Smeets, de handlanger van de doortrapte Cubaanse concurrent Carlos, die is ingehuurd om de Passaat uit de koers te brengen. Na Madeira blijkt er een verstekeling in het vooronder te zitten, maar voort gaat het, over de Atlantische Oceaan, door het Panamakanaal, op naar Tahiti. Op de atol Suwaroff zit de eenzame Tom Neal, ze komen een walvishaai tegen (‘Meneer Albada’s filmcamera snorde dat het een lust was’) en op Nieuw-Guinea volgt de ontmoeting met het monster van Komodo. In Djakarta krijgt de jeugdige lezer een inkijkje in de naweeën van ons koloniale verleden. En dan wordt kapitein Albada ook nog geveld door een blindedarmontsteking, zodat Jan het commando moet overnemen. Geen punt, voor deze wakkere knaap.

Nadat ook de listige trucs van de Egyptenaar Al Rashid van de Assoean zijn ontdekt en de Cubaan Carlos in het Kanaal is overvaren (terechte straf), volgt de apotheose in Torquay.

Ik was twaalf en een veellezer. Maar van al die honderden jeugdboeken zijn me er maar een paar bijgebleven, waaronder Voor de wind rond de wereld dus. Dat was ademloos lezen, het mooiste lezen dat er bestaat. Bij herlezing, veertig jaar later, ruik ik weer het huis van mijn opa en oma in Velp, voel ik weer de warmte van de zomer van 1969 en bekruipt me weer het gevoel van opwinding dat het boek toen teweeg bracht.

Voor de wind rond de wereld kwam uit in de Bison-reeks van Van Goor, waarvan ik eerder deel 5, het schitterende Bram Vingerling van Leonard Roggeveen had gelezen. Maar dit was ook formidabel. Butner was in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw een zeer productieve auteur van jeugdboeken, maar Voor de wind rond de wereld moet wel het hoogtepunt uit zijn oeuvre zijn.

Een gedegen schrijver is het, die zijn jeugdige lezer behalve avonturen ook nog de nodige kennis meegeeft. Zodat die na lezing ook alles weet over het Panamakanaal en de olieraffinaderij. Veel jeugdboeken overleven de decennia niet, vanwege hun beroerde stijl of oubolligheid. Maar Voor de wind rond de wereld zat ik wéér met plezier te lezen, en aan het eind voelde ik toch weer een tinteling langs de ruggegraat trekken, hoewel ik dus wist dat het wel snor zat, met de zege.

‘‘Anker uit!’ klonk een van opwinding overslaande stem van de kapitein. ‘En zeilen binnenhalen!’ Het waren zijn laatste bevelen in deze race, die de Passaat over zeeën en oceanen, langs koraalriffen en woestijnen, in 211 dagen rond de wereld had gebracht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden