'Ad Melkert pakt met zijn WW-plan precies het verkeerde probleem aan'

MINISTER Ad Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is pleitbezorger van premiedifferentiatie in de WW. Zijn interesse voor dit instrument wordt gevoed door grote, winstgevende bedrijven die de kosten van hun reorganisaties afwentelen op de gemeenschap....

Mijn stelling is echter, dat differentiatie van WW-premies contraproductief is, vooral voor langdurig werklozen. Er zijn alternatieven. Deze alternatieven richten zich niet, zoals premiedifferentiatie, op het beperken van de instroom van werknemers in de WW. Zij bevorderen juist de uitstroom.

Premiedifferentiatie stamt uit de VS. Daar is de premiehoogte voor een bedrijf, net zoals in Nederland, afhankelijk van de loonsom, maar ook van het aantal werknemers dat in het verleden is ontslagen - de 'schade'. Hoe meer ontslagen er vallen, hoe hoger de WW-premie in de toekomst. De 'schade' wordt niet helemaal verhaald op de veroorzaker. Ook in de VS wordt het ontslaan van werknemers nog enigszins 'gesubsidieerd' door het collectief.

De Amerikaanse econoom Robert Topel toonde aan dat deze verborgen ontslagsubsidie meer dan een kwart van het totaal aantal ontslagen verklaart. Wordt de ontslagsubsidie uitgebannen, dan zou het aantal ontslagen fors afnemen, rekende Topel voor. De werkgelegenheid neemt dan toe.

In Nederland heffen we premies op een andere manier. Hier komen de eerste weken van de WW voor rekening van de sector waarin bedrijven werkzaam zijn. Deze 'wachtgeldpremies' variëren van nul procent van de loonsom voor de tabaksector, tot 8,8 procent voor losarbeiders in de haven. De premiehoogte voor de wachtgeldfondsen is dus voor bedrijven binnen de bedrijfstak gelijk, maar verschilt tussen bedrijfstakken. Vorig jaar werd bijna twee miljard gulden premiegeld gestort. Dit bedrag stijgt, nu de wachtgeldperiode onlangs verlengd is van acht tot dertien weken.

Het merendeel van de kosten van werkloosheid wordt echter betaald uit het algemene werkloosheidsfonds (tien miljard gulden) en dus afgewenteld op de gemeenschap.

Nederlandse bedrijven hebben daarom geen belang bij het vermijden van de maatschappelijke kosten van ontslag. Deze diagnose zal door niemand worden betwist.

Toch is invoering van premiedifferentiatie in de WW een slecht idee. Ik geef vier argumenten.

Ten eerste is het effect klein. Voorlopige schattingen van het Planbureau suggereren dat premiedifferentiatie resulteert in een daling van de instroom in het werklozenbestand met slechts dertigduizend personen. Deze winst wordt gehalveerd doordat werkgevers huiveriger worden nieuw personeel aan te trekken. Het gevaar dreigt dat de werkloosheid in personen iets afneemt, maar in gemiddelde duur toeneemt.

Ten tweede zullen bedrijven proberen het WW-risico af te wentelen op de gemeenschap. Dit is mogelijk door het WW-risico onder te brengen in een aparte rechtspersoon en die failliet te laten gaan als de premie te hoog wordt. Andere (ongewenste) ontsnappingsroutes voor bedrijven zijn het gebruik van uitzendkrachten, tijdelijke aanstellingen, en uitbesteding en verplaatsing van productie naar het buitenland.

Een derde, meer principieel argument is, dat veel, vooral seizoen- en conjunctuurgevoelige bedrijven, ontslagen niet kunnen vermijden. Werkloosheid is op dit punt anders dan ziekte en arbeidsongeschiktheid. Ziekte kan tot op zekere hoogte door werkgevers worden voorkomen, door extra aandacht voor arbeidsomstandigheden, maar werkloosheid niet.

In de praktijk zal het zeer moeilijk zijn onderscheid te maken tussen bedrijven die op kosten van de gemeenschap reorganiseren, en bedrijven die buiten hun schuld mensen ontslaan. Elke poging dit onderscheid toch te maken leidt tot ongewenste bureaucratie.

Een vierde argument is dat premiedifferentiatie in de WW de kansen van langdurig werklozen op werk (nog verder) verkleint.

De sterke werkgelegenheidsgroei - 300 duizend banen tussen 1994 en 1997 - komt vooral ten goede aan banenwisselaars, schoolverlaters en herintreders. Acht à negen van de tien nieuwe banen gaan immers naar mensen die reeds een baan hadden of zich voor het eerst op de arbeidsmarkt aanbieden.

Langdurig werklozen hebben het nakijken. Deze groep bemachtigde slechts eenvijfde van de nieuwe banen. De kans dat iemand na drie maanden werkloosheid binnen de daaropvolgende drie maanden aan het werk komt, is een derde. Na één jaar is deze kans tot 12 procent geslonken; na twee jaar werkloosheid tot 7 procent. Hoe langduriger de werkloosheid, des te kleiner de kans op een baan.

Vooral laag- en ongeschoolden zijn de klos. Van de mensen met alleen lagere opleiding heeft minder dan de helft een baan. Het aandeel van ongeschoold werk is de laatste twintig jaar gedaald van ruim eenderde van de werkgelegenheid tot minder dan een tiende. Bovendien komen jaarlijks tienduizenden jongeren op de arbeidsmarkt zonder diploma of beroepskwalificatie.

De onderkant van de arbeidsmarkt, kortom, profiteert nauwelijks van de onstuimige werkgelegenheidsgroei. En premiedifferentiatie reduceert hun kansen verder.

De oorzaak hiervan is dat premiedifferentiatie hard aankomt in sectoren waar uitgerekend veel laag- en ongeschoolden werken: seizoen- en conjunctuurgevoelige bedrijven, kwetsbare bedrijfstakken en kleine bedrijven. Dit werkgelegenheidsverlies wordt weliswaar gecompenseerd in innovatieve, snelgroeiende sectoren die zelden of nooit ontslag hoeven verlenen, maar hier werken nauwelijks laag- en ongeschoolden.

Differentiatie van WW-premies pakt het verkeerde probleem aan. Niet de instroom in de werkloosheid is hoog, de uitstroom uit het werklozenbestand is laag, zeker voor laag- en ongeschoolden. Ontslagen worden is niet erg, als je maar weer snel een baan vindt.

Voor het bevorderen van de uitstroom zijn verschillende oplossingen denkbaar. In Japan bijvoorbeeld moeten werkgevers een deel van de WW-uitkering van door hen ontslagen werknemers zelf betalen. Bedrijven worden zo geprikkeld moeite te doen ontslagen werknemers een andere baan te bezorgen. Dit bevordert de uitstroom.

Een tweede alternatief is het heffen van statiegeld op arbeid: de combinatie van een premie (of fiscale stimulans) voor het in dienst nemen van langdurig werklozen en een heffing bij ontslag. Omdat veel langdurig werklozen weinig opleiding en werkervaring hebben, ligt een extra stimulans voor de hand voor bedrijven die langdurig werklozen in dienst nemen en scholen.

Frank Kalshoven (de Volkskrant) en Paul Tang (Planbureau) benadrukken in het vakblad ESB dat statiegeld bedrijven aanspoort bij reorganisaties arbeidsverkorting door te voeren voor alle werknemers, in plaats van een beperkt aantal volledig te ontslaan.

Sweder van Wijnbergen (Universiteit van Amsterdam) opperde onlangs in NRC Handelsblad het idee werknemers een geïndividualiseerde WW-rekening te geven. Jongeren met een kort arbeidsverleden krijgen een WW-krediet, terug te betalen na het vinden van een baan. Dit alternatief pakt het uitstroomprobleem bij de wortel aan.

De overstap van een verzekerings- naar een spaarkarakter van de WW maakt echter inbreuk op de solidariteit tussen mensen met een kleine kans op werkloosheid, en mensen met een hoge kans op ontslag. Daarom kies ik voor een variant waarbij werknemers een eigen fonds opbouwen dat bij ontslag gebruikt wordt om de WW-uitkering aan te vullen. De WW blijft dan zoals hij nu is.

Het is evident dat ontslagen werknemers een groter belang krijgen bij het zoeken naar en accepteren van een baan. De verwachting is dat zowel het aantal werklozen als de gemiddelde duur van de werkloosheid daalt. Bijkomend voordeel is dat de 'WW-rugzakjes' desgewenst ingezet kunnen worden voor sabbaticals, scholing- en zorgverlof, of voor flexibele pensionering.

Langdurig werklozen hebben niets aan premiedifferentiatie in de WW. Het verkleint slechts hun kans op een baan. Verhoging van het eigen WW-risico van bedrijven, statiegeld of rugzakjes biedt hen aanzienlijk meer perspectief.

Rick van der Ploeg is econoom, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, en algemeen financieel woordvoerder van de Tweede Kamer-fractie van de PvdA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden