Adembenemende tentoonstelling over begin christendom

Een inscriptie uit de eerste eeuw. Ineens duikt tussen het Latijn de naam op van een man die tot het einde der tijden berucht zal blijven om zijn in onschuld gewassen handen: Pontius Pilatus....

Van onze correspondent

Jan van der Putten

RIMINI

Dit begin van de expositie is even sensationeel als het einde: resultaten van het archeologisch onderzoek naar het graf van Christus en een nog nooit eerder bijeengebrachte serie papyrusfragmenten met de oudste evangelieteksten. Voor het eerst zijn buiten Israel papyri tentoongesteld uit de grotten van Qumran bij de Dode Zee. Daaronder is een minuscuul fragmentje in het Grieks uit het Marcus-evangelie. Het dateert van uiterlijk 50 na Christus, dus pal na de beschreven gebeurtenissen. Adembenemend.

Ook deze zomer zullen hele volksstammen verhuizen naar het strand van Rimini. Zoals altijd zal de oude binnenstad aan hen voorbijgaan. Daar loopt in twee aanleunende palazzi op de Piazza Cavour een tentoonstelling waarvoor liefhebbers een wereldreis over hebben.

Deze expositie reconstrueert aan de hand van geschreven teksten en uniek archeologisch materiaal het begin van het christendom, zijn snelle uitbreiding in de eerste eeuwen en het geestelijke en dagelijkse leven van de eerste christenen. Ze toont hoe hun kunst was ingebed in de antieke traditie, maar ook hoe ze hun eigen beeldentaal ontwikkelden.

Daartussendoor is van alles te zien. Van lampjes, knopen, poppetjes en belletjes uit de catacomben, tot zilveren liturgische vaten uit het Engeland van de vierde eeuw. Van een sarcofaag met scènes over het bijbelverhaal van Jonas in de walvis, tot een vierde-eeuwse glazen schaal waarop Adam en Eva staan afgebeeld met de tekst: 'Verheug je in God, drink, en dat je maar lang mag leven.'

Jezus zei tegen zijn eerste volgelingen, de apostelen: 'Gaat en onderwijst alle volkeren.' Die opdracht hebben ze heel letterlijk genomen. De meest begeesterde missionaris, Paulus, ondernam vier reizen naar praktisch alle landen van het oostelijke en centrale Middellandse-Zeegebied. In relatief korte tijd werd bijna de hele bekende wereld, de oikoumenè, gekerstend. Opdracht vervuld.

Dat geweldige succes is voor een groot deel te danken aan de inhoud van de leer zelf. Het christendom heeft een universeel karakter en gaat boven ieder sociaal, etnisch of nationaal onderscheid uit. Het predikt broederschap en solidariteit en biedt een duidelijke heilsverwachting. Dat maakte het voor veel mensen buitengewoon aantrekkelijk.

Maar het christendom zou zich nooit zo gemakkelijk hebben kunnen uitbreiden als de predikers geen gebruik hadden kunnen maken van de infrastructuur van het Romeinse Rijk met zijn vele heerwegen en handelsroutes over zeeën en rivieren. En voor hun prediking konden ze zich bedienen van een taal die praktisch door de hele beschaafde wereld van toen begrepen werd: het Grieks.

Zo drong het christendom overal door, te beginnen bij de grote bevolkingscentra: Antiochië, Efeze, Smyrna, Philippi, Thessaloniki, Corinthe, Alexandrië, Rome. Het was logisch dat de apostelen Petrus en Paulus naar de hoofdstad van het rijk trokken. Daardoor werd het centrum van de macht ook het centrum van de christenheid.

Zelfs buiten het Romeinse rijk werden missioneringstochten ondernomen, tot aan India toe. Daarvoor was een precedent: de veroveringstocht van Alexander de Grote. Tot de komst van de islam viel het verspreidingsgebied van het christendom ongeveer samen met de Grieks-Romeinse wereld. De nederlaag tegen de islam werd gecompenseerd door de godsdienstige verovering van de slavische volken.

De oude Romeinen waren gewend aan vreemde godsdiensten. Nog vóór de komst van de Christenen hadden ze Griekse, Aziatische en Egyptische goden in hun pantheon opgenomen. De stokoude Kleinaziatische moedergodin Kybele werd al aan het eind van de derde eeuw voor Christus naar Rome gehaald. Onder de naam Magna Mater kreeg zij een tempel op de Palatijn en een heiligdom vlak bij de huidige Sint Pieter. Mithras uit Perzië en Isis uit Egypte hadden zelfs een heiligdom op Rome's heilige heuvel, het Capitool.

Maar de god der christenen was anders. De houding van de Romeinse autoriteiten tegen hen varieerde van tolerantie tot vervolging. De christenen verzetten zich tegen de keizerscultus, net als de stoïcijnen. Daarom zette Nero tegen beide groepen een vervolging in. In het Edict van Milaan van 313 kondigde Constantijn ten slotte godsdienstvrijheid af en bracht daarmee de Romeinse staatsgodsdienst de genadeslag toe.

De tentoonstelling in Rimini brengt de culturele en religieuze context in beeld waarin het christendom zich uitbreidde, eerst in Palestina zelf, daarna in andere delen van het Romeinse rijk. Maar de nadruk ligt op de cultuur en de gebruiken van de eerste christenen zelf.

Als symbool van hun geloof gebruikten de oude christenen niet het kruis, maar andere tekens, waarvan de expositie mooie voorbeelden biedt: een duif, een anker, een visser, een vis, de in elkaar geschoven Griekse letters chi en rho, afkorting van Christos, vaak tussen een alfa en een omega. Ook de vis is een soort monogram in het Grieks: de beginletters van 'Jezus Christus, Gods zoon, heiland' vormen het woord voor vis, ichthus.

Jezus wordt vaak afgebeeld als de Goede Herder, met een schaapje over zijn schouders. Over de vraag of beelden van Jezus en de heiligen geoorloofd waren, is in christelijke kring een lange polemiek gevoerd. Heeft God in het Oude Testament niet het maken van beelden verboden? En hadden de grote christelijke apologeten het niet begrepen op de heidense beeldenverering?

Maar de praktijk won het van de leer. Anders hadden we bijvoorbeeld niet het magnifieke bas-reliëf gehad met de naar elkaar gekeerde profielen van Petrus en Paulus, dat begin deze eeuw werd gevonden in Aquileia. Of het reliëf op het marmeren deksel van een sarcofaag uit Spoleto, dat behouden is gebleven dank zij hergebruik in een muur.

Op het reliëf is een schip afgebeeld met een stuurman en roeiers. Naast de stuurman, die met zijn vrije hand iets uitlegt, is Iesus gegrift. Onder de roeiers staan de namen Marcus, Lucas en Johannes. Op het ontbrekende stuk was de vierde evangelist afgebeeld, Mattheus, en naar alle waarschijnlijkheid ook Petrus terwijl hij zijn netten uitwerpt. De allegorie is duidelijk: Christus stuurt het schip van de kerk en onderwijst de leer, de evangelisten brengen de leer over, en Petrus vangt nieuwe gelovigen.

Dalla terra alle genti - La diffusione del cristianesimo nei primi secoli (Van het land naar de volkeren - De verspreiding van het christendom in de eerste eeuwen). Tot en met 1 september in de Palazzi dell'Arengo en del Podestà, Rimini. Geopend dagelijks van 9 tot 19 uur, behalve 's maandags. Toegang 10.000 lire, catalogus 65.000 lire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden